65 jaar geleden. Oprichting Volksrepubliek China

5 jaar na de stichting van de Volksrepubliek China gaan we na wat het belang is van de Chinese revolutie voor de actuele strijd in China en op internationaal vlak. Met een historisch overzicht wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het regime tot stand gekomen en de discussies die daarmee gepaard gingen. 

Een dossier door Per-Ake Westerlund, dat 10 jaar geleden voor het eerst verscheen. 
Linkse Socialistische Partij ( België ) 

De voorbije jaren hebben kapitalisten vanuit de hele wereld zich naar China gehaast om er een graantje mee te pikken van de superwinsten die er aangeboden werden door het “communistische” regime. Dat staat in een schril contrast met de revolutie van 65 jaar geleden, toen het imperialisme en kapitalisme het land werden uitgezet.
De kapitalisten worden er vandaag niet graag aan herinnerd dat de jaren 1900 een eeuw van massale strijd vormden in China met oorlogen en revolutie. Om tegen de kapitalistische propaganda in te gaan, is het belangrijk dat klassenbewuste arbeiders en jongeren de lessen van de revolutie van 1949 bestuderen om zo een beter beeld te krijgen van het regime dat toen gevestigd werd.
Twee belangrijke factoren zorgden ervoor dat de eerste helft van de vorige eeuw wereldwijd een periode van revolutie en contra-revolutie vormde. De fundamentele objectieve factor was de extreme impasse en de crisis van het kapitalistische systeem dat leidde tot belangrijke confrontaties tussen de klassen en ook tot twee wereldoorlogen. De andere reden was de overwinning van de Russische revolutie in 1917, mee omwille van de cruciale subjectieve rol van Lenin, Trotski en de Bolsjewieken. In China hielp dit mee de voorwaarden scheppen op basis waarvan de Chinese Communistische Partij (CCP) 28 jaar na haar oprichting de macht kon grijpen.
Imperialistische overheersing
De eerste Chinese revolutie vond plaats in 1911 toen de Manchu dynastie in elkaar stuikte en vervangen werd door een republiek, die op haar beurt twee jaar later omgevormd werd tot een militaire dictatuur. Tot in de jaren 1820 was het duizend jaar oude rijk goed voor zowat 30% van de wereldwijde productie. Maar in de tweede helft van de jaren 1800, kon het regime niet langer weerstaan aan de druk van het wereldwijde kapitalisme. Imperialistische machten als Japan, Engeland, Rusland, Frankrijk en Duitsland veroverden delen van China in hun globale veroveringsdrang op zoek naar strategische posities, goedkope koloniale arbeid en grondstoffen.
De Russische revolutie zorgde voor een enorme toename van massa-strijd en radicalisering op wereldvlak. De nieuwe Communistische Internationale had – in tegenstelling tot de oude sociaal-democratische partijen – een duidelijk perspectief van koloniale revoluties, waarbij de arbeiders in de ontwikkelde kapitalistische landen aan de kant van de onderdrukte arbeiders en armen in de kolonies strijden. In China was er de beweging van 4 november 1919 waarbij een grote groep van voornamelijk studenten een aantal imperialistische symbolen en oude tradities, waaronder het Confucianisme, aanvielen. Een factor in het radicaliseringsproces was de breed verspreide ontgoocheling in de uitkomst van de revolutie van 1911. Alle belangrijke kwesties – landhervormingen, imperialistische uitbuiting, de eenmaking van China – bleven onopgelost. De nationalistische partij, de Kwomingtan (KMT), richtte zich naar de Russische revolutie voor steun en inspiratie in haar strijd. Zoals tegelijkertijd ook het geval was in India, kwam er met de ontwikkeling van de arbeidersklasse ook een nieuwe leidinggevende kracht op het strijdtoneel.
In het Rusland van de jaren 1920 begon de conservatieve kaste rond Stalin haar macht te consolideren. Dat was een gevolg van de nederlagen van de arbeidersbeweging op internationaal vlak, in het bijzonder in Duitsland, de tijdelijke stabilisatie van het kapitalisme, de onderontwikkeling van Rusland (versterkt door de puinhopen veroorzaakt door de wereldoorlog en de militaire interventie van het imperialisme in de Sovjetunie). Op dit ogenblik vormde het slechte advies van Stalin en co aan de arbeiders die in actie kwamen nog niet zozeer een bewust verraad, maar was het een uitdrukking van een compleet onbegrip van de Russische revolutie zelf.
Dit stond in een scherp contrast met Leon Trotski, samen met Lenin één van de leiders van de revolutie van 1917. Trotski organiseerde binnen de Russische Communistische Partij de Linkse Oppositie en nam de verdediging van het marxisme op in de debatten en de strijd over de ontwikkelingen in de Sovjetunie en internationale ontwikkelingen. Eén van de belangrijkste discussies in de jaren 1920 was deze over de Chinese revolutie van 1925-27 waarbij een in veel opzichten klassieke arbeidersrevolutie, werd neergeslagen door een bloedige contra-revolutie. Als gevolg van die nederlaag kon de nationalistische en conservatieve fractie rond Stalin haar overwinning op de Linkse Oppositie uitroepen. Trotski werd uit de partij gezet en verbannen naar Alma Ata in Centraal-Azië.
Stalins standpunt in 1925-27 was dat de leidinggevende rol in de revolutie aan de KMT toebehoorde, aangezien deze de Chinese burgerij vertegenwoordigde. Stalins prioriteit bevond zich bij de “theorie” van het socialisme in één land: het stabiliseren van de situatie in Rusland – niet in het minst binnen zijn eigen leidinggevende groep – in plaats van het stimuleren van revolutionaire bewegingen in andere landen. Stalin dacht dat er in China eerst een burgerlijk-democratische revolutie onder leiding van de KMT moest komen. Op die basis besliste de CCP om te fusioneren met de KMT in wat omschreven werd als “een alliantie van binnenuit”. De leider van de KMT, Tsjang-Kai-Shek, werd uitgenodigd naar Moskou om deel te nemen aan de bijeenkomsten van de Communistische Internationale (Comintern). Door het ritme van de klassenstrijd kon de CCP snel groeien (van 300 leden in 1923 tot 58.000 in 1927) en in 1926 werd Mao Zedong van de CCP – een enthousiaste aanhanger van de alliantie tussen de CCP en de KMT – verkozen als plaatsvervangend lid van het uitvoerend bestuur van de KMT. De KMT kreeg belangrijke financiële steun van Stalin, alsook wapens en militaire training.
Burgerlijk-democratische taken
Trotski ging akkoord dat de taken van de burgerlijke revolutie de centrale aandacht verdienden in China, zeker wat de landkwestie betrof. De rijkste 10% bezat 70% van de landbouwgrond. Maar Trotski legde ook uit dat in China de grootgrondbezitters onderdeel vormden van de stedelijke burgerij. De strijd van de arme boeren voor grond was dan ook een strijd tegen de burgerij – en onvermijdelijk ook tegen de KMT. De boerenklasse was niet in staat om onafhankelijk haar strijd tot een goed einde te brengen en dus was het de verantwoordelijkheid van de arbeidersklasse om de revolutie te leiden. Om China te kunnen ontwikkelen, moesten bovendien de imperialistische monopolies overgenomen worden wat de verschillende belangen van de arbeiders en de KMT nog sterker zou benadrukken.
Trotski baseerde zich op de ervaringen van de Russische revolutie om aan te tonen dat de burgerij niet in staat zou zijn om de noodzakelijke hervormingen door te voeren en dat de arbeiders, met de steun van de boeren, wel degelijk de macht kunnen grijpen. Dat zou op zich niet de voorwaarden voor het socialisme creëren, maar het zou een enorme impuls betekenen voor de wereldrevolutie die noodzakelijk is om een socialistisch systeem te ontwikkelen.
De Chinese arbeidersklasse vormde de belangrijkste kracht in de revolutie van 1925-27 met bezettingen en massale stakingen. De strijd was gericht tegen de voorwaarden van enorme uitbuiting, niet in het minst in bedrijven in handen van buitenlandse kapitalisten. Dit alarmeerde de leiding van de KMT die in 1925 beroep deed op Britse troepen om de arbeiders aan te vallen. Er waren massale acties van arme boeren die het land bezetten en daarmee de acties van de arbeiders volgden. Bij alle centrale kwesties van de revoluties stonden de belangen van de arbeiders en de belangen van de KMT lijnrecht tegenover elkaar. Stalin en de bureaucratie in Moskou verwierpen evenwel de waarschuwingen van Trotski inzake het contra-revolutionaire karakter van de KMT. In plaats van Trotski’s advies op te volgen en met de CCP op te komen voor een onafhankelijke arbeidersleiding in de strijd, onderwierp de partij zich op mensjewistische wijze aan de KMT.
In maart 1926 richtten de troepen van Tsjang-Kai-shek een slachting aan onder stakende arbeiders in Canton en werd een militaire dictatuur gevestigd. Het nieuws van deze wreedheden werd onderdrukt door de Comintern – eerder dat jaar was de KMT erkend als als “sympathiserende afdeling” van de Comintern. Een jaar later, in april 1927, werden ongewapende arbeiders die in Shanghai deelnamen aan een algemene staking aangevallen door de troepen van Tsjang-Kai-shek. Daarvoor hadden 800.000 arbeiders met massa-betogingen en stakingen de controle over de stad overgenomen. De CCP ging echter akkoord met het bevel van Tsjang-Kai-shek om troepen die de arbeiders steunden weg te sturen. Duizenden communisten werden vermoord in wat een belangrijke overwinning vormde voor de contra-revolutie. In juni 1927 werd in Wuhan een gelijkaardig slagveld aangericht door een afsplitsing van de KMT, een zogenaamde linkse KMT waarin Stalin en de CCP grote illusies hadden. In 1927 werden 35.000 leden van de CCP vermoord. Op basis van die nederlaag van de arbeidersklasse, vormde de KMT, met financiële steun van de kapitalisten en bewapend door het imperialisme, een nieuwe regering in Nanking.
Het bloedige resultaat van de mislukte revolutie bepaalde het verdere verloop van de gebeurtenissen in China tot aan de revolutie van 1949. Na de slachting in Shanghai deed Stalin alsof er niets gebeurd was en riep hij op voor nieuwe gewapende opstanden. Om de catastrofale realiteit te verdoezelen, gaf hij het bevel voor de premature opstand in Canton op hetzelfde ogenblik als de start van het congres van de Communistische Partij in de Sovjetunie in december 1927 – het congres waar Trotski en de Linkse Oppositie officieel werden uit de partij gezet. Bij de “commune van Canton” werden alle 6.000 gearresteerde deelnemers vermoord. Pas in de zomer van 1928 gaf de Comintern toe dat het een nederlaag had geleden in China en het legde daarbij de schuld bij de CCP-leiders, in het bijzonder bij Che Tu-hsiu, ook al had die zich sinds 1926 uitgesproken tegen de fusie met de KMT en werd hij nadien een leider van de Linkse Oppositie.
Mao keert zich naar de boeren
De overblijvende CCP-leiders keerden de steden en de arbeidersklasse de rug toe. Ondanks de terugkerende retoriek over een alliantie van arbeiders en boeren, lag de nadruk volledig op de boeren en het platteland. De klassenstrijd tegen het kapitalisme vormde de basis voor de opbouw van een boerenlagen, het Rode Leger. De CCP stelde nu dat de dictatuur van de KMT het onmogelijk maakte om de stedelijke arbeidersklasse te organiseren. Tijdens de periode 1927-33 was de CCP in de praktijk geïsoleerd van de Sovjetunie. Stalin wou liever niet herinnerd worden aan de nederlaag en de CCP kreeg “verbazend weinig steun” van de Sovjetunie, volgens de Amerikaanse journalist Edgar Snow die in de jaren 1930 verschillende ontmoetingen had met Mao Zedong en andere CCP-leiders. In 1931 stelden Mao en de CCP dat geen gebruik kon gemaakt worden van buitenlandse modellen.
Dat vormde geen breuk met het stalinisme, maar eerder een eerste stap in de vorming van een nationale variant van het stalinisme. De CCP behield alle centrale ingrediënten van het stalinisme: nationalisme, een twee-stadia theorie over de revolutie, volksfrontpolitiek (allianties met kapitalistische partijen) en een regime van bureaucratisch centralisme in de partij.
Toen het debat over het “socialisme in één land” begon in 1924, voorspelde Trotski dat er een nationale degeneratie van de internationale communistische beweging zou komen indien die “theorie” aangenomen werd. Om gebruik te maken van de autoriteit van de Russische Revolutie, kwam het voor 1949 nooit tot een formele breuk tussen Mao en Stalin en het “marxisme” van Moskou. Zoals Edgar Snow opmerkte, hadden de Russische Revolutie en de Sovjetunie “een grotere indruk nagelaten bij het Chinese volk dan de invloed van alle christelijke missionarissen samen.”
In de jaren 1930 was de nieuwe lijn van de CCP dat er een “sovjet” moest opgebouwd worden in de regio Kiangsi. In plaats van een echte sovjet – een democratische raad gericht op het voeren van acties – werd die regio gecontroleerd door een leger van boeren en ex-boeren geleid door de CCP. Daarbij had de regio haar eigen “universiteiten”, een drukkerij met 800 werknemers, een theater,… De arme boeren kregen land en hun vaak erg grote schulden werd kwijtgescholden. Die episode – het organiseren van een mini-staat – vormde een belangrijke administratieve ervaring voor heel wat leidinggevende CCP’ers die er gebruik van konden maken toen ze twee decennia later aan de macht kwamen.
De KMT probeerde aanvankelijk om de “sovjet” van Kiangsi uit te hongeren en nadien werd geprobeerd om er op militaire wijze komaf mee te maken. De eerste aanval met meer dan 200.000 soldaten leidde tot een vernederende nederlaag voor de KMT. Het was pas met de vijfde poging, in 1933, waarbij 1 miljoen soldaten ingezet werden, dat de KMT er in slaagde om het Rode Leger te verslaan. In totaal vielen er 1 miljoen slachtoffers bij de Kiangsi sovjet.
Zoals Trotski had voorspeld, was de KMT niet in staat om de taken van de burgerlijke revolutie te volbrengen. Tsjang-Kai-shek gaf het land terug aan de grootgrondbezitters toen de sovjet van Kiangsi werd verslagen. Hij slaagde er niet in om de natie te verenigen, waarbij er in tal van regio’s lokale krijgsheren de touwtjes in handen hadden. De economische rol van de staat was er vooral op gericht om de KMT-leiders te verrijken en de helft van de begroting te verspillen aan militaire uitgaven.
Ondanks haar nationalistische retoriek bood de KMT geen echte oppositie tegenover het imperialisme. Het kapitalisme in China werd in die periode gedomineerd door het imperialisme (van de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk en anderen). Er waren lange arbeidsdagen, militaire discipline op de werkvloer, onderbetaalde vrouwenarbeid, veel arbeidsongevallen,… Die situatie doet wat denken aan de actuele situatie op de werkvloer in China. In 1936 gebeurde 40% van het zeevervoer en de binnenscheepvaart onder Britse vlag. De helft van de spoorwegen opereerde onder imperialistische controle. In september 1931 viel Japan Mantsjoerije binnen waarbij een marionettenregime werd gevestigd. Het imperialisme was openlijk racistisch in China met apartheidregels voor Chinezen. Kapitalistische commentatoren die de revolutie van 1949 als een uitspatting beschouwen (en dus impliciet menen dat het kapitalisme de natuurlijke gang van zaken is), zullen nooit uitleggen wat het kapitalisme in China betekende in de jaren 1930.
Na de nederlaag in Kiangsi begon de CCP-leiding in oktober 1934 aan de beruchte ‘Lange Mars’. Dat was een terugtrekking gedurende 370 dagen met een mars van 10.000 kilometer waarbij er “iedere dag wel een schermutseling was en om de twee weken een grootschalig gevecht”, aldus Lucien Bianco. Van de 90.000 tot 100.000 deelnemers bereikten er slechts 7.000 tot 8.000 Yenan in de provincie Shensi. Het enorme heroïsme van de Lange Mars vestigde de leiding van Mao Zedong in de CCP en het Rode Leger boven dat van verschillende rivalen die onder meer gesteund werden door Stalin en de Comintern. De nieuwe “sovjet” van Yenan begon onmiddellijk het land te herverdelen waardoor ook de krachten van het Rode Leger werden aangevuld.
Een nieuwe alliantie van de CCP met de KMT
1935 was een keerpunt voor alle Communistische Partijen, het congres van de Comintern besliste immers om een nieuwe lijn aan te nemen, de lijn van het Volksfront. Stalin gaf het bevel aan de CP’s om allianties te vormen met de “liberale burgerij” tegenover het fascisme. In China betekende dit dat de CCP een alliantie aanging met de KMT tegen Japan. Het model voor dit nieuwe “eenheidsfront” met de KMT, was het Volksfront in Spanje. Dat werd aanvaard door de leiders van de CCP. Mao stelde dat zonder de samenwerking met de KMT de krachten van de CCP onvoldoende zouden zijn. In augustus 1935 eiste het programma van de CCP een eenheid van alle “patriottische” partijen in China. Vanaf dat ogenblik zouden anti-imperialisme en nationalisme centraal staan in de propaganda van de CCP.
Mao had het perspectief dat de taak van de revolutie niet was om socialisme onmiddellijk op de agenda te plaatsen, maar om te strijden voor nationale onafhankelijkheid. In tegenstelling tot Spanje, behield Mao wel de controle over zijn eigen gewapende krachten en behield hij de politieke onafhankelijkheid van de CCP. De onderwerping aan de KMT in 1927 en de daaruit voortvloeiende slachtpartijen waren een te bittere ervaring geweest.
Toch leidden de stalinistische posities van de CCP tot het missen van een aantal kansen. In december 1936 was er een muiterij met de mogelijkheid van een burgeroorlog in het kamp van de KMT. Tsang Hsueh-liang, een generaal van de KMT die leiding gaf aan 170.000 soldaten, nam Tsjang Kai-shek gevangen. De eisen van de muiterij waren dezelfde als die van de CCP: landhervormingen en een agressieve strijd tegen het imperialisme.
Maar Tsjang Kai-shek werd gered door de CCP. Stalin panikeerde en smeekte Tsang Hsueh-liang om Tsjang Kai-shek niet om te brengen. Staling zag in Tsjang Kai-shek immers de enige aanvaardbare leider van China, en dreigde er zelfs mee om met de CCP te breken als deze niet zou aandringen op diens vrijlating. Leidinggevend CCP-lid Chou En-lai speelde een sleutelrol in de onderhandelingen over Tsjangs vrijlating, waarbij hij in ruil nieuwe onderhandelingen eiste tussen de CCP en de KMT (een voorwaarde waarmee Tsjang uiteraard instemde).
Die onderhandelingen namen een ernstiger karakter aan in 1937, toen Japan een oorlog begon om China volledig te bezetten. De KMT was niet in staat om het verzet tegen Japan te organiseren. Een leider van de KMT (en voormalige leider van de “linkse KMT”), Wang Ching-wei, liep zelfs over om de Japanse bezettingsregering te leiden in 1940. Maar zoals bij iedere imperialistische bezetting, kende ook Japan enorme problemen bij haar poging om China te controleren. Haar beleid om de communisten “uit te roeien” en de “drie allemaals” (“allemaal verbranden, allemaal vermoorden, allemaal uitroeien”), leidde tot een versterking van het verzet.
In 1937 stelde de KMT vier eisen voor een alliantie met de CCP: 1) ontbinding van het Rode Lger, 2) ontbinding van de sovjet van Shensi en in andere regio’s, 3) stopzetting van alle communistische propaganda en 4) een einde van de klassenstrijd.
De CCP aanvaardde deze voorwaarden in woorden. De “sovjets” werden omgevormd tot “speciale regio’s” en het Rode Leger werd het “nationaal revolutionair leger”. Er kwam in mei-juni 1937 een nationale vergadering met grote portretten van Marx, Stalin, Mao en Tsjang Kai-shek! In de praktijk betekenden deze toegevingen niet veel. Wat wel belangrijk was, was het feit dat de troepen van de CCP niet langer opkwamen voor de onteigening van de grootgrondbezitters en hun propaganda tegen de KMT achterwege lieten.
Onafhankelijkheid van Stalin
Mao volgde Stalins bevelen niet toen die vroeg om zich volledig te onderwerpen aan Tsjang Kai-shek. De militaire eenheden van de CCP leverden hun wapens niet in en behielden de controle over de grond die al bezet werd. Dit leidde ertoe dat de CCP haar machtsbasis in de “speciale regio’s” kon behouden. In werkelijkheid vormde de CCP daar reeds een alternatief staatsapparaat.
Mao stelde dat de CCP haar eigen programma behield. Dat was gericht tegen zowel de KMT als op indirecte wijze tegen Stalin. Mao’s standpunt was dat een eindoverwinning op het imperialisme slechts mogelijk was indien de ‘arbeiders en boeren’ (hij bedoelde zijn eigen leger) de leiding hadden. Dat zou leiden tot een gecontroleerd kapitalisme, gevolgd door staatskapitalisme en daarna door een economie naar het model van de Sovjetunie. Mao balanceerde op zijn manier tussen toegevingen aan de bevelen van Moskou en wat hij zag als de nationale belangen van China. In feite was hij meer stalinistisch dan Stalin op vlak van het afstand nemen van echte marxistische standpunten.
Het nationalisme was een belangrijke factor bij zowel het stalinisme als het maoïsme. In 1943, het jaar dat Stalin de Comintern ophief, stelde CCP-leider Liu Shao Chi dat Mao “een Chinese of Aziatische vorm van marxisme” had gecreëerd. Reeds in 1936 stelde Mao aan Edgar Snow dat niet gestreden werd voor de bevrijding van China om het aan Moskou over te dragen.
Vanaf 1937 werden oorlogsvoorraden vanuit de Sovjetunie toegestuurd aan de KMT, niet aan de CCP. Dit weerhield Tsjang Kai-shek er niet van om de CCP als zijn belangrijkste vijand te beschouwen. Het leger van de KMT vermeed grote confrontaties met Japan maar ging wel over tot het aanvallen van CCP-eenheden. In 1940 was er zo’n aanval net buiten Shanghai waarbij de CCP de KMT een nederlaag toebracht. In andere gevallen weigerde Mao bevelen op te volgen om Japan aan te vallen omdat dit zou leiden tot nutteloze opofferingen van troepen.
De nadruk van Stalin lag steeds op het overleven van zijn eigen regime en dat was een constante rem op de gebeurtenissen in China. In april 1941 tekende Rusland een niet-aanvalsakkoord met Japan. De CCP leverde geen kritiek en was formeel gebonden door dat akkoord. Maar toen Duitsland drie maanden later Rusland binnenviel, kreeg de CCP bevelen vanuit Moskou om de gevechten tegen Japan te hervatten.
Stalin wil “stabiliteit” in China
Stalin wou op het einde van Wereldoorlog 2 de alliantie met het VS-imperialisme van na 1941 gewoon verderzetten. In 1944 stelde Molotov, de minister van Buitenlandse Zaken in de Sovjetunie, tegenover de VS-generaal Hurley: “Rusland steunt de CCP niet, wil geen gevechten of burgeroorlog in China, wil harmonieuze contacten…” (Fernando Claudin, De crisis in de communistische beweging).
Toen de oorlog voorbij was, kreeg Tsjang Kai-shek de macht over China van het Amerikaans leger. Zijn troepen werden overgebracht naar de grote steden en de Japanese troepen kregen van de Amerikanen het bevel om zich aan Tsjang Kai-shek over tegeven. Na de oorlog hield Rusland Mantsjoerije bezet. Daarbij werden fabrieken ontmanteld en overgebracht naar Rusland. De controle over de belangrijkste stad van Mantsjoerije, Mukden, werd aan de KMT overgedragen.
Op dat ogenblik had de CCP evenwel reeds de controle verkregen over de landelijke gebieden van Mantsjoerije. Om de schijn van steun aan de CCP te vrijwaren, moest Stalin ook Russische wapens achterlaten voor de CCP die de instructie kregen om met de KMT samen te werken.
Op 14 augustus 1945 werd een “vriendschapsverdrag tussen China en de Sovjetunie” gesloten tussen de KMT en Moskou. Op basis van de weigering om steun te verlenen aan de CCP, werd Rusland beloofd dat het een aantal militaire bases zou terugkrijgen dat het verloor aan Japan in de oorlog van 1904-1905.
De VS en de Sovjetunie oefenden beiden druk uit om tot onderhandelingen tussen de CCP en de KMT te komen. In 1945 schreef Mao het document “Over een coalitieregering” dat als basis diende voor onderhandelingen. Maar in tegenstelling tot wat Stalin wilde, was Mao niet bereid om zich volledig aan de KMT te onderwerpen.
Wereldoorlog 2 had de verhoudingen op wereldvlak gewijzigd, het imperialisme was verzwakt terwijl het stalinisme versterkt was. Het imperialisme moest Oost-Europa aan Stalins invloedssfeer overlaten. Maar in andere delen van de wereld waren de kapitalisten afhankelijk van Stalin om de revolutie tegen te houden.
Het VS-imperialisme trok haar troepen terug uit de oorlog en wou geen nieuwe uitbarsting van gevechten in Azië. De VS wou, met het akkoord van Stalin, de CCP laten integreren in het regime van de KMT. Deze aanpak werkte in Frankrijk en Italië waar de dreiging van revolutie werd geneutraliseerd door de deelname van de communistische partijen aan burgerlijke regeringen. De KMT gaf de voorkeur aan het Griekse voorbeeld waar de communistische troepen, met de instemming van Stalin militair verslagen werden door de Britten en binnenlandse contra-revolutionaire troepen.
De CCP daarentegen verzette zich evenwel tegen beide modellen en besefte dat dit zou eindigen met een nieuw 1927. Tegen 1946 was het duidelijk dat er geen akkoord zou komen en brak een tweede burgeroorlog uit. De CCP vormde het Volksbevrijdingsleger met 910.000 soldaten.
Tweede burgeroorlog (1946-1949)
Aanvankelijk beschikte Tsjang Kai-shek over een groot militair overwicht. Hij beschikte over 500 vliegtuigen met Amerikaanse piloten terwijl de CCP geen enkel vliegtuig had. Tsjang had tanks, de CCP niet. Tsjang kreeg ook de steun van duizenden Amerikaanse adviseurs en technici. In totaal gaf het VS-imperialisme 6 miljard dollar steun aan de KMT in de periode 1946-1949. De nederlaag van de KMT kan dan ook niet aan militaire redenen worden toegeschreven. Ze waren ook aan de winnende hand tot de zomer van 1947.
Politiek gezien waren er echter wel grote problemen voor de KMT. De troepen van de CCP stonden lokaal gekend omwille van hun rol in de oorlog tegen Japan. De massa’s zagen hoe de KMT komaf maakte met de sociale verworvenheden in regio’s die voorheen gecontroleerd werden door de CCP. De KMT-regering was bovendien verantwoordelijk voor de hongersnood van 1942-1943 waarbij 2 miljoen doden vielen. De regering stond bovendien gekend als corrupt, en was verantwoordelijk voor speculatie en hyperinflatie na de oorlog.
Gedurende het eerste jaar probeerde de CCP om gevechten te vermijden terwijl het de agrarische revolutie op het platteland probeerde te verspreiden. Op basis van landhervormingen recruteerde het Volksbevrijdingsleger 1,6 miljoen nieuwe soldaten in Mantsjoerije alleen. De steun voor de CCP in de “bevrijde gebieden” was enorm omwille van de landhervormingen en andere verworvenheden. In 1947 zorgde dat voor een keerpunt in de burgeroorlog toen het boerenleger van Mao de confrontatie met de KMT begon aan te gaan.
De KMT stuikte ineen toen het samen met de oorlog geconfronteerd werd met sociale revolutie. Er was een golf van desertie uit het leger en volledige militaire eenheden desintegreerden. Er was een enorm machtsvacuüm in het land. Het imperialisme moest zich terugtrekken en zelfs de VS overwoog geen invasie. Geen enkele kapitalistische partij bood een uitweg aan waarbij het land zou verenigd worden of de grondkwestie zou opgelost worden. De KMT had afgedaan.
In de Russische Revolutie nam de arbeidersklasse de macht en voerde zij de taken van de burgerlijk-democratische revolutie uit, samen met de taken van de socialistische revolutie. In China kon enkel het Volksbevrijdingsleger de macht grijpen. Vanaf 1947 controleerde het Mantsjoerije en Centraal China en slaagde het erin om wapens van de KMT te bemachtigen. Tegen begin 1949 controleerde het Peking, tegen de lente de hoofdstad van het KMT-regime, Nanking, en Shanghai. Tegen de herfst was ook Canton in handen van de CCP. Ironisch genoeg vluchtte de Sovjet-ambassadeur samen met de KMT naar Canton. Op 1 oktober 1949 werd de Volksrepubliek China opgericht.
In tegenstelling tot Rusland was het in China het leger dat de macht overnam en waren er geen democratische arbeidersraden of sovjets die discussieerden en de revolutie organiseerden. Er waren belangrijke stakingen in 1947 en begin 1947 waarbij de arbeidersklasse terug op het voorplan kwam, maar toen het Volksbevrijdingsleger de steden binnentrok werden stakingen verboden.
Nationale spanningen 
Los van de theorieën die hij ontwikkelde – Mao sprak over een “nieuwe democratische” fase tussen het KMT-regime en “socialisme” – moest Mao verder gaan om aan de macht te blijven. Een alliantie met de burgerij of het imperialisme was onmogelijk. Maar er was wel het model van Stalins regime in Rusland. Terwijl de Russische revolutie een nederlaag kende in de vorm van een bureaucratische degeneratie, was de Volksrepubliek op bureaucratische wijze gedeformeerd van bij het begin. Het regime van Mao voerde een landhervorming door en schafte het kapitalisme af om aan de macht te blijven en het land te ontwikkelen. China’s economie, na 25 jaar van oorlog, bevond zich in een catastrofale staat. De industriële productie bevond zich op 57% van het niveau van 1936, in de landbouw was dat 75%. Slechts 10% van de bevolking had enig onderwijs genoten.
In december 1949 waren er onderhandelingen tussen Stalin en Mao wat leidde tot een verdrag waarbij China beperkte bijstand vanuit Rusland werd beloofd. Mao moest in ruil daarvoor beloven dat in alle propaganda zou gesteld worden dat Stalin had deelgenomen aan ieder stadium van de Chinese revolutie, daarbij fouten had gecorrigeerd,… Het feit dat Stalin tot in 1948 nog stelde dat de CCP haar leger moest ontbinden, mocht uiteraard niet meer vermeld worden.
De Koreaanse oorlog die uitbrak in juni 1950, zorgde ervoor dat Mao het ritme van sociale veranderingen in China moest opdrijven omwille van de dreiging van een imperialistische interventie maar ook omdat de oorlog leidde tot een opdrijven van het verzet van de oude feodale heersers. Vanaf 1950 werd begonnen met het verdelen van grote delen landbouwgrond. In 1954 werden private boerderijen omgevormd tot coöperatieven, tegen 1957 controleerden die 97% van de landbouwgrond. In 1952 werd gestart met het nationaliseren van privé-bedrijven, en een jaar later werd het eerste vijfjarenplan gelanceerd. De Koreaanse oorlog leidde er ook toe dat de alliantie met de Sovjetunie werd versterkt tegenover de gezamenlijke vijand van het VS-imperialisme.
Die veranderingen vormden de basis voor een snelle ontwikkeling van de Chinese economie en de Chinese samenleving. En dat ondanks de bureaucratische misvormingen van de revolutie die zorgden voor corruptie, verspilling en slecht beheer. De economie groeide met 10% per jaar in de jaren 1950, de industriële productie met 20%. De revolutie en de indrukwekkende economische resultaten vormden een inspiratiebron voor guerilla-oorlogen in andere delen van de koloniale wereld, in Vietnam, Cuba en elders.
De nationalistische rivaliteit, inherent aan het stalinisme, leidde later tot een breuk tussen Moskou en Mao. De Sovjet-bureaucratie haalde de woede van Peking op zich toen het in een poging om tot akkoorden te komen met het imperialisme overging tot een zacht standpunt tegenover het regime van Tsjang Kai-shek in Taiwan – het regime dat toen door de imperialisten en de VN werd erkend als de “officiële” Chinese regering. Mao haalde zich de woede van Moskou op de hals toen hij weigerde toe te geven op punten zoals het conflict tussen China en India, het regime in India werd door Moskou als “progressief” bestempeld. In 1962 was er een grensconflict tussen China en India. Die tegenstellingen bevestigen het fundamenteel nationaal karakter van het stalinisme – de heersende elites verdedigen enkel hun eigen macht, prestige en privileges.
Hierdoor konden China en de Sovjetunie nooit ten volle gebruik maken van een echte samenwerking tussen beide landen. Aangezien dit niet lukte, ondernam Mao een aantal wanhopige pogingen om de Chinese samenleving sneller te ontwikkelen. Deze bureaucratische avonturen – de “Grote Sprong Voorwaarts” eind jaren 1950 en de zogenaamde “Culturele Revolutie” in de jaren 1960 – eindigden allemaal op rampzalige wijze.
Uiteindelijk werd de lijn van het “schitterende isolement” verlaten door Mao’s opvolger Deng Xiaoping die aanvankelijk aarzelend een kapitalistische weg insloeg. Dit werd opnieuw geleidelijk en pragmatisch aanvaard door de CCP als de enige weg om aan de macht te blijven. Maar zoals de geschiedenis van China in de jaren 1900 aantoont, zullen de voorwaarden die gecreëerd worden door het kapitalisme en het imperialisme opnieuw leiden tot revolutionaire strijd. Het bewustzijn en het organiseren van de arbeidersklasse beginnen in die richting te gaan.

In 1949 vervloekte de Amerikanen de oprichting van de Volksrepubliek China!!
Nu vieren ze de oprichting, hoe zou dat komen??

Sluiten van de verzorgingshuizen? Ik dacht het niet!

Ongeveer 100.000 ouderen in Nederland wonen in een verzorgingshuis waar ze veilig wonen en liefdevol verzorgd worden. Het kabinet wil 800 van de 1300 verzorgingshuizen sluiten. Vanwege de bezuinigingen moeten ouderen in verzorgingshuizen gedwongen verhuizen. Of ze komen het verzorgingshuis niet meer in terwijl zij die geborgenheid juist nodig hebben.

Dat pikken wij niet. Deze plannen betekenen bovendien dat ouderen verplicht langer thuis moeten blijven wonen, terwijl er ook fors bezuinigd wordt op de thuiszorg. Duizenden zorgmedewerkers verliezen hun baan. Hun werk wordt door het kabinet te grabbel gegooid. 

Wij zeggen daarom nee tegen de gedwongen verhuizingen en afbraak van de ouderenzorg. Ouderen verdienen beter!

Een actie van de SP

Steun de ouderen, ga naar www.sp.nl

De ondergang van een seculiere republiek

Kaboel, hoofdstad van de Republiek Afghanistan. Het is 28 april 1992, het leger van de ''seculiere'' Afghaanse overheid capituleert. De overwinnares zijn de troepen van de Moedjahedien, een islamistisch volksleger dat sinds 1978 tegen de stalinistische overheid van Afghanistan vocht. Hoewel westerse geschiedenisschrijvers de Afghaanse periode 1978 tot 1992 omschrijven als ''communistisch'' klopt dit niet. Afghanistan kende drie periodes onder het stalinisme. De eerste was de meest radicale en duurde van april 1978 tot september 1979. Daarna was er een periode tussen december 1979 en november 1986. Als laatste de periode 1987-1992. Het is interessant om ook te vermelden dat het stalinistische regime in 1990, zover was gedegenereerd dat men de Republiek Afghanistan nog uitriep tot islamistische staat als laatste wanhoopsdaad!

Het zogenaamde ''communisme'' in Afghanistan begon met een militaire staatsgreep in 1978. Progressieve soldaten gaven de politieke macht aan de leiders van de Volksdemocratische Partij van Afghanistan. Deze partij was verdeeld in twee dominante fracties. De Khalq waren het meest radicaal in hun opvattingen. Het diep islamistische Afghanistan moest een revolutionaire transformatie ondergaan. Alle conservatieve tradities moesten overboord geworpen worden. Nur Muhammad Taraki was de leider van de Khalq en hij werd voorzitter van de Revolutionaire Raad in 1978!

De meer gematigde stalinisten binnen de Volksdemocratische Partij van Afghanistan droegen de naam; Parcham. Anders dan de Khalq vonden de Parcham dat Afghanistan niet klaar was voor een socialistische transformatie. In die zin hadden ze wel gelijk, het land was diep gelovig en net als in Rusland rond 1917, was het proletariaat in de minderheid. Babrak Karmal was de leider van de gematigden en zou in 1980 staatsleider worden!

Nadat het militair het regime van president Mohammed Daoud Khan omverwierp, werd de Democratische Republiek Afghanistan uitgeroepen. Taraki en zijn Khalq hadden de meerderheid binnen de Revolutionaire Raad. Maar hun sektarisme zorgde voor onrust. Taraki wou dat alle leger officieren zich bekeerde tot het revolutionaire gedachtegoed van de Khalq. Wie weigerde werd als ''contra-revolutionair'' opgepakt. Natuurlijk waren de Parcham hier fel tegen, want er waren genoeg officieren die gematigd socialistisch dachten en dus meer geneigd waren om Babrak Karmal te steunen!

De radicale Taraki begon met massieve zuiveringen binnen de overheid, leger en partij. Veel leden van de Parcham werden verbannen en ook Babrak Karmal kreeg het zwaar. Maar wie vooral te lijden had onder het radicalisme van de Khalq waren Afghanen die behoorde tot de bourgeoisie. Vooral rijke landeigenaren en religieuze leiders zagen hun bezit verdwijnen. Ook de meerderheid van de bevolking was tegen Taraki, zeker omdat de Khalq het staats-atheïsme invoerde en de islam verwierpen. Al na enkele maanden werd duidelijk dat de bevolking zich tegen het stalinistische bewind zou keren. Conservatieve islamistische leiders riepen op tot verzet ( Jihad ) tegen het ''godloze'' regime van Taraki!

Onder zijn eigen aanhang groeide de angst voor een opstand. Hafizullah Amin was een hechte vriend van Taraki, maar hij en de Khalq leider kregen flinke ruzies. Dit kwam voornamelijk omdat Taraki vreselijk sektarisch dacht. Toen Amin een bezoek bracht aan het presidentiële paleis werd hij bijna vermoord door onbekenden. Onder de veronderstelling dat Taraki achter de mislukte moordaanslag zat, pleegde Amin een staatsgreep. Hierna had hij een gesprek met Sovjet leider; Leonid Ilyich Brezhnev. Hij vroeg wat hij met Muhammad Taraki moest doen. Brezhnev zei dat dit de keuze van Amin was. Met die gedachten in zijn hoofd liet de nieuwe leider zijn voormalige vriend Taraki executeren. De leider van de Khalq stierf door verstikking met een kussen!

Daarop werd Hafizullah Amin leider van de volksdemocratische partij en voorzitter van de Revolutionaire Raad. Zijn bewind duurde slechts een maand en enkele dagen. Hij kon de onrust in het land niet tegenhouden. Ook de Sovjet-Unie keek bezorgd toen de islamistische oppositie zich verenigde onder de naam; Moedjahedien. In wanhopige pogingen om de bevolking achter zich te krijgen, begon Hafizullah Amin zelfs te beweren dat de islam geen vijand was en hij noemde Allah vaak in zijn toespraken. Echter het volk zag in Amin een wrede dictator, die andersdenkenden liet vermoorden. De Moedjahedien riepen iedere Afghaan op tot Jihad, tegen de atheïstische overheid!

De buitenlandse politiek van Hafizullah Amin was minder gericht op de Sovjet-Unie. Dit viel niet goed in smaak bij het Kremlin, die bang waren dat Afghanistan te zelfstandig zou worden. Daarom nam men in Moskou het besluit om Amin te doden en de gematigde stalinisten aan de macht te zetten. Operatie Storm-333 was een geheime missie van Speciale Sovjet Commando's. Hun taak was het om het presidentiële paleis te bestormen en Hafizullah Amin te doden. Op 27 december 1979 vielen 660 commando's het presidentiële paleis aan. Hafizullah Amin werd beschermd door 2.200 soldaten, maar die waren niet in staat om de commando's tegen te houden. Na enkele uren vechten waarbij 20 Sovjet commando's en 400 Afghaanse soldaten stierven, werd Hafizullah Amin gedood. In de eerste instantie wou hij niet geloven dat Sovjet-Unie hem wou doden. Pas nadat men hem vertelde dat Russen op hun schoten, snapte Amin dat het Kremlin hem dood wou!

Na de slag om het presidentiële paleis begon de Sovjet-Unie met een massieve invasie van Afghanistan. 80.000 soldaten en 1.200 tanks rolde Afghanistan binnen. Babrak Karmal, de leider van de gematigde stalinisten, werd leider van de Volksdemocratische Partij van Afghanistan. Na bijna een jaar van onderdrukking door de radicale Khalq, wouden de Parcham wraak. Er werden speciale tribunalen opgericht om tegenstanders van Karmal te berechten. Vooral aanhangers van Amin kregen het zwaar, nu waren zij degene die vervolgt en gearresteerd werden. Het sektarisme tussen de twee groepen was zo heftig dat de Sovjet-Unie uiteindelijk moest ingrijpen. Er werd een compromis besloten, maar de diepe sektarische haat tussen Parcham en Khalq zou nooit verdwijnen!

Onder Karmal nam Afghanistan een gematigd stalinistisch bewind aan. Het staats-atheïsme bleef bestaan en ook de officiële propaganda zei dat het land op weg was naar het socialisme. Echter de rode vlag van Taraki uit 1978 werd vervangen door een vlag met de Afghaanse kleuren. Maar het volk van Afghanistan moest niets van Karmal hebben. In hun ogen was hij een marionet van Moskou, wat inderdaad het geval was. De Sovjet-Unie hield het regime van de Volksdemocratische Partij van Afghanistan in leven. In totaal waren bijna 100.000 Sovjet soldaten gestationeerd in het land. Het Nationale Leger van Afghanistan bezat slechts 55.000 soldaten. Ze waren volledig afhankelijk van de Sovjet-Unie!

Dankzij de achtergesteldheid van het land, wisten conservatieve islamieten veel steun te winnen. Religieuze leiders riepen Jihad uit, een heilige oorlog tegen de stalinisten. Doordat Afghanistan een diep gelovig land is, voelde veel Afghanen het als religieuze plicht om tegen de marionet Karmal te strijden. Ook moslims uit Pakistan trokken naar Afghanistan om hun moslimbroeders te helpen. Door de wreedheid van veel Sovjet soldaten, groeide het islamistische verzet steeds sterker. Uiteindelijk zou Afghanistan het Vietnam voor de Sovjet-Unie worden!

In 1985 kwam een nieuwe Sovjet leider aan de macht. Mikhail Sergeyevich Gorbachev vond dat Babrak Karmal verantwoordelijk was voor de problemen in het land. Karmal smeekte om leider te mogen blijven, maar het Kremlin had genoeg gezien. Gehaat door zijn volk en in de steek gelaten door de Sovjet-Unie trad Babrak Karmal af. Hij werd opgevolgd door een man die zijn aanhang had in de geheime staatspolitie. Dr. Mohammad Najibullah was niet alleen een dokter in medicijnen, maar ook de minister van staatsveiligheid onder Karmal tussen 1980 en 1985. Najibullah leidde de gehate; Khadamat-e Aetla'at-e Dawlati ( KHAD ). Net als de KGB was de KHAD het zwaard en schild van de heersende stalinisten. De organisatie werd in 1979 opgericht en kwam volledig onder KGB controle!

Dokter Najibullah steunde Gorbachev en dat leidde ertoe dat hij in 1986 leider werd van de Revolutionaire Raad. Anders dan Taraki, Amin en Karmal was Najibullah niet sektarisch. Hij was juist vreselijk pragmatisch en deed alles om toenadering te zoeken tot de islamistische Afghanen. In september 1986 was Najibullah al begonnen met zijn Nationale Verzoening. De overheid zocht contact met delen van de islamistische oppositie. Het doel was om een coalitie overheid op te stellen van stalinisten en islamieten. De onderhandelingen mislukte omdat de Moedjahedien de totale capitulatie eiste van Najibullah!

De overheid van Afghanistan begon afstand te nemen van het marxisme-leninisme ( stalinisme ). Het land werd hernoemt in de Republiek Afghanistan, alle socialistische symboliek werd uit het nationale embleem gehaald. Najibullah liet de Revolutionaire Raad in 1988 ontbinden, in haar plaats kwam een nationaal parlement ook werden oppositie partijen gelegaliseerd. Toch weigerde de Moedjahedien om de strijd te staken. De islamieten wouden de totale verwoesting van het seculiere bewind en de oprichting van een islamistische republiek. Ze werden hierin gesteund door de Verenigde Staten van Amerika, die miljarden dollars gaven aan de islamistische strijders. De logica van de Amerikanen was duidelijk, de Moedjahedien vochten tegen de Sovjet-Unie en dus tegen het ''communisme''. Amerika was bereid om elke anticommunistische groep te steunen met geld en wapens!

Sommige democratisch gezinde intellectuelen begonnen Najibullah te steunen. Maar hun droom voor een seculier democratisch Afghanistan bleek onder Najibullah niet realistisch. Op 18 februari 1989 werd de noodtoestand uitgeroepen en de overheid arresteerde meteen 1.700 oppositie leden. Vier dagen eerder had de Sovjet-Unie zich terug getrokken. Nu stond Najibullah alleen, tegenover een massief islamistisch leger van 200.000 strijders. Die beheerste rond 1989 grote delen van het land, de overheid bestuurde in feite alleen de grote steden. De Moedjahedien genoten veel steun, mede door het totalitarisme en atheïsme van de vorige stalinistische regeringen. Het diep gelovige volk moest niets hebben van seculiere progressieve idealen. Natuurlijk moet wel vermeld worden dat de Moedjahedien en de religieuze leiders, ervoor zorgde dat iedereen die kritiek had op het islamisme meteen monddood gemaakt werd. Kritiek op islam werd net zo min getolereerd als steun voor Najibullah's overheid.

In 1990 kreeg Afghanistan een nieuwe grondwet. In deze grondwet stond dat het land een islamistische staat was. Alle verwijzingen naar secularisme en socialisme waren verwijderd. Najibullah probeerde hiermee een laatste poging om zijn Republiek Afghanistan neer te zetten als islamistisch. Maar de Moedjahedien weigerde om de strijd te staken. Ook de Volksdemocratische Partij van Afghanistan zag geen heil meer in het socialisme. De partij werd hernoemd in de Democratische Watan Partij. Najibullah bleef partijleider en president van het land. Zijn overheid had nu volledig afstand genomen van het marxisme. Leiders van de Democratische Watan Partij zeiden dat het socialisme verleden tijd was, toch bleef de westerse media het regime neer zetten als ''communistisch''. De laatste klap voor Najibullah kwam op 26 december 1991, toen de Sovjet-Unie ophield met bestaan. Zonder financiële steun vanuit Moskou, was het gedaan met Dokter Najibullah en zijn overheid.

Op 28 april 1992 kreeg de president te horen dat het voorbij was. Najibullah werd afgezet door zijn eigen partij, die bereid was zich over te geven aan Ahmad Shah Massoud. Deze gematigde islamistische leider bood Najibullah aan om Afghanistan te verlaten. Maar dit weigerde Najibullah, hij geloofde dat de Moedjahedien hem in leven zouden laten. Die waren echter diep verdeeld na de ondergang van de Republiek Afghanistan. Het voormalige islamistische verzet viel uit elkaar in drie groepen. De meest radicale groep droeg de naam; Taliban. Zij wouden een streng theocratisch islamistisch bewind, terwijl de gematigde islamieten een islamistische republiek wouden volgens Pakistaans model!

Het Nationale Leger van Afghanistan was qua materiaal niet verslagen. Echter de politieke leiding capituleerde toen generaal Abdul Rashid Dostum, overliep naar de islamieten. Met zijn verraad was het gedaan met de ''seculiere'' republiek, ook al noemde de laatste grondwet de Republiek Afghanistan nog een islamistische staat. Op 30 april 1992 was Kaboel volledig in bezit van de nieuwe Islamistische Staat van Afghanistan. Meteen werd de Sharia ingevoerd als wetgeving en alle vrouwen werden verplicht om een hoofddoek te dragen. Hiermee kwam een einde aan 14 jaar scheiding tussen religie en staat. De oude islamistische dogma's waren weer van kracht!

Tussen 1992 en 1996 vochten drie islamistische groepen om de macht in Afghanistan. De gematigden werden geleid door Ahmad Shah Massoud, Abdul Hadi Arghandiwal leidde de Hezbi Islami ( Islamistische Partij ) en Al-Qaeda steunde de Taliban. Het internationale terreur netwerk Al-Qaeda was in 1988 opgericht met Amerikaans geld. Net als de Taliban was Al-Qaeda een onderdeel geweest van de Moedjahedien. De Arabier; Osama Bin Laden uit Saoedi-Arabië werd het gezicht van deze organisatie, die als doel heeft een wereldwijd islamistisch kalifaat via terreur aanslagen op te richten!

Na vier jaar van burgeroorlog tussen gematigde en radicale moslims, wonnen de radicalen. In 1996 werd het Islamistische Emiraat van Afghanistan opgericht door de Taliban. Die voerde een schrikbewind dat veel erger was dan het beleid van Ahmad Shah Massoud. Vrouwen moesten een boerka gaan dragen en mannen werden verplicht een baard te laten groeien. Ook deed de Taliban aan openbare executies van mensen die de Sharia hadden gebroken. Het regime van de stalinisten mag dan wel wreed geweest zijn, maar het theocratische regime van de Taliban wierp Afghanistan bijna 100 jaar terug in de tijd!

Gematigde islamieten vluchten naar het noorden en bleven de Taliban bevechten. Als Al-Qaeda niet gekozen had voor de aanslagen op 11 september 2001, dan was Afghanistan misschien wel langer onder Taliban heerschappij gebleven. Maar de Amerikanen dachten dat Bin Landen misschien in Afghanistan zat en ze vielen het land binnen en verjoegen de Taliban. De gematigde islamieten werden aan de macht gezet door Washington DC en zo herhaalde de geschiedenis zich weer!

Dat zei Dr. Najibullah ook nadat hij was afgezet. Hij en zijn broer leefde tussen 1992 en 1996 in de VN Ambassade. Maar de radicale Taliban erkende de VN niet en nadat Kaboel hun bezit was, vielen ze de ambassade binnen. Najibullah en zijn broer werden vreselijk gemarteld en gecastreerd. Hierna droeg de Taliban de voormalige president naar buiten en hingen hem en zijn broer op aan een lantarenpaal. Babrak Karmal was de enigste ex-leider die na de moord op Najibullah nog leefde. Hij had generaal Abdul Rashid Dostum nog in 1992 geholpen om zijn rivaal Najibullah te verslaan. Maar Karmal had weinig politieke macht meer na de ondergang van de Republiek Afghanistan. In december 1996 stierf de voormalige Parcham leider aan longkanker in Moskou!

Nadat de Taliban in 2001 verdreven werden, stichtte de gematigde islamieten de Islamistische Republiek Afghanistan na Pakistaans model. Al 13 jaar is Hamid Karzai, leider van het land. Maar net als Babrak Karmal is deze Hamid Karzai een marionet. Zonder zijn Amerikaanse bondgenoten is het best mogelijk dat de Taliban weer in staat zijn om Afghanistan te veroveren. Sinds de oprichting van de Islamistische Republiek Afghanistan tien jaar geleden zijn 10.000 Afghaanse soldaten gedood door Taliban. Ongeveer 17.000 Afghaanse burgers zijn gedood in de strijd tussen de gematigde islamieten, hun westerse bondgenoten en de radicale islamieten van de Taliban!

Wat beschermd het westen in Afghanistan? Een democratische natie? Een seculiere staat?? Fout, fout en nog eens fout. Het regime van Hamid Karzai is niet alleen corrupt en ondemocratisch, maar ook theocratisch. Zijn overheid duld geen politieke partij/beweging die de islam afwijst. Dit beschermd het westen dus, hiervoor zijn onze jongens en meiden gestorven. Om een corrupt theocratisch regime in leven te laten. Vrouwen zijn tweederangsburgers in dit zogenaamde ''democratische'' Afghanistan. Het dragen van een hoofddoek is verplicht, niets vrijheid van meningsuiting. Wie de islam afwijst heeft geen recht op vrijheid volgens de islamieten. Daarom is het islamisme een vijand van de democratie, het socialisme en de vooruitgang. Islamisme wil de heerschappij van een religie, het is een conservatieve theocratische ideologie die wij revolutionair socialisten keihard afwijzen! 

Nederland speelt ook nog een kleine rol in dit conflict. Want de Nederlandse overheid heeft in het jaar 2000 besloten dat alle officieren van het voormalige Nationale Leger van Afghanistan ( 1978-1992 ) allemaal schuldig zijn aan oorlogsmisdaden. Veel officieren en hun gezinnen zijn gevlucht na 1992 en velen kwamen in Europa terecht. Nederland heeft het idiote idee in haar hoofd gezet om al die mannen neer te zetten als oorlogsmisdadigers. Waarom? Nederland zegt dat ze in 2000 te horen kregen dat het voormalige Nationale Leger van Afghanistan ( vooral de KHAD ) zich schuldig maakte aan grootschalige misdaden tegen het Afghaanse volk. Omdat men geen individuen kan noemen, moet elke ex-officier maar meteen een ''massamoordenaar'' zijn volgens Nederland. 

Volgens die logica zouden wij revolutionair socialisten alle Nederlandse koloniale soldaten neer kunnen zetten als ''oorlogsmisdadigers''. Maar nee, alleen de kapitalistische staat mag zoiets doen. Dus worden ex-officieren van de Democratische Republiek Afghanistan door de Nederlandse IND neergezet als ''oorlogsmisdadigers''. Nederland vertrouwt puur op informatie bronnen uit Pakistan. Een land dat juist de islamistische oppositie tegen de stalinisten steunde. 22 jaar na de ondergang van Najibullah en zijn regering, worden ex-officieren uit het voormalige Nationale Leger van Afghanistan behandeld als oorlogsmisdadigers. Hoe moet dat voelen voor hun vrouwen en kinderen als ´´rechtsstaat´´ Nederland hun vaders beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid, puur omdat ze lid waren van het Afghaanse leger tussen 1978 en 1992!!



Afghaanse meisjes hadden tussen 1978 en 1992, meer vrijheid 
dan in het huidige Afghanistan!

Meer productiewerk naar laagloon landen

De kapitalisten klasse blijven hun productiewerkzaamheden verplaatsen naar het buitenland. Dit is een veel voorkomende trend binnen de productie sector. Het verplaatsen van banen naar laagloon landen begon rond 1979. In dat jaar kwam het neoliberalisme aan de macht in Europa en de VS. President Jimmy Carter had al belangrijker markthervormingen doorgevoerd, maar het waren Ronald Reagan en Margaret Thatcher, die begonnen met de invoering van het neoliberalisme. Het bedrijfsleven kreeg ook de mogelijkheid om productiewerk naar andere landen te verplaatsen, met de opening van de Chinese en Indische arbeidsmarkt. Anno 2014 verdwijnen nog veel banen, omdat het kapitalisme liever laagloon mensen in dienst heeft!

Het bedrijfsleven gebruikt het verplaatsen van banen, ook al drukmiddel tegen vakbonden. Hoe vaak dreigen ze niet met massaontslagen en het sluiten van fabrieken, als werknemers niet akkoord gaan met slechtere arbeidsvoorwaarden. Door de zwakheid van de vakbonden konden de kapitalisten veel van hun eisen doordrukken. In plaats van strijd te organiseren, gingen vakbondsleider juist akkoord met de eisen van het kapitaal. Puur omdat het bedrijfsleven de arbeidersklasse in een houdgreep had en de politiek was toch al hun lakei. Klassenverrader Wim Kok is zo'n lakei van het kapitalisme. In de jaren 70 streed hij als vakbondsleider tegen kapitalistische uitbuitingen, maar in de jaren 80 draaide hij helemaal bij. Als minister president van Nederland, voerde Kok tussen 1994 en 2001 het neoliberale systeem in. Privatiseringen en lasten verlagingen voor het bedrijfsleven waren aan de orde, toch verdwenen veel banen naar China en India!

Met de opening van de Berlijnse Muur en de ondergang van het stalinisme, vielen de communistische partijen weg. De partijen die ooit de grootste bedreiging vormde voor de kapitalistische partijen implodeerde. Sociaal democratische partijen verklaarde zich volledig loyaal aan de principes van het neoliberale kapitalisme, overal lieten de sociaal democraten dit duidelijk merken. Revolutionair socialisten die nog werkte binnen de sociaal democratie werden geroyeerd en buitengesloten. De ondergang van het stalinisme en de capitulatie van de sociaal democratie, kwam het bedrijfsleven heel goed uit. Ook kregen ze nieuwe mogelijkheden in Oost-Europa, waar nieuwe regeringen bereid waren om alles voor westerse ''investeerders'' te doen!

In de jaren 90 werd veel productiewerk al verplaatst naar landen zoals China. Dit land was in 1949 een maoistische volksrepubliek geworden. Mao Zedong sloot het land voor bijna 30 jaar af van de buitenwereld. Anders dan Joseph Stalin was Mao Zedong een aanhanger van het agrarische socialisme. Het maoïsme predikt dat de boerenklasse de revolutionaire voorhoede van de revolutie vormen, dit in tegenstelling tot het marxisme-leninisme ( stalinisme ) dat juist de arbeidersklasse ziet als voorhoede. Toen Mao Zedong in 1976 stierf was China totaal verwaarloosd. Het was Deng Xiaoping die orde op zaken stelde. In 1978 nam hij het roer van Mao's opvolger over en vijf jaar later domineerde Xiaoping's aanhang de Chinese Communistische Partij!

Xiaoping begon met Speciale Economische Zones. Hier mochten buitenlandse bedrijven gebruik maken van Chinese arbeidskrachten. In feite verkocht Deng Xiaoping zijn arbeiders aan buitenlandse kapitalisten. De Chinese Communistische Partij stapte helemaal af van het dogmatische maoïsme en werd per jaar pragmatischer. Door de goede ervaringen met Chinese arbeidskrachten, kregen steeds meer bedrijven interesses in China. Sovjet leider Gorbachev wou ook gaan experimenteren met het kapitalisme. Maar anders dan Deng Xiaoping voerde Gorbachev ook politieke hervormingen door, iets wat de Chinese bonzen nooit deden. Ondanks de economische groei en hervormingen, waren vooral arbeiders en studenten niet tevreden. Want veel sociale voorzieningen werden hervormd. Studenten merkte dat ondanks de economische hervormingen, er geen politieke vrijheid kwam. Samen met arbeiders gingen ze daarom demonstreren op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing ( Peking ). De partij bureaucratie was in shock en wist even niet wat ze moesten doen. Want de opstandige arbeiders en studenten waren massief uitgerukt om tegen de regering te demonstreren. Na één maand, twee weken en zes dagen besloot Deng Xiaoping om geweld te gebruiken. De demonstraties werden hardhandig beëindigd. Hoeveel doden er vielen is nooit duidelijk geworden. China beweert dat slechts 246 werden gedood, andere spreken van minimaal 800 tot maximaal 2.600 doden!

De Chinese Communistische Partij bleef doorgaan met kapitalistische politiek. Al snel mochten ook Chinese kapitalisten hun slag slaan en anno 2014 heeft China enorm veel miljonairs. Ondertussen leven 800 miljoen van de 1,2 miljard Chinezen, nog steeds in armoede. Het kapitalisme heeft 120 miljoen Chinezen rijker gemaakt, maar daarvoor moesten ze een prijs betalen. Tegenwoordig draait alles in China om geld. De hele mentaliteit van het volk is gericht op hebzucht, geldhonger en drang naar rijkdom. Dit wordt allemaal aangemoedigd door de partij bonzen en het hypocriete westerse bedrijfsleven. Door de opening van de Chinese economie zijn westerse landen veel positiever geworden, nu is de Volksrepubliek China een zeer grote handelspartner. Terwijl nog steeds 2/3 van alle Chinezen met weinig moet rondkomen, lachen onze ''democratische'' leiders met de staats-kapitalistische bonzen van de Chinese ''Communistische'' Partij. Als het gaat om handelsbelangen, dan staan mensenrechten altijd op de tweede plaats bij westerse landen! 

Ondanks de neoliberale omslag in de jaren 80/90, bleef het kapitalisme productiewerk verplaatsen naar laagloon landen. Toen Oost-Europa tussen 2004 en 2007 lid werd van de Europese Unie, gingen veel bedrijven naar landen zoals Polen, Roemenië en Bulgarije. Toch worden die landen er niet rijker op. Het arbeidsloon die westerse bedrijven betalen is zo gering dat arbeiders nog steeds met weinig geld zitten. Minimumloon in Polen is 405 euro per maand, dat geld alleen als je 40 uur per week werkt. Roemenië en Bulgarije hebben nog lagere minimumlonen. 190 euro per maand in Roemenië en 170 euro in Bulgarije. De overheden van Oost-Europese landen zijn behoorlijk neoliberaal ingesteld. Ook ex-stalinisten stellen zich volledig in dienst van het bedrijfsleven. De ''Socialistische'' Partij van Hongarije en de Bulgaarse ''Socialistische'' Partij, doen niets tegen de enorme uitbuiting van hun arbeiders. Het kapitalisme dreigt massaal uit laagloon landen te vertrekken mochten overheden hogere belastingen heffen of het minimumloon verhogen. Zo blijven landen slaven aan de ketting van het neoliberalisme!

Doordat veel bedrijven hun productiewerkzaamheden verplaatst hebben naar elders, komen veel productiewerkers in het westen op straat te staan. Deze mensen hebben meestal jaren gewerkt en nu staan ze op straat. Wanhoop en woede is wat vele ervaren, rechtse populisten weten daar een slaatje uit te slaan. Buitenlandse arbeiderskrachten krijgen de schuld van de groeide werkeloosheid. Rechts populistische politici beweren dat ethische minderheden voor problemen zorgen. Ondertussen zwijgen ze als doden, over het feit dat het bedrijfsleven zorgt voor werkeloosheid. Die verplaatsen massaal banen naar laagloon landen, puur omdat ze uit zijn op meer winsten en meer rijkdom. Dit moet allemaal gaan te kosten van de mensen, maar daar kijken kapitalisten niet naar!

Revolutionair socialisten roepen arbeiders in laagloon landen op om in verzet te komen. Arbeiders in Oost-Europa en Azië moeten zich bevrijden uit de klauwen van het kapitalisme. Ze moeten daarbij niet vertrouwen op kapitalistische politici. Alleen een arbeiderspartij op een socialistisch programma kan de massa's leiden naar een socialistisch alternatief. Zo'n arbeiderspartij is wat vooral Oost-Europa mist. Zeker in landen zoals Polen, Hongarije, Roemenië en Bulgarije, is het noodzakelijk dat een socialistisch alternatief ontstaat op de neoliberale politieke partijen. Probleem is echter het anticommunisme, dat enorm veel macht bezit in die landen. Linkse politici krijgen meteen de misdaden van het stalinisme over zich heen en worden ''smerige communisten'' genoemd. Zelfs de neoliberale sociaal democraten worden nog vaak ''communisten'' genoemd in de anticommunistische media! 

In het westen is het ook belangrijk dat een socialistisch alternatief komt. Hier en daar zijn linkse formatie opgebouwd, maar die missen vaak een socialistisch bewustzijn. Veel nieuwe linkse partijen komen uit de stalinistische of sociaal democratische traditie. Breken met zowel het stalinisme als de sociaal democratie is lastig voor linkse partijen. De communistische partijen die Sovjet-Unie overleefde, zitten nog steeds in de waan dat de USSR een alternatief bood. Deze oud-communisten kunnen en willen niet toegeven dat ze totalitaire en misdadige regimes steunde. Daarom houden vele vast aan de illusie die Joseph Stalin verspreidde. De illusie van een sterk ''socialistisch'' Oost Blok onder Sovjet leiding tegen het criminele kapitalistische westen. Op het laatste punt had Stalin gelijk, maar het Oost Blok was echt geen bastion van arbeiders. Wij revolutionair socialisten hebben het stalinisme nooit gesteund en zullen dat nooit doen. Onze wortels liggen juist in de anti-stalinistische Linkse Oppositie in de Sovjet-Unie die tussen 1923 en 1927 tegen Stalin vocht!

Wij arbeiders moeten breken door de houdgreep van het bedrijfsleven. We moeten strijden tegen de kapitalisten en politieke lakeien. Van sociaal democraten hoeven we geen steun te verwachten, ook vakbondsbureaucraten staan niet aan onze kant. Wij hebben mensen nodig zoals Bob Crow, een Britse vakbondsleider die zeer recent is overleden. Crow was nog een echte strijder, een man die niet aan vuile compromissen deed, maar wie bereid was om fel te strijden voor zijn arbeiders. Het kapitalisme vreesde Bob Crow dan ook terecht, zeker omdat hij zich nog een communist noemde!

Het is logisch dat arbeiders in laagloon landen niet snel durven te staken. Ze zijn volledig afhankelijk van het kapitalisme, die hun van een hongerloontje voorziet. Van hun politici hoeven ze al helemaal niets te verwachten, want die likken de konten van het bedrijfsleven volledig. Van liberalen tot sociaal democraten, allemaal staan ze aan de kant van het grote geld. Mocht een socialistisch alternatief ontstaan dan zullen de kapitalisten via de beurzen voor sociale onrust zorgen. Massaontslagen en kapitaalvlucht is wat de heersende klasse zal proberen om via de politiek een land neoliberaal te houden. Dit laat zien hoe de markten ons leven dicteren. Als het fout gaat met de markten, brullen politici dat we juist meer neoliberale politiek moeten voeren, allemaal om het bedrijfsleven tevreden te houden! 

Een laatste voorbeeld van het verplaatsen van productiewerk is de Amerikaanse stad; Detroit. Ooit een metropolis van 1,7 miljoen mensen. Tussen 1945 en 1957 werden bijna 25 autofabrieken gebouwd. Drie grote automerken zorgde ervoor dat ze een monopolie kregen op de autoverkoop door kleine autofabrieken dood te concurreren. In de fabrieken werkte vooral blanke arbeiders. Door het racisme in de VS, kregen de blanken de beste banen. Zware arbeiders hadden het lastig en moesten het met slecht betaald werk doen. Detroit had een Apartheidstelsel, blanken en zwarten leefde gescheiden van elkaar. In de jaren 60 woonde de blanken in mooie buitenwijken van de stad. De zwarten leefde in het centrum, in achterstandsbuurten waar veel armoede en criminaliteit heerste. Na jaren van vernedering, armoede en racisme kwamen zwarte jongeren in opstand. Op 23 juli 1967 ontstonden rellen die ontaarde in bloedige confrontaties tussen politie en demonstranten. 43 mensen werden gedood, 1.100 raakten gewond en 7.200 werden opgepakt. De economische schade was enorm, 2,500 winkels waren vernietigd en geplunderd. 388 families werden dakloos, 400 huizen raakte onherstelbaar beschadigd!

Blanke arbeiders besloten na de rassenrellen om Detroit te verlaten. Ook het bedrijfsleven had te maken met economische problemen. De autoverkoop daalde en veel fabrieken gingen failliet. In de jaren 80 verplaatste veel automerken hun autoproductie. Detroit werd een spookstad, met enorm veel lege gebouwen en fabrieken. Nu leven nog maar 700.000 mensen in de stad, waarvan bijna 84% van Afrikaanse afkomst is. De blanken konden dankzij hun geld verhuizen, maar de zwarte arbeiders hadden het geld niet om Detroit te verlaten. Nu in het jaar 2014 is de stad failliet verklaard. Aan alles is tekort, er is geen geld voor politie en brandweer. Het bedrijfsleven laat Detroit links liggen. Door de armoede is er veel criminaliteit, bewapende bendes maken het centrum nachts onveilig en de politie is door geldgebrek niet in staat om adequaat op te treden. Deze stad is het levende bewijs van kapitalistische ongelijkheid. Rechtse politici geven de etnische minderheden de schuld, die zouden het bedrijfsleven weg houden uit de stad. Maar het is juist het bedrijfsleven die met hun racistische selectie, de zwarte arbeiders aandreef tot de rellen van 1967. Het was ook het kapitalisme dat de productiewerkzaamheden verplaatste naar andere Amerikaanse steden in de jaren 70 en 80!



In de jaren 70 en 80 verplaatste het kapitalisme bijna alle
productiewerkzaamheden uit de stad; Detroit!

25 jaar geleden: De val van de Berlijnse Muur

Geschiedenis wordt bijna geheel door de overwinnaars geschreven. Vandaar dat talloze reportages, televisieprogramma´s en krantenartikels de handtekening dragen van de heersende kapitalistische klasse. Ze hebben het over het einde van een wrede dictatuur, de overwinning van de democratie, de gewonnen vrijheden en het samenkomen van een volk dat 40 jaar gescheiden leefde. Wat was de echte betekenis van de beweging in Duitsland 25 jaar geleden?

Aangepaste versie van een artikel door Tanja Niemeier van de Linkse Socialistische Partij ( België ) 

Ze hebben het over het einde van een wrede dictatuur, de overwinning van de democratie, de gewonnen vrijheden en het samenkomen van een volk dat 40 jaar gescheiden leefde. Ongetwijfeld zullen ze het ook hebben over de moed van de toenmalige DDR-bevolking om in opstand te komen en het bureaucratische regime ten val te brengen. De hereniging van Duitsland op kapitalistische basis zal klinken als het logische gevolg van deze – inderdaad moedige en indrukwekkende – massabeweging.

Voor de heersende klasse komt dit goed van pas nu de kapitalistische economie in een zware crisis verkeert. De gevolgen zijn inmiddels zichtbaar. Een groot deel van de arbeidende bevolking en de jongeren is er zich wel van bewust dat zij opdraaien voor deze kapitalistische crisis. De woede stijgt en zal leiden tot een legitimiteitscrisis van het systeem. Ook de stalinistische versie van het socialisme kende eind de jaren ’80 een zware legitimiteitscrisis. De bevolking wou meer democratie, meer vrijheid,… Maar wat is het alternatief? Zowel in 1989 als in 2014 is dit de centrale vraag.

“Het socialisme heeft gefaald”, “Marx is dood, Jezus leeft”. Deze uitspraken, die onmiddellijk na de val van de muur de ronde deden, hebben een stempel gedrukt op het bewustzijn van de internationale arbeidersklasse. De val van de Berlijnse Muur staat symbool voor de val van het socialisme (lees: stalinisme) in het algemeen. Het heeft de wereld veranderd. Het heeft geleid tot frustratie en demotivatie ter linkerzijde. Het heeft de koers naar rechts binnen de sociaaldemocratie en de vakbondsleiding versneld. Een correcte schets van deze gebeurtenissen is cruciaal voor iedereen die vandaag en morgen de zoektocht begint naar een economisch en ideologisch alternatief op het kapitalisme.

Glasnost en Perestroika

De protestbeweging die leidde tot de revolutionaire ontwikkelingen in de DDR van oktober 1989 tot januari/februari 1990 ontstond in een internationale context.

In de Oostbloklanden werkte de economie niet volgens de principes van de vrije markt, maar op basis van een geplande economie. De productiemiddelen waren niet in privé-handen, winstmaximalisatie was niet de drijfveer van de productie.

Openbaar vervoer, huisvesting, onderwijs, boeken, eten en zelfs speelgoed en bloemen werden goedkoop ter beschikking gesteld aan de bevolking. De bureaucratische planeconomie kende weinig directe inbreng, inspraak en controle van arbeiders en gebruikers. Alles werd centraal gepland. Het gebrek aan democratie leidde tot starre en bureaucratische planning, wat op zijn beurt leidde tot tekorten (zoals bvb wachttijden van 10 jaar voor een auto of 8 jaar voor een telefoon) en soms tot slechte kwaliteit van producten. In de jaren ‘80 ontwikkelde de bureaucratie in de meeste landen tot een totale rem op de planeconomie, werden de tekorten groter en daalde het BBP.

In 1985 kwam Michail Gorbatsjov aan de macht in de Sovjetunie. Zijn programma van Glasnost (opening) en Perestroika (hervorming) was in feite een eerste aanzet tot kapitalistische restauratie. Maar het werd door veel mensen als “een nieuwe frisse wind” ervaren. Er bestonden heel wat illusies in de verandering van koers in de Sovjetunie. Het tolereren van een zekere mate van publieke discussie had ook gevolgen in Oost-Duitsland.

Mensen durfden op café opeens openlijk kritisch te zijn. De kritiek ging vooral over het gebrek aan democratische rechten, de vrijheid om te reizen en bezorgdheid over de economische toestand. De eerste kleine protestacties vonden plaats. Meestal diende de kerk, die een speciaal statuut genoot, als “onderdak” voor de oppositie. De bureaucratie was alert en gebruikte repressie als wapen.

Ongenoegen komt tot uiting

In mei 1989 waren er twee belangrijke gebeurtenissen in de aanloop naar de revolutionaire massabeweging die later zou volgen.

Op 2 mei opende Hongarije zijn grens met Oostenrijk. Voor het eerst sinds lang bood dit ook de mogelijkheid om de DDR te verlaten zonder grote moeilijkheden.

Even belangrijk waren de gemeenteraadsverkiezingen van 7 mei. Aangezien er meer openlijk kritiek werd gegeven op het regime, wist de bevolking dat de reële steun voor het regime beperkt was. Weinigen hechtten enig geloof aan de officiële verkiezingsresultaten die stelden dat 98,77% van de kiezers voor de regeringskandidaten hadden gestemd. Het provoceerde een diepe woede en dezelfde avond nog trokken 1.500 mensen de straat op.

Ook elders komt het ongenoegen tot uiting. Op 4 juni eindigde de protestbeweging van Chinese studenten en arbeiders in het bloedbad op Tien An Men. Die gebeurtenissen werden wereldwijd gevolgd. In Oost-Duitsland kreeg Tien An Men een bitter nasmaak. Her regime keurde de repressie officieel goed. Neue Deutschland, het propagandablad van de bureaucratie, schreef: “het [de repressie] was een noodzakelijk antwoord op de oproer van een minderheid”. Het scenario van een gelijkaardig optreden tegen de beweging in eigen land leek een reële optie.

De Exodus – “wir wollen raus”

In augustus en september 1989 beslisten steeds meer mensen om de DDR via Hongarije en Tsjecho-Slowakije te verlaten. Eind september hadden reeds 25.000 mensen, waaronder veel jongeren, het land verlaten. In oktober volgden 57.000 anderen en in de eerste week van november liep het op tot 9.000 mensen per dag.

Dit bracht onvermijdelijk discussie met zich mee in de beweging. “Wat gaat er gebeuren als iedereen wegloopt? Gaat de economie in elkaar storten vanwege een gebrek aan arbeidskrachten? Wij willen niet weglopen. Dit is onze thuis. Maar we willen verandering. We willen dat er iets gebeurt.” Terwijl steeds meer mensen vertrokken, was er ook een toenemend aantal deelnemers aan de protestbetogingen.

De bureaucratie probeerde het tij nog te keren. In de eerste week van oktober waren er feestelijkheden om “40 jaar DDR” te vieren. Met een bombastisch feest moest de macht en de dominantie van de bureaucratie worden aangetoond. De betogingen aan de vooravond van het feest werden onderdrukt: 1.300 betogers werden opgepakt.

Maar ook binnen het regime ontstonden de eerste meningsverschillen. Er werd vol spanning uitgekeken naar de eerstvolgende, intussen de zesde, maandagbetoging in Leipzig. Daarbij kwamen er maar liefst 70.000 betogers op straat, de grootste mobilisatie tot dan toe. Het regime reageerde niet, ook niet met repressie. Dat werd op zich gezien als een overwinning en een teken van zwakte bij de bureaucratie. Het zelfvertrouwen nam toe en de beweging werd offensiever.
Erich Honecker, de toenmalige minister-president en de vertegenwoordiger bij uitstek van het regime, werd het eerste slachtoffer. Het regime offerde hem op in een poging om de beweging te kalmeren. Op 17 oktober nam hij ontslag wegens “gezondheidsredenen”.

Maandagbetogingen: “Wir bleiben hier – Wir sind das Volk”

De beweging liet zich echter niet zomaar kalmeren. Integendeel! De hoofdslogan was intussen aangepast tot “wij blijven hier” en “wij zijn het volk”. De maandagbetogingen bleven verder aangroeien. Op 9 oktober waren er 70.000 betogers, op 16 oktober 120.000, op 23 oktober 250.000 en op 30 oktober waren het er al 300.000. De beweging kende ook een geografische uitbreiding.

De massa’s betraden het politieke toneel en het regime vertoonde interne barsten. Dat zijn twee wezenlijke kenmerken van een revolutie. Op dat ogenblik was er geen enkele eis die wees op een verlangen naar een terugkeer van het kapitalisme of een eenmaking met het andere Duitse buurland.

De centrale eisen gingen over meer democratie, vrije verkiezingen en het einde van de in de grondwet gebetonneerde positie van de regimepartij SED (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands). Op alle betogingen werd de Internationale gezongen. In een interview met BBC stelde Jens Reich, een leidinggevende figuur van het Neues Forum: “Volgens mij kan en zou de DDR als onafhankelijke eenheid binnen Europa moeten blijven bestaan. We zijn een socialistisch land en willen dit ook blijven. Natuurlijk zijn er hervormingen en veranderingen nodig, maar toch is de Duitse hereniging niet aan de orde. Ik denk niet dat dit realistisch of wenselijk zou zijn.”

“Dit is een socialistische betoging”

De doorbraak en het hoogtepunt van de revolutionaire beweging kwam er met een betoging op 4 november. Naargelang de bron waren er 500.000 tot 1 miljoen betogers in Berlijn. Ook deze betoging liet geen twijfel bestaan over het pro-socialistische karakter van de beweging. Het klopt dat er voor het eerst spandoeken waren met slogans als “Duitsland, Vaderland”, maar dat bleef geïsoleerd.

De betoging werd geopend met de slogan: “Dit is een socialistische betoging”. Eén van de sprekers was de schrijver Stefan Heym. Hij riep op om eindelijk te beginnen aan de uitbouw van het echte socialisme, een socialisme dat deze naam waardig was. Anderen hadden het over een socialisme met een menselijk gezicht.

Onder de sprekers waren er ook vertegenwoordigers van de SED, onder meer Gregor Gysi (die vandaag mee aan de leiding staat van Die Linke), die begrip toonden voor de betogingen en de eisen voor hervormingen. Deze sprekers vroegen tegelijk begrip voor de fel bekritiseerde opvolger van Honecker, Egon Krenz.

Opvallend op de betoging was dat niemand een terugkeer van het kapitalisme eiste. De spandoeken op de betoging benadrukten dit. Er waren verwijzingen naar de socialistische Oktoberrevolutie van 1917 in Rusland: “Lang lebe die Oktoberrevolution von 1989”, maar vooral veel eisen die bewust of onbewust een politieke revolutie eisten: “DDR – Direkte Demokratische Reformen”, “Weg met alle privileges”, “Privileges voor iedereen”, “Gebruik jullie macht – richt arbeidersraden op”, “Tegen monopoliesocialisme, Voor een democratisch socialisme”, “Vrije verkiezingen. Nu!”

Het regime was op dit ogenblik niet meer functioneel en stond volledig geïsoleerd in de samenleving. De macht lag op straat. Beslissende en concrete eisen op deze betoging hadden het begin kunnen vormen om een programma van politieke revolutie in de praktijk om te zetten. Helaas riepen de sprekers op het einde van de betoging alleen op om naar huis te gaan en bepaalde metro- en tramstations te mijden om zo de overlast te beperken.

De betoging van 4 november toonde de sterktes en de zwaktes van de revolutie aan. De beweging was in staat om de massa´s te mobiliseren en het oude regime te doen wankelen. De massa´s voelden hun eigen kracht en kregen zelfvertrouwen. Het karakter van de beweging was spontaan, de organisatiestructuur los. Geen enkele van de grotere oppositiestructuren had een duidelijk programma en strategie om de eis van “een humaan en democratisch” socialisme in de praktijk om te zetten. De zelforganisatie van de mensen om het dagelijkse leven in hun bedrijven, school, universiteit, wijk,… zelf in handen te nemen door raden op te richten, bleef abstract. Waar er raden of comités ontstonden, was er meestal een gebrek aan coördinatie om deze op nationaal niveau te laten functioneren. Een echte machtsstructuur die de oude structuren kon vervangen ontstond niet. Dit had zware gevolgen voor het resultaat van de revolutie.

De Muur valt

De betoging van 4 november was een echt machtsvertoon van de massa´s. De oppositie werd officieel erkend en er werden verkiezingen uitgeroepen voor mei 1990. Onder druk van de betoging werd het onmogelijke mogelijk. Op 9 november dwong de Oost-Duitse bevolking de vrijheid van reizen af. De Berlijnse Muur viel.

Tussen 9 en 19 november bezochten 9 miljoen mensen (bijna de helft van de inwoners van de DDR) West-Duitsland of West-Berlijn. Slechts 50.000 kozen ervoor om niet terug te keren. In een opiniepeiling gaf 87% van de bevraagden aan dat ze in de DDR wilden blijven wonen.

De West-Duitse regering en de kapitalistische elite hadden de gebeurtenissen aandachtig geobserveerd. Op 22 augustus stelde de toenmalige CDU-kanselier Helmut Kohl dat hij geen belang had bij onstabiliteit in Oost-Duitsland. Vanaf november kwam de West-Duitse regering wel naar voor met het idee van kapitalistische hereniging. Er werd immers gevreesd dat een socialistische massamobilisatie in het Oosten ook gevolgen zou hebben voor het bewustzijn van de arbeidersklasse in het Westen.

Ronde Tafels

De SED-bureaucratie was volledig verzwakt en stond geïsoleerd, maar ook de zwakte van de oppositie kwam tot uiting. Ondanks alle kritiek op het regime verklaarde de grootse oppositiestructuur Neues Forum : “(…) het is niet goed als de SED ten onder gaat. Het Neues Forum is niet in staat om de regering over te nemen, daarom is het best dat de regering eindelijk samen werkt met de oppositie”.

Zo ontstonden de ronde tafels. Deze hielpen het regime om te overleven op een ogenblik dat de afkeer bij de bevolking tegen dit regime enkel maar toenam. Dat werd versterkt door het einde van de censuur, waardoor tot dan toe geheim gehouden feiten aan het licht kwamen over onder meer de levensstandaard van de elite of de omvang van de afluister- en verkliktechnieken van de Stasi (staatsveiligheid).

De arbeidersklasse

De eis “Weg met het regime, weg met de SED” werd een vast punt van de demonstraties. De woede over de decadente levensstijl van de elite zorgde ervoor dat de rol van de arbeidersklasse als georganiseerde kracht veranderde. Tot dan toe waren er vooral avond- en weekendbetogingen. De arbeiders waren massaal aanwezig, maar zagen de acties als iets voor ’s avonds terwijl overdag werd gewerkt.

Die houding was een uitdrukking van het bewustzijn van de arbeiders. Ondanks alle kritiek bestond er een loyaliteit en een verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de economische productie. Omdat er geen privé-eigendom bestond, zouden stakingen alleen maar de eigen bevolking treffen. Op een moment dat de economie moeilijkheden kende en met een tekort aan arbeidskrachten kampte, zou dit bijzonder hard aankomen.

De bekendmaking van de enorme verspilling van middelen door de elite, die een vergelijkbare levensstandaard kende als de hebzuchtige kapitalistenklasse, was een klap in het gezicht. De arbeiders gingen nu wel over tot stakingsacties om het regime verder te destabiliseren.

Er werden discussies opgezet over de nood aan een nieuwe, democratische en strijdbare vakbond. Er werd een algemene staking aangekondigd voor 11 december, maar deze vond nooit plaats. Zowel regering als oppositie spraken zich uit tegen een algemene staking. Een algemene staking had een breed en open debat op nationaal niveau kunnen uitlokken onder arbeiders van verschillende bedrijven. Het had een begin kunnen vormen van de democratisering van de planning en de productie. Het gebrek aan een consequente leiding zorgde er evenwel voor dat het pro-kapitalistische kamp van de situatie kon profiteren.

Het begin van de contrarevolutie

De aarzelende houding van de oppositiebeweging en het blijven vasthouden aan de ronde tafel gesprekken, zorgde ervoor dat de West-Duitse regering van Kohl zich kon profileren als de meest consequente tegenstander van het DDR-regime. Dat leidde tot een toename van het aantal Duitse vlaggen op de betogingen. Ook de eis naar een hereniging met West-Duitsland werd prominenter.

Op de ronde tafel van eind september werd bekend gemaakt dat 59.000 van de oorspronkelijk 85.000 Stasi-werknemers nog steeds in dienst waren en dat het centraal computersysteem nog steeds in gebruik was. Dat leidde tot grote betogingen en een bestorming van de gebouwen van de Stasi. Deze gebeurtenissen verdiepten verder de haat tegenover het regime. De hoofdvijand bleef echter de bureaucratische elite. Op de volgende betogingen werden spandoeken meegedragen die de intussen tot PDS (Partei des Democratisches Sozialismus) vervelde SED omschrijven als “Partei der Stalinisten”, “Partei der Stasi” of als “Priviligien, Dominanz, Stagnation”.

Om de gemoederen te bedaren en ook uit schrik voor een dreigende algemene staking werd beslist om de verkiezingen te vervroegen naar 18 maart. Onder druk van een verslechterende economische situatie zagen de oppositiegroepen geen alternatief op de invoering van kapitalistische elementen in de economie. De verkiezingen zorgden voor een onverwacht sterke overwinning van de door Kohl opgerichte Alliantie voor Duitsland. Die haalde 42,8%. De PDS kreeg nog 16,4% van de stemmen.

Dit resultaat en de propaganda vanuit de West-Duitse elite waarin een sociale markteconomie werd beloofd, openden de deuren voor een hereniging van Duitsland op kapitalistische basis op 3 oktober 1990.

25 jaar later is voor de overgrote meerderheid van Oost-Duitsers duidelijk dat de beloofde “bloeiende landschappen” er niet meer zullen komen. Een jaar na de hereniging was de werkloosheid al gestegen van 7,2% tot 30%. Er kan snel een balans worden opgemaakt van wie won en wie verloor door de hereniging.

De Oost-Duitse arbeidersklasse houdt na 25 jaar ervaring met het kapitalisme nog altijd goede herinneringen over aan de positieve elementen van de geplande economie. In september 2005 bracht Der Spiegel een opvallende opiniepeiling. Daaruit bleek onder meer dat 73% van de ondervraagde Oost-Duitsers “de kritiek van Karl Marx op het kapitalisme vandaag nog steeds zinvol vindt” en dat 66% “het socialisme een goed idee vindt dat in het verleden echter fout is uitgevoerd”. Daarom doet de kapitalistische media in Duitsland alles om het socialisme vooral met het SED stalinisme gelijk te schakelen. Wie voor socialisme strijdt, wordt als snel met Erich Honecker en zijn DDR vergeleken. Allemaal om de massa's weg te houden van het enigste alternatief op de neoliberale dictatuur!



Massaprotesten in de DDR. Niet voor kapitalisme of 
neoliberalisme, maar voor vrijheid van meningsuiting!

Strijd, Solidariteit, Socialisme

Strijd, Solidariteit, Socialisme