Toename mishandeling Palestijnen door zionistische kolonisten

Volgens de Verenigde Naties neemt de wreedheid van zionistische kolonisten tegen Palestijnse burgers toe. Het gaat hier om ultra-conservatieve joden die zich gevestigd hebben in bezet Palestijns gebied. Dit is mogelijk omdat de misdadige Staat van Israël, sinds 1967 delen van Palestina bezet houdt. Hierdoor kunnen zionistische kolonisten zich vestigen in wat ze noemen ''heilig'' gebied. Het gedrag van deze kolonisten is alles behalve sociaal. Ze intimideren Palestijnen, pesten hun kinderen en vallen moskeeën aan. Zelfs de politici van Israël zijn dit gedrag meer dan zat en noemen het zelfs terrorisme. Toch doet de Staat van Israël hier weinig tegen, ze beschermen juist deze zionistische criminelen tegen woedende Palestijnen wiens haat tegen Israël begrijpbaar is!

Sinds 2006 is het gedrag van de kolonisten aanzienlijk verslechterd. Ze minachten niet alleen de Palestijnen, maar ook de Staat van Israël. De zionisten vinden dat de overheid zich slap op stelt en zich niet 100% inzet voor de kolonisten in de bezette gebieden. Toen premier Ariel Sharon in 2005 alle zionistische kolonisten uit de Gaza Strook haalde, was de woede onder de ultra-conservatieve joden was enorm. Als vergelding besloten kolonisten in bezet Palestijns gebied, een terreur campagne op te zetten tegen de onderdrukte Palestijnen. Meer dan 1000 incidenten tegen Palestijnen vonden plaats in het jaar 2006. Dit versterkte de woede van veel Palestijnen tegenover de zionistische kolonisten en de Israëlische bezettingsmacht! 

In 2013 werden bijna 400 meldingen gedaan van zionistische aanvallen op onschuldige Palestijnen. Het geweld wordt ook wel omschreven als 'prijskaartjes'. Olijfbomen worden omgehakt, moskeeën worden beklad en Palestijnse boeren worden in elkaar geslagen. Dit soort aanvallen zijn volgens de kolonisten de prijs die de Israëlische regering betaalt, voor het beleid dat in hun ogen kolonisten benadeelt. Het leger van Israël tolereert, de pesterijen en intimidaties door de ultra-conservatieve joden. Dit versterkt de woede onder Palestijnse jongeren die in hun haat tegen deze kolonisten, vervallen in het web van het antisemitisme! 

Ondanks dat politici uit Israël de aanvallen veroordelen, blijft de bezetting bestaan. Zionistische joden mogen zich nog steeds vestigen in bezet gebied en doen dat maar al te graag. Hun gedrag is behoorlijk anti-democratisch en racistisch. Want in hun ogen zijn de Arabieren een minderwaardig volkje. Dit zie je in schoolboeken, waarin Arabieren als ''domme'' kameelrijders worden afgebeeld. Het Arabische volk wordt dan ook systematisch gedemoniseerd in de zionistische media, vooral in Israël en de Verenigde Staten van Amerika. Nergens is dit duidelijker dan in de duizenden films die Hollywood produceert. In veel Amerikaanse films worden Arabieren neergezet als terroristen, massamoordenaars en mensen vol met haat. Een bekende film die dat doet is ''Rules of Engagement''.

In deze film schieten Amerikaanse soldaten meer dan 80 Arabische demonstranten dood, waaronder veel kinderen. In de eerste instantie lijkt het erop dat deze Arabieren onschuldig waren en vreedzaam demonstreerde. Aan het einde van de film wordt duidelijk dat dit niet het geval was. De Arabieren waren bewapend, zelfs de kinderen droegen wapens om de Amerikaanse soldaten te doden. Hierdoor hadden de Amerikanen in de film, het ''recht'' om op de demonstranten te schieten. ''Rules of Engagement'' zet Arabische demonstranten neer als gewelddadig en gevaarlijk. Zelfs Arabische kinderen zouden gevaarlijk zijn!

Zonder dat wij westerlingen het weten worden wij opgevoed met anti-Arabische gevoelens. Het is niets voor niets dat ''blanke'' jongeren in Nederland een negatief beeld hebben van Arabieren. Jongeren van Marokkaanse ouders worden vaak neergezet als ''crimineel'' en ''asociaal''. Dit terwijl Marokkanen niet eens echte Arabieren zijn. Marokkanen zijn Berbers, een nomade volk dat door de Arabieren veroverd werd. Ondanks dat de taal van Marokko het Arabisch is, behoort het Marokkaanse volk historisch gezien niet tot de volkeren uit het Midden Oosten.

Revolutionair socialisten verzetten zich fel tegen de bestaande haat tegen Arabieren. Wij verzetten ons ook tegen de bezetting van Palestina. Ons alternatief is een seculier socialistisch Israël naast een seculier socialistisch Palestina. Beidde landen kunnen dan deel worden van een vrijwillige socialistische federatie van het Midden Oosten. Maar daarvoor moeten zowel de Israëliërs als de Palestijnen afzien van hun religieus extremisme en afstand nemen van het kapitalisme/imperialisme. Israëliërs moeten ophouden met het minachten van Palestijnen en hun legers volledig terugtrekken uit bezet gebied. De Palestijnen moeten ophouden met zelfmoord aanslagen en hun antisemitisme!



Een Palestijnse vrouw, uit haar huis gezet
door lachende zionistische kolonisten!

Racisme bij politie, weer een voorbeeld

Racisme was en is nog steeds een probleem. Door de verharding van de maatschappij is ook de politie, killer en harder geworden. Waar men vroeger nog zei dat de politie agent je best vriend is, is dat anno 2014 echt niet meer. Agenten zijn niet bang om grof geweld te gebruiken bij de kleinste vergrijpen. Hardhandig zijn tegen demonstranten, mensen arresteren die protesteren tegen koning of zwarte piet, met als toppunt de arrestatie van een meisje met suikerziekte in een HEMA winkel.

Yosra Aajir is 17 jaar oud en heeft suikerziekte. Ze moet hierdoor insuline nemen om haar suikerpijl stabiel te houden. Dit houdt in dat een injectie soms buitenhuis gedaan moet worden, als de persoon voelt dat dit nodig is. Zo was ook het geval toen Yosra met haar vriendin in een HEMA waren. Ze ging naar een pashokje om een injectie insuline te nemen. Echter de bewaking had haar in de gaten gehouden en vermoedde dat ze een junkie was. Om alles nog erger te maken verloor ze wat urine toen de bewakers haar in het pashokje confronteerde!

Ondanks dat haar vriendin bevestigde dat ze geen junkie was maar iemand met suikerziekte werd ze niet gelooft. De politie werd erbij gehaald, de 17 jarige Yosra werd opgepakt voor vandalisme omdat ze door de schrik wat urine verloor. Haar moeder probeerde nog naar de HEMA te komen om met de beveiliging te praten, maar ze mocht haar dochter niet zien. Die werd hardhandig vast gehouden en afgevoerd als een crimineel!

De politie geloofde haar verhaal ook niet. Ook toen Yosra haar medicijnen liet zien werd ze niet gelooft. De politie zei dat dit een truc was die veel ''allochtonen'' gebruiken. De 17 jarige diabetespatiënte werd vanwege haar afkomst niet gelooft, dit bewijst het bestaande racisme bij de politie. Men gaat er meteen vanuit dat ze een ''junkie-vandaal'' is en alle bewijzen die daar tegen spreken ( vriendin, medicijnen, moeder ) werden niet gelooft. Want ze is een ''allochtoon'' en veel ''allochtonen'' gebruiken trucjes om weg te komen!

Een arts in het ziekenhuis, die Yosra een dag later bezoekt voor een doktersverklaring, constateert dat ze op beide bovenarmen zwellingen en bloed uitstotingen heeft. Waarschijnlijk als gevolg van de hardhandige behandeling van de beveiligers. Die hadden geen enkele illusie, het 17 jarige meisje moest wel een junkie zijn en het feit dat ze urine verloor bewijst haar ''vandalisme''. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe bang ze geweest moet zijn. Zeker omdat ze door zowel de beveiliging van HEMA, als de Nederlandse politie vanwege haar afkomst niet gelooft werd. Want allochtonen zijn ''junkies'', allochtonen zijn vandalen en gebruiken trucjes zoals suikerziekte. Dit soort racistische overtuigingen bestaan bij de politie!

Door de afkeer van veel autochtone ( blanke ) Nederlanders tegenover de ''allochtoonse'' bevolking, is ook bij beveiligers en politie een foutief beeld ontstaan. De PVV mentaliteit is helemaal doorgeslagen, zeker in steden waar veel mensen wonen van buitenlandse afkomst. De media heeft sinds de moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, veel moeite gedaan om een beeld neer te zetten van de ''asociale'' buitenlander. Het nieuws wordt nog steeds gedomineerd met verhalen over ''Marokkaanse'' jongeren die zich asociaal gedragen, dit terwijl we hier gewoon over Nederlandse jongeren praten met een Nederlandse nationaliteit.

Yosra Aajir is met de schrik vrij gekomen, maar andere hadden minder geluk. De 17 jarige Rishi Chandrikasing werd gedood omdat de paranoïde politie dacht dat hij een vuurwapen bezat. Het punt is dat de Nederlandse politie niet je best vriend is. De politie is een werktuig van de heersende klasse. Kapitalisten mogen arbeiders uitbuiten, maar politie agenten mogen stakende arbeiders in elkaar slaan. Kapitalisten mogen zich zelf verrijken, maar zwart werkers zijn meteen de grootste misdadigers!


De 17 jarige Yosra Aajir werd aangezien als junkie door
de HEMA beveiliging. Ze werd niet gelooft door politie
omdat haar verhaal een trucje moest zijn om vrij te komen!

Meer kapitalisme op Cuba en het westen is blij

Het hypocriete westen staat erom bekend dat ze enorm veel kritiek heeft op landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten. In 2/3 van alle gevallen zijn dat landen waar het westerse kapitalisme weinig macht bezit. Landen zoals Noord Korea, Cuba, Iran en tot kort Myanmar kregen erg vaak kritiek van westerse landen. Die kritiek is terecht want de mensenrechten worden systematisch onderdrukt door die landen. Echter er zijn ook naties waar het westen zeer goede banden mee heeft en waar ook de mensenrechten niet nageleefd worden. Neem Saoedi-Arabië, een tweede Islamistische Republiek Iran, alleen dan pro-westers. Of de andere Arabische olie staten, die allemaal absolute monarchieën zijn, daar hoor je de westerse regeringen nauwelijks tot nooit over klagen. Cuba is bezig met grote hervormingen en het westen is daar blij mee. Ze hopen natuurlijk op een economisch systeem dat hun kapitalisten weer toegang geeft tot de Cubaanse arbeidsmarkt. Datzelfde gebeurde in Azië, in zowel China als Vietnam.

Sinds Raúl Castro president is van de Republiek Cuba zijn er grote hervormingen doorgevoerd. 500.000 arbeiders werden ontslagen door de overheid en moesten zich zelf gaan redden als ''zelfstandige'' ondernemers. De stalinistische overheid hief verschillende regels op, zoals het verbod op mobiele telefoons en dvd spelers. Eind 2013 werd bekend dat Cubanen nu buitenlandse auto's mogen kopen. Tot dan toe was het hun alleen toegestaan om auto's te kopen, die voor de revolutie van 1959 al op Cuba reden. Probleem is alleen dat de prijzen voor geïmporteerde auto's door deze liberalisatie met 400% zijn toegenomen. De prijs voor een Peugeot 206 is al snel 67.000 euro. De meeste Cubanen verdienen een salaris tussen de 22 en 30 euro in de maand. Het is dus duidelijk dat niemand uit de arbeidersklasse een buitenlandse auto kan kopen!

Oorzaak voor de hoge prijzen zijn de belastingen door de staat en de winsttoeslag, want de Cubaanse staat wil de geïmporteerde auto's met winst verkopen ( heel kapitalistisch ). Dit bewijst de staats-kapitalistische tendentie binnen de Communistische Partij van Cuba, die sinds het aantreden van Raúl Castro nu meer kapitalistische besluiten neemt. Wat dit hele verhaal nog ironischer maakt is het feit dat Raúl, juist de dogmatische Stalinist was van de Castro broers. Jaren voordat Fidel Castro zich een ''Marxist'' noemde, was zijn jongere broer al in de ban van het marxisme-leninisme ( stalinisme ) zoals dat door de Sovjet-Unie werd gevoerd. Raúl werd in zijn jeugd jaren lid van de Socialistische Jeugd, de jongeren organisatie van de Populaire Socialistische Partij. Deze partij bestond uit Moskou trouwe stalinisten. Tijdens de Cubaanse revolutie waren hij en Che Guevara bijna de enigste marxisten binnen de Beweging van de 26 July. Het is daarom ironisch dat juist de Stalinist; Raúl Castro al deze kapitalistische hervormingen maakt. Typisch voor stalinisten, die in hun wanhoop besluiten nemen die juist behoorlijk antisocialistisch zijn!

De Cubaanse economie had het lastig in de jaren 90. Door het wegvallen van de Sovjet-Unie en het misdadige embargo, kreeg Cuba het zwaar. Fidel Castro noemde deze periode; Speciale Periode in de Tijden van Vrede. Het stalinistische regime kon tussen 1959 en 1991 voor best wat welvaart zorgen. Cuba behoorde zeker tot de betere ontwikkelde volksrepublieken. Maar doordat het eiland onder een handelsembargo lag, was het economisch afhankelijk van het Oostblok. Toen het stalinisme wegviel en het kapitalisme de macht in Rusland overnam was het gedaan met de goedkope grondstoffen. Cuba zat zonder brandstof en hierdoor moest de overheid maatregelen nemen, die niet bepaald socialistisch van aard waren. Natuurlijk had Fidel Castro het anders kunnen doen, hij had democratisch socialisme moeten opbouwen. Dan was het embargo ook verleden tijd geweest. 

In een socialistische democratie zou het embargo van de Amerikanen niet lang stand houden, omdat de hele wereld zich tegen de VS zou keren, mochten de Amerikanen er mee door gegaan zijn. Maar Castro vreesde dat Cuba net als de Sovjet-Unie en het Oostblok zou vergaan in een zee van armoede en ongelijkheid. Dus bleef hij dogmatisch vast houden aan het stalinisme en dies totalitaire politiek. Toch had Cuba harde valuta nodig, hierdoor nam Fidel het besluit om wat kapitalistische hervormingen door te voeren. Socialistische alternatieven waren mogelijk, maar omdat kapitalisme net als stalinisme dictatoriaal van aard is, past het best binnen een dictatuur. De eerste stappen richting een beperkte markt economie begonnen in 1994!

Om de staat van buitenlandse valuta te voorzien, werden hotels gebouwd voor buitenlandse toeristen. Er kwam een tweede Cubaanse munteenheid, die alleen door toeristen gebruikt mag worden. Rijke hotelondernemingen mochten zich gaan vestigen op Cuba en Cubanen in dienst nemen. Vele deden dit en dit bood enkelen de kans om meer geld te verdienen. Werken in een hotel is veel lucratiever, zeker omdat je dan meer geld verdient. Het modale inkomen op Cuba ligt tussen de 22 euro en 30 euro in de maand!

Doordat het economisch slecht ging met Cuba na 1991, werden ook dieren het slachtoffer van menselijke wanhoop. Straatdieren zoals honden en katten, verdwenen allemaal uit het straatbeeld. Waar je voor 1991 nog genoeg koeien kon zien grazen, werd dit al snel zeldzaam. Zo zeldzaam zelfs dat de overheid de koe ging beschermen en zwarte straffen oplegt aan iedereen die een koe doodt. Je kunt 10 jaar celstraf krijgen als je het lef hebt om een ''socialistische'' koe te doden en op te eten. Maar zo wanhopig waren enkele Cubanen, want door de economische crisis jaren ging de levensstandaard er flink op achteruit ( behalve natuurlijk voor de partij elite en de Castro broers ).

De harde bezuinigingen leidde ertoe dat het regime zich overeind kon houden. Fidel Castro gebruikte de ondergang van de Sovjet-Unie als propagandawapen en wees op de vreselijke armoede die ontstond in het nieuwe kapitalistische Rusland. Hoe erg de crisis op Cuba ook was, echte armoede zoals Rusland kende was er niet. Het stalinistisch dogmatisme bleef heersen en buitenlandse handel bleef beperkt, Cubanen mochten nog steeds niets kopen uit het kapitalistische westen. Het was een lastige periode, zeker voor jonge studenten die hadden gestudeerd in de Sovjet-Unie. Na hun terugkomst bleek dat er geen banen waren, vele moesten werk gaan doen waar ze niet voor gestudeerd hadden in het buitenland!

Vanaf 2012 mogen Cubanen meer dan 181 beroepen uitoefenen, waar de staat geen monopolie meer op neemt. Ook is het nu toegestaan om als kleine ondernemer te beginnen. Toch blijft het lastig voor zelfstandigen. Zeker omdat de overheid meer dan 500.000 mensen dwong om zelfstandig te worden, in het kader van een nieuwe ronde bezuinigingen. Het is heel oneerlijk dat een overheid zomaar verwacht van 500.000 mensen dat ze zich zelf economisch kunnen redden. Zeker als je bedenkt dat het Cubaanse stalinisme een grote rem was op de ontwikkeling van het eiland. Innovatie werd alleen toegestaan als de staat dat wou, in andere woorden alleen als Fidel Castro dat wou. Meestal toonde de staat zich niet bereid om innovatieve handelingen door te voeren. 

In 2011 werd al een stap richting een markt economie gemaakt, toen Cubanen hun huis mochten verkopen. Tot dan toe was dat verboden. Maar in 2011 werd dit mogelijk en sindsdien mag men op het eiland huizen kopen en verkopen. Probleem is alleen dat bijna niemand op Cuba een huis kan kopen. Veel Cubanen willen hun huis verkopen en zo meer geld krijgen. Maar de vraag naar huizen op Cuba is laag en het aanbod enorm. Rijkere Cubanen die hoge functie hebben binnen de staatsbureaucratie, zijn misschien de enigste groep die in staat zijn huizen te kopen. Een andere groep die dat mogelijk ook kunnen zijn Cubanen met familie in het buitenland. Veel families krijgen geld van familieleden in de VS, dit is sinds enkele jaren toegestaan door zowel de Cubaanse overheid als de Amerikaanse overheid!

In 1994 nam Cuba een tweede munteenheid aan. Deze convertibele peso wordt gebruikt in de toeristen sector en is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar. Ook kunnen ( bepaalde ) Cubanen met de convertibele peso, producten kopen zoals mobiele telefoons, dvd spelers en andere luxe producten. Door de invoering van deze convertibele peso, ontstond een tweedeling in de maatschappij. Aan de ene kant de arbeidersklasse, die onder stalinistische dwang moest leven en een groep Cubanen, die dankzij hun toegang tot de convertibele peso, een beter leven konden opbouwen. Meestal zijn dat mensen die werken in de toeristen sector waar de convertibele peso meer waard is dan de normale peso. Cubanen die werken voor de kapitalistische hotels worden betaald met de convertibele peso, terwijl de meeste arbeiders op Cuba, betaald krijgen in de normale peso die veel minder waard is dan de convertibele peso. Anno 2013 werd bekend dat de Cubaanse overheid een einde wil maken aan de twee munteenheden!

Sinds 2008 is het kapitalisme bijzonder positief over de hervormingen van Raúl Castro. Maar de Amerikanen weigeren om het embargo op het heffen. Zij willen vooral dat er politieke hervormingen komen. Heel hypocriet aangezien de VS die nooit eiste in China en Vietnam. De Volksrepubliek China stond nooit onder een handelsembargo. Al in de jaren 70 waren de relaties tussen Washington en Beijing goed. Ook na de dood van Mao Zedong bleef China een bondgenoot van de VS tegen de Sovjets. De Chinezen vlogen met westerse vliegtuigen, anders dan andere stalinistische luchtvaartmaatschappijen vloog CAAC ( staatsluchtvaartmaatschappij tot 1987 ) vooral met Boeing toestellen. Sovjet vliegtuigen waren een minderheid in het arsenaal van CAAC. Noord Vietnam leefde sinds 1964 onder een handelsembargo, na 1975 kwam geheel Vietnam onder een westers embargo te staan. Pas in 1994 waren de Amerikanen ervan overtuigd, dat Vietnam zich had geopend voor hun bedrijven. Mocht Cuba zich ook openen voor Amerikaanse kapitalisten dan blijft het embargo niet lang leven. Want als het gaat om geld verdienen dan gaan de winsten voor de mensen, bij de Amerikanen!

Het stalinisme op Cuba blijft bestaan dankzij het idealisme van veel Cubanen. Hun geloof in een betere wereld is oprecht en dat heeft Fidel Castro goed gedaan. Maar wat Cuba nodig heeft in onze ogen is een raden-democratie. Een democratie waarin arbeiders-raden het voor het zeggen hebben. Geen centrale staatspartij of parlement, maar een Congres van Arbeiders Raden. Deze raden moeten de economie en de politiek vormen van een nieuwe Cubaanse Socialistische Raden-Republiek. Zo'n raden-republiek zal enorm verschillen met de huidige Republiek Cuba, die gebaseerd is op de burgerlijke staatsinrichting. De huidige wetgeving verbiedt het politieke partijen om campagne te voeren tijdens verkiezingen. Ook de communistische partij mag dat niet doen. Wel is het zo dat de staat bepaald wie mee mag doen met verkiezingen en wie niet. Critici van de communistische partij komen meestal niet op de kandidatenlijsten!

Wat zal het jaar 2014 brengen? Vermoedelijk meer kapitalistische hervormingen. Cuba zal langzaam afzakken naar een staats-kapitalistische maatschappij. Dit houdt in dat de staat nog eigenaar zal zijn van de productie middelen, maar dat staatsbedrijven volgens markt principes gaan werken. Winst maken zal belangrijker worden en Cubanen zullen snel merken dat solidariteit en menselijkheid niet binnen dit systeem passen. De vraag is of de Cubanen in staat zijn om de idealen van het socialisme net zo snel in te ruilen voor kapitalistische overtuigingen als de Aziaten deden!

China en Vietnam zijn al bijna 30 jaar bezig met markt hervormingen. Revolutionair socialisten vinden dat het stalinisme op Cuba aan het sterven is. Dat bleek al in 1991 toen het eiland zwaar geraakt werd door de ondergang van de Sovjet-Unie. De economische politiek van Cuba sindsdien meer gericht op het kapitalisme, dat zien we vooral door de invoering van een tweede munteenheid en het toestaan van buitenlandse hotel-kapitalisten. Nu ondernemerschap wordt ondersteunt is het nog maar de vraag hoe lang het zal duren voordat buitenlandse bedrijven weer toegang krijgen tot het Caribische eiland. Raúl Castro zal dat misschien nog niet steunen, maar hij is bejaard en leeft over 10 jaar vermoedelijk niet meer. Een nieuwe generatie Cubanen zal opgroeien met meer ongelijkheid als het staats-kapitalisme groeit!



Fidel Castro en zijn jongere broer ( links ) na de
overwinning in 1959. Raúl was toen al een dogmatische Stalinist, terwijl
Fidel pas in 1961 zich bekeerde tot het marxisme leninisme ( stalinisme )

2013, een jaar van strijd

Het jaar 2013 is voorbij. Het was een jaar van felle strijd waarin de arbeidersklasse zich verzette tegen de neoliberale aanvallen op hun levensstandaard. Overal in de wereld verzetten zich arbeiders en jongeren tegen het onmenselijke kapitalistische systeem. Neem de Zuid Afrikaanse mijn-arbeiders als voorbeeld. Na verschillende stakingen schoot de politie op de stakers en dode daarbij 44 van hun. Meer dan 300 arbeiders raakte gewond toen de criminele politie het vuur opende. De haat en afkeer tegen de corrupte ANC overheid werd nergens zo duidelijk toen president Jacob Zuma tijdens de begrafenis van Nelson Mandela, te maken kreeg met afkeer en boe geroep. In de Verenigde Staten van Amerika waren socialisten altijd geïntimideerd en zwart gemaakt. Niemand dacht dat een revolutionair socialist ooit nog gekozen zou worden in een politieke functie. Maar de stemmers van Seattle kozen Kshama Sawant, het eerste socialistische gemeenteraadslid in 100 jaar!

Ongeveer 23 jaar geleden brulde de kranten en politieke partijen van het kapitalisme, dat alleen het neoliberalisme toekomst had. Socialisme en vooral communisme waren mislukt en de ondergang van het stalinisme zou dat bewijzen. Met deze giftige propaganda werden miljoenen arbeiders misleidt en wijs gemaakt dat klassenstrijd, iets uit het verleden was. In deze 23 jaar verrijkte zich de heersende klasse enorm. Terwijl de prijzen stegen voor de arbeiders, gingen de belastingen voor de rijken en de kapitalisten juist omlaag. De inkomstenbelasting voor de super rijken ging van 72% in 1990, naar 60% in 2001 en uiteindelijk naar 52%. Inderdaad, voor het jaar 1990 betaalde je nog 72% aan inkomsten belastingen als je een top salaris ''verdiende''!


De vakbonden speelde het kapitalisme in de hand. In plaats van de strijden voor arbeiders en hun belangen, gingen de vakbondsleiders mee met de neoliberale golf. Nergens is dit duidelijker dan in de persoon Wim Kok. Deze sociaal democraat was ooit een vakbondsleider in de jaren 80. In 1994 werd hij premier van het eerste paarse kabinet, een kabinet bestaande uit PvdA, VVD en D66. Dit kabinet begon Nederland om te vormen tot een neoliberaal paradijs voor de rijken en het bedrijfsleven. Toen Wim Kok de politiek verliet waren veel staatsbedrijven geprivatiseerd en het kapitalisme juichte hem toe. Hij mocht gaan werken bij Shell en vervult nu een hoge positie binnen dit kapitalistische bedrijf. Wim Kok begon zijn verraad in 1989, toen hij zei over het socialisme: "Er is geen alternatief voor de maatschappelijke constellatie  ( kapitalisme ) die we nu hebben en dus heeft het geen enkele zin naar iets anders ( socialisme ) te streven." Aldus de vakbondsleider die zijn arbeiders verkocht aan het kapitaal!


Een peiling gedaan in 39 landen toont dat veel arbeiders zich grote zorgen maken. Terecht want in Griekenland is de werkeloosheid opgelopen tot 27% van de beroepsbevolking. Terwijl je in Nederland nog net ( ook maar net ) kunt rondkomen van een bijstandsuitkering, is dit in Griekenland niet het geval. Uitkeringen zijn daar net 600 euro per maand, terwijl de prijzen er niet lager zijn dan in Nederland. Lonen in Griekenland zijn nooit zo hoog geweest als in Noord Europa. Een Griekse arbeider verdient modaal tussen de 800 en 1300 euro bruto per maand. Toen het land in de problemen kwam begon de kapitalistische media, de Griekse arbeider neer te zetten als lui. De leugen dat alle Grieken met 50 jaar al met pension kunnen, werd massaal verspreid. In werkelijkheid gaan de meeste Grieken tussen de 61 en 65 jaar met pension!


De peiling gaf ook aan dat vele zich zorgen maken over de kwaliteit van het leven. Slechts 33% gaf aan dat de levensstandaard gelijk blijft voor hun kinderen. De meerderheid is ervan overtuigd dat hun kinderen te maken krijgen met meer armoede en minder welvaart. Europeanen zijn het meeste pessimistische over de toekomst. Slechts 28% van de Duitsers en 17% van de Britten gelooft nog dat hun kinderen dezelfde kwaliteit van leven zullen hebben als hunzelf. Dit bewijst de angst die in de arbeidersklasse zit, zeker omdat de heersende klasse met veel aanvallen komt. Vooral mensen in de bijstand worden zwaar geraakt. De neoliberale overheid wil dat dwangarbeid ingezet wordt om mensen te laten werken voor hun uitkering. Want het is vooral de schuld van de werkeloze dat hij/zij geen baan heeft. Dus moet hij/zij maar werk gaan doen dat de overheid bepaald, bijvoorbeeld werk doen dat ooit gedaan werd door betaalde werkkrachten. Gemeentes ontslaan mensen, alleen maar om ze weer aan het werk te zetten via de bijstand, met één groot verschil: 300 euro minder netto per maand aan inkomen!


Het vuur van de revolutie begint te groeien. Wat een socialistische revolutie vooral in de weg staat zijn niet de rechtse politici en hun propaganda machine. Het zijn de oude sociaal democratische partijen en communistische partijen. Deze partijen hebben de arbeiders massaal in de steek te gelaten de laatste 23 jaar. Vooral de sociaal democratie koos massaal de kant van het kapitalisme en voert dezelfde rechtse politiek als de liberalen en conservatieven. De communistische partijen zitten nog steeds vast in stalinistische richtlijnen. Vele hebben het kapitalisme aanvaard, sommigen gingen coalities aan met kapitalistische partijen en droegen verantwoordelijkheid voor bezuinigingen en aanvallen op arbeiders. Dit trof vooral de Heropgerichte Communistische Partij in Italië, ooit een machtige communistische partij met veel steun onder de arbeidersklasse. Dit veranderde toen de partij deel werd van de regering. Een groep parlementaire communisten wou binnen de regering blijven, terwijl de meerderheid van de Heropgerichte Communistische Partij de neoliberale regering rond 1998 wou verlaten. Aanhangers van de regering splitste zich af van de Heropgerichte Communistische Partij en stichtte de Partij van Italiaanse Communisten. Deze ''communisten'' bleven trouw aan premier Romano Prodi en diens neoliberale overheid!


De Italiaanse communisten leerde niet van hun steun aan een kapitalistische regering. In 2004 werden beidde communistische partijen lid van een centrum-linkse coalitie. Weer kwamen de communisten in een neoliberale overheid. Zowel de Heropgerichte Communistische Partij als de Partij van Italiaanse Communisten, verloren het vertrouwen van de Italiaanse arbeiders. De verkiezingen van 2008 waren een flinke afstraffing, beidde communistische partijen kregen geen zetels in het parlement. In 2013 wonnen de communistische partijen samen slechts 765.000 stemmen, vergelijk dit met 1987 toen de Italiaanse Communistische Partij bijna 10.000.000 stemmen won!


Ex-stalinistische partijen doen het ook niet beter. In Hongarije en Bulgarije kunnen de ex-stalinisten alleen steun winnen omdat ze de monopolie hebben op politiek links. Ze noemen zich nu sociaal democratisch en hebben het neoliberale kapitalisme helemaal aanvaard. De Bulgaarse Socialistische Partij en de Socialistische Partij van Hongarije vormen geen bedreiging voor het kapitalisme. Toch stemmen veel linkse stemmers nog steeds op die partijen uit vrees voor een overwinning van rechts. Dit terwijl deze sociaal democraten weinig linkse principes hanteren zodra ze aan de macht zijn!


De afwezigheid van echte arbeiderspartijen is de oorzaak waarom het vuur van de revolutie nog niet is aangeslagen in Europa. Er zijn wel nieuwe linkse formaties opgedoken sinds de val van het stalinisme. Maar deze formaties zitten vast in oude sociaal democratische opvattingen, van minder markt en meer staat. Voorbeelden hiervan zijn de ''Sociaaldemocratische'' Partij in Nederland, Die Linke in Duitsland, het Linkse Blok in Portugal en het Linkse Front in Frankrijk. Groot Brittannië heeft niet eens een nieuwe linkse partij die de hulpeloos verrechtste Arbeidspartij kan bevechten. De Britse sociaal democraten hebben nog een monopolie op de linkse stemmer, ondanks het vele verraad van de sociaal democraten aan de Britse arbeidersklasse!


In Afrika hebben vooral oude nationale bevrijdingspartijen, een monopolie positie op zowel politiek links als op de staat en media. Landen zoals Angola en Mozambique worden nog steeds bestuurd door partijen die zich ooit marxistisch-leninistisch ( stalinistisch ) verklaarde. Na 1990, draaide deze nationale bevrijdingspartijen 180% om en steunde de eisen van het IMF en de Wereld Bank. Alle verwijzingen naar Marx en Lenin werden uit de geschiedenis van deze partijen gewist, alsof ze nooit tot het revolutionaire socialisme behoorde. Ook het Afrikaans Nationaal Congres van Nelson Mandela volgde de kapitalistische route. Dit werd gedaan op advies van de Chinese en Vietnamese communistische partijen. Ook de Zuid Afrikaanse Communistische Partij had geen probleem met een kapitalistische koers, zo ideologisch failliet bleken de communistische partijen te zijn na de ondergang van de Sovjet-Unie!


Maar in Zuid Afrika waait een nieuwe wind. De arbeidersklasse zijn de armoede en de ongelijkheid zat. Van alle beursgenoteerde bedrijven zijn slechts 4% in handen van zwarte kapitalisten. De meerderheid van alle rijken in Zuid Afrika, blijft blank. Dit is de harde werkelijkheid, het ANC heeft het racisme afgeschaft, maar de economische macht blijft liggen in de zelfde handen die voor 1994 de boel bestuurde. De economische heersers van Zuid Afrika blijven de blanken en de niet de zwarte arbeidersklasse. Nadat de politie meer dan 40 stakende mijn-arbeiders doodschoot was de maat vol. Mijn-arbeiders en revolutionair socialisten kwamen samen en zo werd de Arbeiders en Socialistische Partij ( WASP ) opgericht. Ook de Nationale Unie van Metaal Arbeiders met 340.000 leden heeft haar steun aan het ANC en de communistische partij opgezegd!


Er is echter nog veel werk te doen. Hoewel veel arbeiders inzien dat het kapitalisme niet werkt, hebben vele dit nog niet gekoppeld aan de noodzakelijkheid van het socialisme. Hoe anders was dat in de jaren 80, toen het socialisme nog een alternatief was in de ogen van miljoenen mensen. De ondergang van het stalinisme en de enorme berg aan leugens en onwaarheden over het socialisme, hebben ervoor gezorgd dat een nieuwe generatie arbeiders opgroeide met het idee dat socialisme niet werkt. Zeker als je bedenkt dat bijna alle kranten en televisie programma's, het zelfde verhaaltje vertellen: ''Het socialisme werkte niet in Rusland, China en Oost-Europa, omdat het tegen de menselijke natuur in gaat''. Dat horen we steeds vaker, alsof mensen allemaal egoïstisch zijn en alleen aan zich zelf denken!


De nieuwe linkse partijen hebben ook nog niet aangestuurd op massief verzet tegen de bezuinigingen. Leiders zoals Emile Roemer in Nederland willen liever een ''menselijker'' en ''socialer'' kapitalisme in plaats van een socialistische samenleving. Ook in Duitsland is Die Linke een partij die vaart tussen socialisme en sociaal democratie in. Hun leiders zijn enorm bang om gelijk geschakeld te worden met het stalinisme, want dat krijgen Duitse socialisten elke keer weer te horen. Praat een Duitse socialist over het communisme, dan wordt de DDR erbij gehaald en krijgt hij/zij vooral te horen dat het socialisme/communisme mislukte en niet kan werken. Die Linke zegt heel duidelijk afstand te nemen van het ''staat-socialisme'' zoals ze het stalinisme noemen, maar spreekt ondertussen wel van een ''eerlijke poging tot realisatie van het socialisme in de DDR''. Alsof Walter Ulbricht en Erich Honecker ooit aan echt socialisme dachten!


In 2013 woonde 70% van alle mensen in steden. Hoe anders was dit 100 jaar geleden, toen veel mensen nog op het platteland woonde en boer waren. Veel landen waren economisch gezien nog niet klaar voor het socialisme, Marx had nooit gedacht dat een socialistische revolutie zou ontstaan in Rusland. Tegenwoordig zijn de meeste mensen op de deze wereld arbeiders en moeten hun arbeid verkopen om loon te ontvangen. Arbeiders zijn niet alleen mensen die in fabrieken werken, arbeiders zijn alle mensen die hun loon uit hun arbeid halen. Dat 70% van de mensheid nu in steden woont is goed voor een socialistische revolutie. Het kapitalisme zal niet snel verdwijnen en om het te verslaan is klassenstrijd en een socialistische bewustzijn nodig. Als dit eenmaal bereikt is dan zal het snel gaan. Zodra arbeiderspartijen opgericht zijn kunnen de partijen van het kapitalisme verslagen worden bij verkiezingen. In Venezuela won de Vijfde Republikeinse Beweging van Hugo Chavez ooit 60% van de stemmen bij de verkiezingen in 2005. Maar omdat deze partij geen echte arbeiderspartij bleek zonder een duidelijk socialistisch programma, brokkelt de steun voor deze partij af. Dat zelfde zagen we in Zuid Afrika, veel zwarte arbeiders dachten ( en denken helaas nog steeds ) dat het ANC hun partij was. Net als de partij van Chavez, bleek het ANC van Mandela juist niet socialistisch van aard te zijn!


Dat arbeiderspartijen noodzakelijk zijn blijkt al uit het stemgedrag van de Britten. Al 41% gaf aan bij de laatste verkiezingen niet te stemmen op een partij. 1/3 van de Britse stemmers bleef thuis en stemde in 2010 niet. Dit bewijst al dat een groot deel van het electoraat niet tevreden is met de politieke partijen. Terecht want de drie grootste partijen in het Verenigd Koninkrijk staan in dienst van de rijken en de kapitalisten. In Duitsland stemde 71% bij de verkiezingen in 2013 en in Nederland kwam 74% van de stemmers opdagen. Hieruit blijkt dat een redelijke minderheid geen heil ziet in de huidige politieke partijen! 


In het jaar 2014 zullen verkiezingen voor het Europese parlement zijn. Daar staat Nederlanders ook niet warm voor. In 2009 stemde slechts 36,9% opdagen om te stemmen. De Europese Unie is niet geliefd bij de werkende klasse, ze zien de EU als een bureaucratisch bolwerk dat alleen maar geld kost. Rechtse populisten weten misbruik van de situatie te maken, vooral Geert Wilders en zijn PVV gooien de aandacht op buitenlanders, in plaats van op de werkelijke vijand; het kapitalisme!


In de VS leek het jaren lang onmogelijk om als socialist gekozen te worden in een publieke functie. De laatste socialist die 6% van de stemmen won was de leider van de Socialistische Partij van Amerika in 1912. Maar Kshama Sawant van Socialistisch Alternatief ( CWI in de VS ) ging de strijd aan en wist haar neoliberale tegenstander van de Democratische Partij te verslaan. Ondanks dat haar tegenstander gesteund werd door het kapitalisme en 16 jaar ervaring had, koos de bevolking van Seattle voor een socialist. Zo werd Kshama Sawant de eerste socialist in 100 jaar tijd die in een gemeenteraad gekozen werd. Hieruit blijkt dat het woord socialisme niet langer een ''vies'' woord is. Ook al brullen anticommunisten nog moord en brand, bij veel Amerikaanse arbeiders heerst het gevoel dat hun systeem niet werkt. Dit veroorzaakt angst en paniek bij de heersende klasse, die alles op alles zetten om president Obama neer te zetten als een ''gevaarlijke socialist''.

In de laatste 23 jaar is de welvaart enorm toegenomen, voor de rijken natuurlijk. Hun eigen vermogen groeide met maar liefst 400% tussen 1990 en 2010. Miljarden aan euro's liggen in banken, aandelen en luxe bezittingen van de rijken. Ook na 2008 bleven de rijken meer geld ontvangen. Dit terwijl de werkende klasse het met minder moet doen volgens de kapitalistische media. Wij moeten met minder leven, terwijl de kapitalisten en hun families het wel super goed hebben. Neem de familie Heineken maar met 7,2 miljard euro of de 75 miljardairs van de Chinese ''Communistische'' Partij. Hebben mensen echt zoveel geld nodig en hebben ze daar recht op? Nee, daarom moet een socialistische revolutie een einde maken aan de ongelijkheid die het kapitalisme veroorzaakt. Socialisme is het enigste alternatief op deze ellende en alleen de werkende klasse kan dit socialisme bereiken. Daarvoor is echter een bewustzijn nodig dat op dit moment nog niet bestaat. Pas als de werkende klasse zich bewust is van haar potentiaal zal socialisme mogelijk zijn. Dan zal ook het kapitalisme haar ware kleuren tonen, want zodra de massa's ontwaken zullen de kapitalisten alles op alles zetten om hun elitaire status te behouden, zo nodig met moord en doodslag!




Kshama Sawant, het eerste socialistische gemeenteraadslid 
in 100 jaar voor de stad; Seattle

Werkpaard van de Russische luchtvaart

Ze waren en zijn nog steeds in dienst van enkele luchtvaartmaatschappijen. 1026 werden gemaakt en vormde de ruggengraat van de voormalige stalinistische burgerluchtvaart. De Tupolev 154 was en is nog steeds een vliegtuig dat eer en respect verdient. Door het kapitalistische westen worden deze toestellen neergezet als ''slecht'' en ''foutief''. In werkelijkheid is dit een grove leugen, bedoeld om alles dat door de Sovjet-Unie werd gemaakt, neer te zetten in een slecht daglicht. De Tu-154 vloog langer dan elk westers vliegtuig ooit vloog. Waar westerse landen de oude Boeing 727 na 1990 vervingen, bleef de Tu-154 nog bijna 20 jaar massaal vliegen bij Russische en Oostblok maatschappijen!

De Tupolev Tu-154 werd ontwikkeld door het Sovjet bedrijf; Tupolev in 1968. Het toestel ging de Tu-104 vervangen die al bijna 20 jaar vloog voor Aeroflot, de Sovjet luchtvaartmaatschappij. De leiding van de Sovjet-Unie wou een vliegtuig dat tussen de 2.800 en 4.000 kilometer kon bereiken met een maximum snelheid van 900 km per uur. De eerste Tu-154 vloog met Kuznetsov NK-8 motoren, die ook de Il-62 aandreven!

Net als de Boeing 727 had de Tu-154 drie straalmotoren. Beiden waren gemonteerd aan de staart, waarbij de laatste in de staart zelf zat. Het vliegtuig had een uitstekende stuwkracht-gewichtsverhouding waardoor het goed vloog. Een nadeel van de Tu-154 was dat de Kuznetsov NK-8 motoren veel brandstof eiste. Dit zou in latere jaren een rede zijn waarom in 1984 een nieuw model geproduceerd werd. In een Tu-154 kunnen 128 passagiers in twee klassen, een  toestel met alleen economy class kan 180 mensen vervoeren!

Anders dan westerse vliegtuigen was de Tu-154 ontworpen om ook op niet geasfalteerde vliegvelden te landen en op te stijgen. Daarvoor had het toestel een sterk landingsgestel, met zes wielen aan elke vleugel. Hierdoor was/is de Tu-154 bijzonder sterk en kan het opstijgen en landen op bijna alle vliegvelden, met of zonder asfalt. Men ontwierp het vliegtuig met de bedoeling een cockpit bemanning te hebben van drie personen. Een kapitein, een co-piloot en een boordwerktuigkundige. Echter tijdens de productie kwam men er achter dat een navigator ( nog ) nodig was. Dus werd een vierde zitplaats in de cockpit ingebouwd. De navigator werd na 1990 niet meer opgeleid en de meeste Tu-154 die nog vliegen, hebben drie personen in de cockpit en geen vier!

Op 7 februari 1972 nam de Sovjet luchtvaartmaatschappij; Aeroflot het eerste toestel in dienst. Aeroflot zou de Tu-154 tot 2009 gebruiken. Maar niet alleen de Sovjets gebruikte de Tu-154, ook de stalinistische volksrepublieken in Oost Europa maakte gebruik van het toestel. De Bulgaarse maatschappij Balkan behoorde tot de eersten, die de Tu-154 gingen gebruiken. Al snel zouden anderen volgen. Zo kwam de Tu-154 in gebruik bij:

Oost Duitsland: INTERFLUG ( alleen voor regeringsleiders, nooit civiel gevlogen ) 
Hongarije: MALEV, vloog tot 2001
Polen: LOT, vloog tot 1996
Tsjecho-Slowakije: CSA, vloog tot eind jaren 90
Bulgarije: BALKAN, tot faillissement in 2002 
Roemenië: TAROM, tot eind jaren 90

Na de ondergang van het stalinisme en de Sovjet-Unie bleef de Tu-154 nog zeker tien jaar vliegen in Oost Europa. Pas na het jaar 2000 begonnen westerse vliegtuigen het oude Sovjet werkpaard te vervangen. Op dat moment behoorde de meeste Tu-154 tot het M model. In totaal werden drie verbeterde modellen gemaakt. Het A model kwam in 1974 in productie, nadat scheuren ontdekt waren in de vleugels. Verder kreeg de Tu-154 een extra brandstof tank en extra nooduitgangen. Een jaar later kwam het B model in productie, weer omdat men scheuren ontdekte op de vleugels. Tupolev wou het vliegtuig economischer maken, maar omdat de motoren niet vervangen konden worden, moesten er meer passagiers in passen!

De Tu-154B2 kon nog meer passagiers vervoeren door de galley te verwijderen. Nu konden 180 passagiers plaats nemen in het toestel. Van alle Tu-154 die gemaakt werden behoorde 311 tot het B2 model. De grootste verbetering kwam in 1984, toen het M model werd ingevoerd. De laatste Tu-154's die rond het jaar 2013 begin 2014 nog vliegen behoren tot het M model. Eindelijk kreeg het werkpaard verbeterde motoren. De oude Kuznetsov NK-8 uit de jaren 60 werden vervangen door Soloviev D-30 motoren. Hierdoor was het M model veel economischer dan de vorige modellen!

Toen de Sovjet-Unie uit elkaar viel kwam ook een einde aan de monopolie van Aeroflot. De Tu-154 kwam in dienst van verschillende nieuwe luchtvaartmaatschappijen. Niet omdat men stond te springen om het oude toestel, maar omdat er geen westerse vliegtuigen waren. De meeste nieuwe Russische maatschappijen vlogen dus allemaal met oude Aeroflot toestellen, waaronder de Tu-134, Yak-40 en de Il-62. De drang naar geld en snelle winsten gingen ten kosten van de veiligheid en zo kregen de oude Sovjet toestellen een slecht reputatie in het westen. Ook mochten de oudere Tu-154 ( de modellen voor het M model ) niet meer vliegen op Europa, vanwege het geluid dat de oude Kuznetsov NK-8 motoren veroorzaakte!

Het kapitalisme maakte veel kapot in de voormalige Sovjet-Unie. Piloten moesten regels negeren van hun bazen om zo snel mogelijk van A naar B te vliegen. Uit angst voor ontslag overtraden vele de veiligheidsregels en zo ontstonden ongelukken. Ondanks het feit dat de Tu-154 uit 1968 stamde, bleef de Tupolev fabriek het toestel produceren. Massa productie eindigde pas in 2009 en anno 2013 heeft de fabriek nog materiaal om vier gloednieuwe Tu-154M te produceren. De vraag ernaar is echter door de stijgende brandstof prijzen flink gedaald. Waar je in het jaar 2000 nog veel Tu-154 kon zien in Oost-Europa en Rusland is dat dertien jaar later niet meer het geval. Tweedehandse westerse vliegtuigen vliegen nu in de voormalige Sovjet-Unie, de oude Sovjet toestellen verdwijnen steeds sneller!

De overheid van de Russische Federatie maakt nog wel gebruikt van het toestel. Nog zes Tu-154M vliegen voor Rossiya — Russian Airlines, dit staatsbedrijf vliegt voornamelijk voor de Russische overheid. In maart 2012 vlogen nog 54 van de 1026 toestellen die sinds 1968 gemaakt zijn. Bijna alle modellen die tegenwoordig nog vliegen behoren tot het M model aangezien het B2 model te veel brandstof verbruikt en te veel lawaai veroorzaakt. De Noord Koreaanse maatschappij; Air Koryo maakt nog gebruik van het B en B2 model. Inderdaad, de Noord Koreanen vliegen nog met de Tu-154B en B2. Hiermee is Noord Korea het laatste land ter wereld waar de oude Tu-154B nog vliegt. Het stalinistische land heeft dit gemerkt en biedt tegenwoordig vluchten aan voor westerse toeristen op hun oude Sovjet toestellen. De Islamistische Republiek Iran vloog ook met Tu-154, vanwege de economische boycot van het westen!

De Tupolev ontwerpers gingen ervan uit dat een Tu-154 ongeveer 45.000 vlieguren zou maken. Echter de Tu-154 was zo'n werkpaard dat vele aan de 80.000 vlieguren kwamen. Niemand bij Tupolev had gedacht dat men na 40 jaar nog zou vliegen met hun ontwerp. Deels is dit te verklaren door het feit dat het stalinistische systeem geen ruimte bood voor snelle innovaties. Waar het kapitalisme ( door hebzucht ) altijd zoekt naar goedkopere alternatieve, bleef de Sovjet-Unie zitten met een toestel dat maar weinig echte veranderingen onderging.

Vermoed wordt dat de Tu-154's nog zullen doorvliegen tot 2016. Dan is het tijdperk van deze werkpaarden echt ten einden. Ze hebben miljoenen mensen vervoerd en zich stand gehouden al die jaren. De Tu-154 was het icoon van de Sovjet burgerluchtvaart. Een symbool van een tijd waar veel mensen in Rusland nog graag aan terug denken. Westerse mensen klagen over het geluid en vrezen het toestel om haar reputatie, het kapitalisme heeft er goed aangedaan om de Tu-154 te demoniseren net zoals ze dat met de Lada deden. De Tu-154 was het werkpaard van de Sovjet en Oostblok luchtvaart. Tot het jaar 2000 vlogen ze bij veel Oostblok luchtvaartmaatschappijen. Aeroflot vloog ermee tot 2009, voordat ook de Russen het toestel opzij zetten. De Islamistische Republiek Iran zette het toestel in 2011 buitendienst!



P-552 van Air Koryo is de laatste Tu-154B die nog vliegt
Gebouwd in 1976!

Waarom socialisme?

Door Albert Einstein 1949 

Is het aan te raden dat iemand die geen expert is van economische en sociale thema’s standpunten inneemt over socialisme? Ik denk het wel.

Laat ons de vraag eerst bekijken vanuit het standpunt van wetenschappelijke kennis. Het kan lijken alsof er geen essentiële methodologische verschillen zijn tussen astronomie en economie: wetenschappers op beide terreinen proberen algemeen aanvaarde wetten te ontdekken voor een gegeven groep van fenomenen om het onderlinge verband tussen deze fenomenen zo verstaanbaar mogelijk te maken. Maar in de realiteit bestaan er wel methodologische verschillen. Het ontdekken van algemene wetten in de economie wordt bemoeilijkt door veel factoren die moeilijk afzonderlijk geëvalueerd kunnen worden. Daarenboven is de ervaring die opgedaan werd sinds het begin van de zogenaamde beschaafde periode van de menselijke geschiedenis, sterk beïnvloed en beperkt door redenen die niet louter economisch zijn. Zo hebben de belangrijkste landen in de geschiedenis hun rol kunnen spelen op basis van veroveringen. De veroveraars vestigden zichzelf, legaal en economisch, als een geprivilegieerde klasse in het veroverde land. Ze veroverden voor zichzelf een monopolie op het grondbezit en stelden priesters uit de eigen rangen aan. De priesters, die het onderwijs controleerden, zorgden ervoor dat het klassenonderscheid in de samenleving een permanent instituut werd en creëerden een systeem van waarden waardoor de bevolking in grote mate onbewust werd gehouden en waarmee ze begeleid werden in hun sociaal gedrag.

Maar de historische traditie is bij wijze van spreken iets van gisteren. We hebben nergens echt wat Thorstein Veblen “de roofzuchtige fase” van de menselijke ontwikkeling noemt, overstegen. De waarneembare economische feiten behoren tot die fase en zelfs de wetten die we eruit kunnen afleiden zijn niet van toepassing in andere fasen. Aangezien de echte doelstelling van het socialisme er net uit bestaat om de roofzuchtige fase van de menselijke ontwikkeling te overstijgen, kan de huidige economische wetenschap weinig duidelijkheid brengen over de socialistische samenleving van de toekomst.

Ten tweede heeft het socialisme sociaal-ethische doelstellingen. De wetenschap daarentegen kan geen doelstellingen naar voren brengen en kan deze nog minder indragen bij mensen. Ten hoogste kan de wetenschap de middelen voorzien om bepaalde doeleinden te bereiken. Maar die doeleinden op zich worden opgemaakt door personen met bepaalde ethische idealen en — als de doeleinden niet doodgeboren maar vitaal en krachtig zijn — worden deze doelstellingen aangenomen en naar voren gestuwd door die vele menselijke wezens die, deels onbewust, de trage evolutie van de samenleving bepalen.

Om deze redenen moeten we op onze hoede zijn om de wetenschap en wetenschappelijke methodes niet te overschatten als het gaat over kwesties van menselijke problemen; en we mogen niet veronderstellen dat de deskundigen de enigen zijn die hun standpunt mogen uiten over de organisatie van de samenleving.

Velen beweren al enige tijd dat de menselijke samenleving zich in een crisis bevindt, met name dat de stabiliteit ernstig verstoord is. Het is kenmerkend voor een dergelijke situatie dat de individuen zich onverschillig of zelfs vijandig opstellen tegenover de groep, kleine of grote groepen, waartoe ze behoren. Om mijn mening te illustreren wil ik een persoonlijke ervaring naar voren brengen. Ik sprak onlangs met een intelligente en capabele man over de dreiging van een nieuwe oorlog, die volgens mij het bestaan van de mensheid serieus zou bedreigen, en ik merkte op dat enkel een supranationale organisatie bescherming zou bieden tegenover dat gevaar. Hierop vroeg mijn bezoeker kalm en koel: “Waarom ben je zo sterk tegen het verdwijnen van de mensheid?”

Ik ben er zeker van dat een eeuw geleden niemand zo’n lichtzinnige opmerking gemaakt zou hebben. Het is een opmerking van een man die tevergeefs heeft geprobeerd om met zichzelf in evenwicht te komen en die min of meer de hoop op succes daarbij heeft opgegeven. Het is een uitdrukking van een pijnlijke eenzaamheid en isolement waaronder zoveel mensen vandaag lijden. Wat is de oorzaak? Is er een uitweg?

Het is gemakkelijk om dit soort vragen te stellen, maar het is moeilijk om er met enige graad van zekerheid op te antwoorden. Ik moet echter proberen om zo goed mogelijk te antwoorden, ook al ben ik er erg bewust van dat onze gevoelens en doelstellingen vaak tegenstrijdig en onduidelijk zijn en dat ze niet uitgedrukt kunnen worden in gemakkelijke en simpele formules.

De mens is tegelijk een solitair wezen en een sociaal wezen. Als solitair wezen probeert hij zijn eigen bestaan en dat van diegenen die hem het meest nabij staan te beschermen, zijn persoonlijke behoeftes in te vullen en om zijn interne mogelijkheden te ontwikkelen. Als sociaal wezen zoekt de mens erkenning en affectie van zijn medemensen, om plezier uit te wisselen, om hen te troosten bij hun verdriet en om hun levensomstandigheden te verbeteren. Enkel het bestaan van deze gevarieerde en vaak tegenstrijdige elementen zorgt voor het speciale karakter van de mens, en deze specifieke combinatie bepaalt de graad waarin een individu een intern evenwicht kan vinden en kan bijdragen aan de samenleving. Het is mogelijk dat de relatieve sterkte van deze twee elementen voornamelijk bepaald wordt op basis van afstamming. Maar de persoonlijkheid die uiteindelijk gevormd wordt, is in grote mate bepaald door de omgeving waarin een mens terechtkomt tijdens zijn ontwikkeling, door de structuur van de samenleving waarin hij opgroeit, door de tradities van die samenleving, door de waardering van bepaalde vormen van gedrag. Het abstracte concept ‘samenleving’ betekent voor het individu de totale som van zijn directe en indirecte relaties met zijn medemensen en met de mensen van vorige generaties. Het individu kan op zichzelf denken, voelen, zaken nastreven en werken, maar hij is zodanig afhankelijk van de samenleving — in zijn fysieke, intellectuele en emotionele bestaan — dat het onmogelijk wordt om een beeld te vormen van de mens buiten het kader van de samenleving. Het is de ‘samenleving’ die de mens voorziet in voedsel, kleding, een huis, arbeidsgereedschap, taal, denkwijzen en de meeste inhoud van het denken; het leven van de mens wordt mogelijk door de arbeid en door de verwezenlijkingen van de vele miljoenen mensen in het verleden en het heden die allemaal verstopt zitten achter het kleine woordje ‘samenleving’.

Het is dan ook evident dat de afhankelijkheid van een individu tegenover de samenleving een feit is dat niet afgeschaft kan worden — net zoals bij de mieren en de bijen. Maar daar waar het volledige levensproces van mieren en bijen tot in de kleinste details geregeld wordt door strikte erfelijke instincten, is het sociale patroon van intermenselijke relaties erg veranderlijk en vatbaar voor wijzigingen. Het geheugen, de capaciteit om nieuwe combinaties te maken, de gave van gesproken communicatie maken ontwikkelingen van de mens mogelijk die niet bepaald worden door biologische noden. Dergelijke ontwikkelingen komen tot uiting in tradities, instellingen en organisaties, in de literatuur, in wetenschappelijke en technische verwezenlijkingen, in kunst. Dit verklaart waarom de mens in zekere zin zijn leven kan beïnvloeden door zijn eigen gedrag en dat in dit proces bewust denken een rol kan spelen.

De mens verwerft bij zijn geboorte, door de erfelijkheid, een biologische basis die we moeten beschouwen als iets vaststaand en onveranderbaar. Daarin bevindt zich de natuurlijke drang die de menselijke soort karakteriseert. Daarbovenop verwerft de mens tijdens zijn leven een culturele basis die hij overneemt van de samenleving door communicatie en vele andere vormen van invloeden. Het is die culturele basis die met het verloop van de tijd aan verandering onderhevig is en in belangrijke mate de verhouding tussen een individu en de samenleving bepaalt. De moderne antropologie heeft ons door vergelijkend onderzoek van zogenaamd primitieve culturen, geleerd dat het sociale gedrag van mensen enorm kan verschillen afhankelijk van de heersende culturele patronen en organisatievormen die de samenleving domineren. Het is hierop dat diegenen die het lot van de mens willen verbeteren, zich baseren: mensen zijn niet veroordeeld omwille van hun biologische afstamming tot het uitroeien van elkaar of om een wreed lot te ondergaan.

Als we ons de vraag stellen hoe de structuur van de samenleving en de culturele instelling van de mens veranderd kan worden om een beter leven te bekomen, moeten we ons steeds bewust zijn van het feit dat er bepaalde elementen zijn die we niet kunnen veranderen. Zoals eerder vermeld is de biologische natuur van de mens niet onderhevig aan veranderingen. Bovendien hebben de technologische en demografische ontwikkelingen van de voorbije eeuwen voorwaarden gecreëerd die blijvend zijn. In vrij dicht bevolkte gebieden zal er voor de productie van goederen die nodig zijn voor het voortbestaan, een extreme arbeidsdeling en sterk gecentraliseerd productieapparaat noodzakelijk zijn. De tijd — die als we terugkijken zo idyllisch leek — dat individuen of kleine groepen volledig op zichzelf georganiseerd konden zijn, is definitief voorbij. Het is slechts een kleine overdrijving als we stellen dat de mensheid een wereldwijde gemeenschap van productie en consumptie vormt.

Ik kom nu op het punt waarin ik kort wil ingaan op wat volgens mij de essentie is van de huidige crisis. Het betreft de verhouding van het individu tot de samenleving. Het individu is zich meer dan ooit bewust van zijn afhankelijkheid tegenover de samenleving. Maar hij ziet deze ervaring niet als iets positiefs, als een organische band, als een beschermende kracht, maar veeleer als een bedreiging voor zijn natuurlijke rechten en zelfs voor zijn economisch bestaan. Bovendien is zijn positie in de samenleving erop gericht om de egoïstische doelstellingen constant te benadrukken, terwijl de sociale doelstellingen, die zwakker staan, geleidelijk aan naar de achtergrond verdwijnen. Alle menselijke wezen, wat ook hun positie in de samenleving is, lijden onder dit proces. Als onwetende gevangenen van hun eigen egoïsme voelen ze zich onveilig, eenzaam en ontdaan van ieder eenvoudig en onbedorven plezier van het leven. De mens kan betekenis in het leven vinden, ook al is het leven kort en gevaarlijk, door zijn leven te wijden aan de samenleving.

De economische anarchie van de kapitalistische samenleving zoals deze vandaag bestaat, is volgens mij de echte oorzaak van het kwaad. We zien een enorme gemeenschap van producenten, waarbij deze aanhoudend ernaar streven om elkaar de vruchten van hun collectieve arbeid te ontnemen — niet door geweld, maar in het algemeen door een goedgelovig naleven van de legaal gevestigde juridische regels. In die zin is het belangrijk dat we ons realiseren dat de productiemiddelen, het is te zeggen de volledige productiecapaciteit die noodzakelijk is voor het produceren van consumptiegoederen en bijkomend kapitaal, op legale wijze en voornamelijk het private bezit vormen van individuen.

Omwille van de eenvoud zal ik hierna iedereen ‘arbeider’ noemen die geen eigendom van de productiemiddelen bezit — ook al beantwoordt dit niet volledig aan de gebruikelijke definitie van deze term. De eigenaar van de productiemiddelen kan de arbeidskracht van de arbeider kopen. Door de productiemiddelen te gebruiken produceert de arbeider nieuwe goederen die de eigendom zijn van de kapitalist. Het essentiële element in dit proces is de verhouding tussen wat de arbeider produceert en wat hij verdient, waarbij deze beiden uitgedrukt worden in reële waarde. Voor zover de arbeidsovereenkomst ‘vrij’ is, zal hetgeen de arbeider betaald wordt niet bepaald worden door de reële waarde van de goederen die hij produceert, maar door zijn minimale behoeftes en de noden van de kapitalist voor arbeidskracht tegenover het aantal arbeiders dat beschikbaar is voor het werk. Het is belangrijk om te begrijpen dat zelfs in theorie het loon van de arbeider niet bepaald wordt door de waarde van hetgeen hij produceert.

Het privé-kapitaal heeft de tendens om geconcentreerd te worden bij een kleine groep mensen, deels omwille van concurrentie onder de kapitalisten en deels omwille van technologische ontwikkelingen en de stijgende arbeidsdeling die de vorming van grotere productie-eenheden ten koste van kleinere eenheden bevordert. Het resultaat van deze ontwikkelingen is een oligarchie van privaat kapitaal waarvan de enorme macht niet gecontroleerd kan worden door een democratisch georganiseerde politieke samenleving. Dit blijkt ook uit het feit dat de verkozenen van wetgevende organen aangeduid worden door politieke partijen die grotendeels gefinancierd, of toch beïnvloed worden door kapitalisten die om praktische redenen een onderscheid maken tussen de kiezers en de wetgevers. Het gevolg is dat de volksvertegenwoordigers in de praktijk niet de belangen verdedigen van de ongeprivilegieerde delen van de bevolking. Bovendien is het onder de huidige omstandigheden onvermijdelijk dat private kapitalisten de directe of indirecte controle uitoefenen op de belangrijkste informatiebronnen (kranten, radio, onderwijs). Het wordt hierdoor erg moeilijk, en in veel gevallen zelfs onmogelijk, voor de individuele burger om tot objectieve conclusies te komen en op die basis gebruik te maken van zijn politieke rechten.

De situatie in een economie gebaseerd op het privaat bezit van kapitaal wordt bijgevolg gekenmerkt door twee belangrijke principes: ten eerste is er privaat bezit van de productiemiddelen (kapitaal) en kunnen de eigenaars hierover beschikken naargelang het hen uitkomt; en ten tweede is de arbeidsovereenkomst vrij. Natuurlijk bestaat er niet zoiets als een pure kapitalistische maatschappij in deze zin. In het bijzonder moet opgemerkt worden dat de arbeiders doorheen lange en bittere politieke strijd erin geslaagd zijn om een enigszins betere vorm van de ‘vrije arbeidsovereenkomst’ af te dwingen voor bepaalde categorieën van arbeiders. Maar algemeen beschouwd verschilt de huidige economie niet sterk van het ‘pure’ kapitalisme.

De productie is gericht op de winst, niet op het gebruik ervan. Er is geen bepaling voorzien dat al diegenen die in staat zijn om te werken en daartoe bereid zijn, steeds bij machte zullen zijn om werk te vinden; een ‘leger van werklozen’ zal steeds bestaan. De arbeider vreest steeds dat hij zijn baan zal verliezen. Aangezien werklozen en slecht betaalde arbeiders niet voor een winstgevende markt zorgen, wordt de productie van consumptiegoederen beperkt en is miserie het gevolg. Technologische vooruitgang leidt er vaak toe dat de werkloosheid toeneemt, in plaats dat de arbeid van allen verlicht wordt. Het winstmotief, samen met de concurrentie tussen de kapitalisten, leidt tot onstabiliteit in de accumulatie en het gebruik van kapitaal, wat leidt tot enorme depressies. De onbeperkte concurrentie leidt tot een enorm verlies van arbeidskracht en tot het verlagen van het sociale bewustzijn van individuen waar ik eerder op wees.

Dit beperken van de mogelijkheden voor individuen beschouw ik als het ergste kwaad van het kapitalisme. Ons volledige onderwijssysteem lijdt hieronder. Een overdreven competitiedrang wordt de studenten opgedrongen om deze op te leiden in het koesteren van hebzuchtig succes als voorbereiding op een latere carrière.

Ik ben ervan overtuigd dat er slechts één manier is om een einde te maken aan dit kwaad, namelijk door het vestigen van een socialistische economie, wat gepaard gaat met een onderwijssysteem dat gericht is op sociale doelstellingen. In zo’n economie zijn de productiemiddelen het bezit van de samenleving zelf en kunnen deze op een geplande wijze gebruikt worden. Een planeconomie die de productie aanpast aan de behoeften van de samenleving, zou het werk verdelen onder al diegenen die in staat zijn om te werken en zou een menswaardig bestaan garanderen voor iedere man, vrouw en kind. Het onderwijs van het individu zou naast het bevorderen van de aangeboren capaciteiten gericht zijn op het ontwikkelen van een verantwoordelijkheidsgevoel voor de medemens in plaats van de verheerlijking van macht en succes in de huidige samenleving.

Het is evenwel noodzakelijk om te herinneren dat een geplande economie nog geen socialisme is. Een geplande economie kan gepaard gaan met het volledig onderdrukken van het individu. Het bereiken van socialisme vereist oplossingen voor extreem moeilijke socio-politieke problemen: hoe is het mogelijk om in een sterk doorgedreven centralisatie van politieke en economische macht te vermijden dat een bureaucratie oppermachtig wordt? Hoe kunnen de rechten van het individu beschermd worden en een democratische tegenmacht garanderen tegenover de macht van een bureaucratie?

Duidelijkheid over de doelstellingen en de problemen van het socialisme is van enorm belang in deze overgangsperiode. Aangezien in de huidige omstandigheden een vrije en open discussie over deze problemen een taboe geworden is, beschouw ik het oprichten van dit magazine als een belangrijke stap vooruit!


Albert Einstein in 1949

Neoliberaal en corrupt

De neoliberaal Ton Hooijmaijers die veroordeeld is tot drie jaar celstraf, heeft drie jaar geleefd van 330.000 euro aan wachtgeld. We praten hier over een corrupt VVD lid, die zich schuldig maakte aan het witwassen van geld. Ook deed de ''nette'' VVD'er aan valsheid in geschriften. Daarnaast kreeg hij bijna 1,8 miljoen euro van bijna 60 kapitalistische bedrijven. Deze bedrijven betaalde de VVD'er om lucratieve deals te krijgen van de provincie Noord Holland. Terwijl de neoliberale ''Volkspartij'' voor Vrijheid en Democratie zich keihard inzet tegen arbeiders en werkelozen, krijgen haar leden hoge salarissen en ''extraatjes'' van het kapitaal voor hun rechtse politiek! 

Hooijmaijers was lid van de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland, maar moest in de nasleep van de kredietcrisis aftreden. Dat kwam omdat de provincie bijna 78 miljoen euro was kwijt geraakt door geld te stoppen in de IJslandse bank; Landsbanki. Ton Hooijmaijers was politiek verantwoordelijk en moest hierdoor aftreden. De elitaire VVD'er hield een afscheidsfeest ter waarden van 10.000 euro, betaald door de provincie Noord-Holland. Terwijl de VVD altijd brult dat arbeiders en werkelozen het met minder moeten doen, gaf de provincie Noord Holland ( VVD is daar de grootste partij ) wel doodleuk 10.000 euro uit voor dat feestje van Hooijmaijers!

Net als veel VVD'ers is Hooijmaijers een kapitalist. Hij bezit zes verschillende bedrijven, dat wordt in de neoliberale VVD zeer gewaardeerd. Want ''ondernemerschap'' staat hoog in het vaandel bij de liberalen. Dat zo'n ''nette'' zakenman een smerige corrupte boef zou zijn, wist natuurlijk niemand nog. Maar in 2010 begon de overheid een onderzoek naar Hooijmaijers en zijn praktijken. De politie deed een inval in zijn woning, bij zijn moeder en bij zijn zes bedrijven!

Het duurde helaas 3,5 jaar voordat het tot een rechtszaak tegen de VVD'er kwam. Ondertussen leefde hij van een luxe uitkering van 330.000 euro aan wachtgeld. Inderdaad, de elitaire Hooijmaijers leefde van ons belastinggeld. Dit terwijl zijn partij vindt dat uitkeringen lager moeten en dat arbeiders harder moeten werken voor minder loon. De VVD politici kunnen echter na hun vertrek uit de politiek gebruik maken van de wachtgeld regeling en zo een leuke uitkering ontvangen. Anders dan arbeiders hebben ex-politici minder moeite met het vinden van een nieuwe baan. Zeker rechtse politici vinden wel een baantje in het bedrijvenleven. Neem Wim Kok die voor Shell ging werken, of Gerrit Zalm!

Zijn proces begon op 4 november en duurde tot 3 december 2013. Ton Hooijmaijers moest zich verantwoorden voor;  fraude, omkoping, valsheid in geschrifte en witwassen. Het openbaar ministerie eiste een onvoorwaardelijke celstraf van vier jaar. Na een maand deed de rechter uitspraak. Hooijmaijers werd veroordeeld tot 3 jaar celstraf, hij ging in hoger beroep!

De veroordeling van Hooijmaijers was een klap in het gezicht van de VVD. Zeker omdat Hooijmaijers niet de enigste corrupte neoliberaal is van VVD afkomst. De website; ftm.nl heeft een lijstje met 12 neoliberalen waar een luchtje aan zit. Liberalen praten over vrijheid en ''verantwoordelijkheid'', ze stellen zich op als beschermers van de kapitalisten klasse. Zeker omdat bijna alle belangrijke VVD'ers nauwe banden hebben met het bedrijfsleven. Neem Hooijmaijers maar als voorbeeld. Hij is een kapitalist en zal het kapitalisme blijven voorzien van advies!

In december 2013 zegde Hooijmaijers zijn lidmaatschap van de VVD op. Dit zou zijn gebeurd op verzoek van "van een hooggeplaatste VVD'er". Bovendien kon Hooijmaijers volgens eigen zeggen zijn partijlidmaatschap niet meer betalen ( RIGHT! ). In het jaar 2009 zou Hooijmaijers nog gevraagd zijn als staatssecretaris van Economische Zaken. Verder is de ''nette'' ex-VVD'er; Ridder in de Orde van Oranje-Nassau sinds 2002. Eens kijken of de ridderorde dit lid nog wil houden?

Revolutionair socialisten zijn fel tegen de wachtgeld regering. Die bestaat ook niet voor arbeiders, laat staan voor werkelozen. Maar de kapitalistische politici leven in hun eigen wereld. Een wereld waarin ze 8.900 euro bruto per maand verdienen, plus allerlei extra vergoedingen. Van alle politici in Den-Haag zijn alleen de linkse sociaal democraten van de SP betrouwbaar. Dat komt omdat hun politici een modaal inkomen krijgen. Dit heeft te maken met de afdrachtsregeling, die bepaald dat Kamerleden van de SP hun salaris moeten afstaan aan de partij. Die betaald dan een modaal inkomen aan hun volksvertegenwoordigers. Hier is de kapitalistische media natuurlijk fel tegen en men schildert de SP graag af als ''dictatoriaal''. Maar de afdrachtsregeling voorkomt juist dat hebzuchtig tuig zoals Hooijmaijers bij de SP terechtkomt. Ondanks de verrechtsing van de SP in een sociaal democratische partij, is de partij nog niet meegegaan in het neoliberale denkvermogen zoals PvdA en GroenLinks deden!



  Drie jaar cel voor ex-VVD'er Hooijmaijers!

Strijd, Solidariteit, Socialisme

Strijd, Solidariteit, Socialisme