De strijd in Afrika

Afrika, een rijk continent. Vol met rijkdommen die elke Afrikaan rijk en welvarend kan maken. Toch is het continent het armste van onze planeet. Armoede in Afrika is een standaard begrip. We zien elke dag op TV, de armoede waar veel Afrikaanse mensen in leven. Van de sloppenwijken van Nigeria en Zuid Afrika, tot de hongersnoden in Soedan en Somalië. De armoede in Afrika is vooral te danken aan het westerse imperialisme, dat tussen 1830 en 1975 bijna geheel Afrika in bezit had. Westerse landen, gedreven door kolonialisme en racisme, roofde in bijna 140 jaar het Afrikaanse continent leeg!  



Op de kaart hierboven is de wereld afgebeeld rond 1898. We zien dat landen zoals; Frankrijk en Groot Brittannië enorm veel Afrikaanse landen in bezit hadden. Alleen Ethiopië was in 1898 een onafhankelijk land en geen kolonie van een westerse grootmacht. Het Spaanse imperialisme was rond 1898 al vergaan. De Spaanse kolonies in Zuid Amerika hadden zich al losgerukt uit de klauwen van de Spaanse kroon.


Portugal had twee belangrijke kolonies in Afrika; Angola en Mozambique. België bezat het grote Congo dat van 1885 tot 1908 privé bezit was van koning Leopold 2. De Belgische koning was een wrede tiran die zeven miljoen Congolezen liet vermoorden. Deze mensen stierven door slavenarbeid en executies. Als de zwarte arbeiders niet snel genoeg werkte lieten de blanke imperialisten handen en benen afhakken. Zo zijn miljoenen gestorven. Pas in 1908 greep de Belgische overheid in en nationaliseerde Congo.


Het imperialistische Nederland had geen koloniën in Afrika, maar het Duitse Keizerrijk wel. Duitsland was in 1871 gesticht en had net als ander Europese landen, imperialistische ambities. Duitsland had twee kolonies in Afrika; Duits Oost Afrika, Duits Zuid West Afrika en Duits Cameroon. Deze kolonies bestonden van 1884 tot 1919. Duitsland verloor al haar Afrikaanse kolonies na de eerste wereld oorlog. De Franse en Britse imperialisten namen ze over!


De opkomst van de Sovjet-Unie had een grote invloed op de anti-koloniale vrijheidsstrijders. Vooral na 1945 versterkte de Sovjets hun invloed in Afrika. De Koude Oorlog tussen de westerse kapitalisten en de oosterse stalinisten was duidelijk te merken in Afrika. De anti-koloniale vrijheidsstrijders vonden hun heil bij de anti-imperialistische leer van de stalinisten. De blanke imperialistische heersers van Afrika vonden hun heil bij de anticommunistische; Verenigde Staten van Amerika. Dit was lastig voor de Amerikanen. Aan de ene kant was de Amerikaanse overheid tegen kolonialisme. Men kun dus niet zomaar de Europese landen steunen terwijl die hun koloniën gingen verdedigen tegen linkse rebellen. Aan de andere kant waren de plutocraten in de VS niet bereid om Afrika volledige onafhankelijkheid te gunnen. Wan dan zouden linkse groepen de macht grijpen en hun bezit nationaliseren!


In de jaren 50 werden verschillende linkse groepen gesticht om de blanke koloniale regimes te bevechten.



De Volksbeweging voor de Bevrijding van Angola is een linkse nationalistische partij. Opgericht in 1956 als een ''marxistisch leninistisch'' bevrijdingsleger. De MPLA vocht een bloedige strijd tegen het Portugese imperialisme en later tegen anticommunistische groepen. In 1990 liet de beweging het marxisme leninisme vallen en accepteerde men het kapitalisme. De MPLA bestuurd nog steeds Angola.

De Zuid West Afrikaanse Volksbeweging is in 1960 opgericht als verzetsbeweging tegen de Zuid Afrikaanse bezetting in Namibië. Tijdens de burgeroorlog in Angola vocht SWAPO aan de kant van de MPLA, maar had geen marxistisch leninistische ( stalinistische ) ideologie. In 1990 trok Zuid Afrika zich terug uit Namibië en SWAPO kwam aan de macht. De huidige partij is centrumlinks ingesteld!


Het Bevrijdingsfront van Mozambique is anno 2012 een sociaal democratische partij, maar tussen 1962 en 1992 steunde men het ''marxisme leninisme''. De FRELIMO is de linkse nationalistische partij van Mozambique en bevocht het Portugese imperialisme. Tussen 1974 en 1992 vochten ze tegen anticommunistische groepen die gesteund werden door de Verenigde Staten van Amerika.


Het Afrikaans Nationaal Congres ook wel ANC, is de leidende partij van Zuid Afrika. Maar tussen 1912 en 1990 vocht het een bloedige strijd tegen de blanke heersers van het land. Het ANC werd in 1990 legaal en won de verkiezingen vier jaar later. Hoewel de partij ooit radicaal socialistisch dacht, besloot Nelson Mandella om niet het socialisme in te voeren. Het ANC koos voor de sociaal democratie en later voor het neoliberalisme. Hierdoor bleef Zuid Afrika een kapitalistische natie tot grote vreugde van westerse landen!


De Zimbabwaanse Afrikaanse Nationale Unie - ZANU was de linkse nationalistische beweging tegen de blanke heersers in Rhodesië/Zimbabwe. ZANU vocht een bloedige strijd tegen de racistische overheid, die gesteund werd door Zuid Afrika en de Verenigde Staten van Amerika. Echter in 1979 kwam er vrede en gingen blanken en zwarten samenwerken. Robert Mugabe werd in 1980 gekozen tot eerste president van Zimbabwe. ZANU fuseerde met Zimbabwaanse Afrikaanse Volks Unie en zo omstond ZANU-PF ( Zimbabwaanse Afrikaanse Nationale Unie - Patriottistisch Front ). Anno 2012 is ZANU-PF gedegenereerd in dat waar ze ooit tegen vochten. ZANU-PF is een dictatoriale racistische partij geworden, die blanke mensen minacht en die op dictatoriale wijze Zimbabwe bestuurd. Robert Mugabe, ooit de held van Zimbabwe is nu een paranoïde dictator die zijn volk tot hongersnood dreef!  


Het marxisme leninisme werd door veel bewegingen gesteund. Echter dat zelfde marxisme leninisme werd net zo snel weer verworpen als het werd aangenomen. Toen de Unie van Socialistische Sovjet Republieken uit elkaar viel in 1991, lieten bijna alle bewegingen in Afrika het marxisme leninisme vallen. Van de MLPA tot FRELIMO, allemaal acepteerde ze het kapitalisme als nieuwe dogma. Daarom heerst nu zoveel armoede en ongelijkheid in Afrika. De oude verzetsbewegingen zijn meestal nog steeds aan de macht. Maar nu volgen ze trouw de wetten van het IMF en de Wereldbank!

Linkse jongeren van het maoisme!

Wie als tiener niet links denkt heeft geen hart, wie als volwassene nog links denkt heeft geen verstand. Een bekend zinnetjes dat graag te horen is bij burgerlijke mensen. Ouders denken vaak van ''ze worden wel burgerlijk'' als hun tieners met linkse idealen komen. Ze wijzen dan vaak op de generatie van 1968. Toen waren veel studenten en jongeren zeer revolutionair links ingesteld. Vele van hun waren idealisten, ze droomde van een eerlijke wereld. In hun idealisme maakte ze echter domme fouten. Fouten die ertoe leidde dat vele capituleerde toen het stalinisme in elkaar stortte tussen 1989 en 1991! 

Politiek links was tot 1968 verdeeld in twee dominante groepen. Je had de kapitalistische sociaal democraten aan de ene kant en de revolutionaire stalinisten aan de andere kant. Maar in de jaren 60 veranderde veel. De sociaal democraten werden iets linkser onder de invloed van Nieuw Links. De stalinisten namen wat af in hun revolutionair dogmatisme. De dood van Joseph Stalin en de opkomst van Nikita Khrushchev veranderde de gehele politiek van de stalinisten!


In 1956 was de gehele stalinistische wereld stomverbaasd toen Khrushchev, het lef had om Joseph Stalin te bekritiseren. Het was sinds 1927 taboe om kritiek te hebben op het beleid van Stalin. Dat de opvolger van Stalin dat lef had, toonde aan dat veranderingen in de lucht lagen. Echter niet alle stalinistische landen gingen akkoord met de kritiek. In Albanië bleef het klassieke stalinisme heersen. Enver Hoxha kreeg flinke ruzies met Moskou en Albanië sloot zich helemaal af van de wereld!


Ook vanuit het maoistische China kwam kritiek op de Sovjet-Unie. Mao Zedong had namelijk ook geëxperimenteerd met de vrijheid van meningsuiting in 1957. Toen mocht het Chinese volk kritiek leveren op de Volksrepubliek China. Meteen begonnen arbeiders het totalitair regime te bekritiseren. Sommigen begonnen zelf de Verenigde Staten van Amerika te eren, tot grote woede van de maoisten. Mao Zedong maakte hard handig een einde aan de korte periode waarin vrijheid van meningsuiting was toegestaan. Hij liet arbeiders en studenten massaal oppakken en afvoeren naar arbeidskampen!


Mao Zedong wist dat vrijheid van meningsuiting gevaarlijk was voor zijn regime en voor de gehele stalinistische wereld. Omdat de Sovjet-Unie afstand nam van het dogmatisme van Stalin, kon Mao zijn plaats in nemen. In de jaren 60 begon de Volksrepubliek China overal in de westerse wereld, maoistische groepen op te richten. Vooral jonge studenten bleken vatbaar voor de maoistische revolutie!


Wat de maoistische groepen kenmerkte was hun sektarisme. Revolutionair dogmatisme was de lijn draad. Leden van een maoistische partij moesten zich helemaal overgeven aan de partij. De partij bepaalde wat je deed en hoe je dacht. De werken van Marx, Lenin, Stalin en Mao moesten zorgvuldig bestuurd worden. Vooral het maoistische Rode Boekje was verplichte literatuur!


Om duidelijk te maken dat de maoisten anders waren dan de gematigde stalinisten, kregen de nieuwe maoistische groepen vaak de naam; Communistische Partij van ............ - Marxistisch Leninistisch. Met Marxistisch Leninistisch wilde de maoisten duidelijk maken dat ze het Marxisme Leninisme volgde zoals dat door Stalin en Mao werd gezien!


Voor linkse jongeren waren de maoisten de echte revolutionairen. Hun revolutionaire aard was verlokkend voor veel studenten die snakte naar een betere wereld. Het maoïsme leek alle problemen op te lossen. Het socialisme was te bereiken als men maar dat deed wat voorzitter; Mao Zedong voorschreef. Op universiteiten ontstonden felle debatten tussen ''conservatieve'' leerkrachten en maoistische studenten. Linkse jongeren die niet volgens de maoistische lijn dachten kregen scheldnamen. Aanhangers van de Moskou trouwe communistische partijen werden ''sociaal imperialisten'' genoemd. Trotskisten waren ''sociaal fascisten'' en de sociaal democratische studenten waren net zo ''imperialistisch'' als liberale en conservatieve studenten!


Er zijn drie oorzaken te noemen waarom linkse jongeren zich aangetrokken voelde tot de totalitaire sektes van het maoïsme.


1; Het gevoel van onrechtvaardigheid

2; De identificatie van de oorzaak
3; Het geloof in het middel om de onrechtvaardigheid te bestrijden

Met onrechtvaardigheid bedoelde veel jongeren de wrede kapitalistische maatschappij. In de jaren 60 vochten veel westerse landen een koloniale oorlog. Frankrijk vocht in Algerije, Portugal in Angola en de Verenigde Staten in Vietnam. Linkse jongeren vonden het kapitalisme wreed en onrechtvaardig. Door dit gevoel sloten veel studenten zich aan bij de revolutionaire maoisten!


Geloof in de revolutie speelde een belangrijke rol. Je moet kritiekloos geloven in de ideologie. Kritiek leveren als taboe en meestal hadden de leiders van de maoistische sektes enorme macht. Een bekende maoistische leider was Daan Monjé. Deze Monjé was een leider van de Kommunistische Partij Nederland - Marxistisch Leninistisch. De KPN-ML kreeg in 1971 de naam Socialistische Partij!


De Kommunistische Eenheidsbeweging - Marxistisch Leninistisch waar de KPN-ML was van gesplitst, is een mooi voorbeeld van hoe beperkt en gecontroleerd het leven in zo'n maoistische partij was. Het Centraal Comité bepaald het leven van de partijleden. Zo bepaalde KEN-ML leider; Kees de Boer dat ouders en kinderen geen exclusieve relatie met elkaar mochten hebben. Ook het huwelijk werd door de partij bepaald. Wie zich verzette tegen dit psychologisch terreur kreeg te horen nog ''restanten van het burgerlijk denken'' te bezitten. Als een lid zich dan niet meteen bekeerde werd hij/zij genadeloos geroyeerd. Vaak betekende een royement dat hij/zij alle sociale contacten verloor. Veel leden hadden hun vriendenkring binnen de maoistische beweging opgebouwd. Wie geroyeerd werd verloor vaak familie en vrienden!


Wat was de maoistische beweging voor veel linkse jongeren? We kunnen twee conclusies trekken;

Nummer 1;  
De maoistische beweging ontstond als een vernieuwingsbeweging binnen de 
CPN, die wilde teruggrijpen op de ideologische fundamenten van het 
communisme. Teruggrijpend op haar ervaring in de CPN, deed zij ñ op 
sektarische wijzen een dogmatische waarheidsclaim en eiste de energie van 
haar leden voor zich op.  


Nummer 2
Aan de ene kant sloten zich vanaf het einde van de jaren zestig honderden 
jongeren aan bij de maoisten, omdat zij van mening waren dat hun actieve 
lidmaatschap zou bijdragen tot een rechtvaardiger wereld. Aan de andere kant 
bood het voor deze jongeren vaak een breed gevoel van compensatie, voor het 
uiteenvallen van de sociale structuren waarin zij opgroeiden, voor de 
verbrokkelend waarden en normen en voor de uitwassen van de maatschappij 
waarvan zij zelf deel uit maakten. Het moment wanneer mensen in hun leven 
kennis maakten met de maoistische beweging was vaak van grote betekenis voor 
de beslissing om wel of niet lid te worden

Wat is er over van veel linkse jongeren uit de maoistische tijd? Vele werden begin jaren 80 weer burgerlijk kapitalistisch. Zeer weinig tot geen zullen anno 2012 nog in de leer van Mao Zedong geloven. Het is waarschijnlijker dat de meeste de gehele marxistische ideologie overboord geworpen hebben. Ze voelen zich gebruikt en misbruikt door leiders zoals Kees de Boer. Zijn KEN-ML raakte begin jaren 80 in opspraak door jeugd verwaarlozing en seks met minderjarigen. De sektes waar veel idealistische jongeren in geloofde waren in werkelijkheid gruwelijke organisaties waar geen persoonlijke vrijheid in bestond!


Het maoïsme viel in verval in de jaren 80. De dood van Mao Zedong in 1976 en de opkomst van Deng Xiaoping maakte een einde aan de dogmatisme leer. Na 1983 begon de Volksrepubliek China met kapitalistische experimenten, waardoor de gehele maoistische wereld haar ideologische bron verloor. In Albanië verbrak Enver Hoxha het contact met Beijing, twee jaar later stief hij! In Nederland was de Socialistische Partij van Daan Monjé de enigste maoistische partij die de koude oorlog overleefde. Na de dood van Monjé in 1986 nam Jan Marijnissen het roer over. Als een echte Deng Xiaoping ruilde Marijnissen ideologische zuiverheid in voor pragmatisme. Zo kon de SP uitroeien tot een moderne linkse partij. De vraag alleen is of de SP anno 2012 nog echt socialistisch genoemd kan worden!


Een bekend jong iemand uit de maoistische hoek was Paul Rosenmöller. Hij was van 1977 tot 1981 lid van de Groep Marxisten Leninisten/Rode Morgen. De GML-Rode Morgen was ontstaan toen de KEN-ML zich weer opsplitste en bestaan anno 2012 nog steeds! Rosenmöller was 21 jaar toen hij in 1977 lid werd. Net als veel studenten steunde hij maoïstisch China, maar ook het bloedige regime van Pol Pot in Cambodja. Toen de Vietnamese stalinisten het regime van Pol Pot omver wierpen in 1979, was de GML-Rode Morgen fel tegen Vietnam. Ze noemde de bevrijding van Cambodja door Vietnam ''sociaal imperialisme'' zo ook Paul Rosenmöller! 


De linkse jongeren uit de maoistische tijd zijn tegenwoordig op middelmatige leeftijd en hebben vaak een eigen gezin. De meeste durven niet meer te spreken over hun maoistisch verleden. Ze noemen het een jeugdzonde en schamen zich voor het feit dat ze zich lieten misbruiken. Wij revolutionair socialisten veroordelen hun niet op hun idealisme en hun drang om het socialisme te verwezenlijken  Wij veroordelen hun op hun dogmatisme en hun kritiekloze steun aan massamoordenaars. Verder was het fout om het marxisme te zien als dogma. Ze dachten dat je een goede communist was door de werken van Marx en Lenin uit je hoofd te kennen. Uren werden verspild met het leren van marxistische teksten, alleen om zwaar gestraft te worden als je een uitspraak of tekst niet uit je hoofd kende!


Marxisme is geen dogma. Het is een middel om de wereld te begrijpen. De maoistische sektes dwongen hun leden om marxistische boeken te zien als Bijbels. Kritiek op Marx en Lenin was heiligschennis en dus fout! Hierdoor hebben veel jongeren zich later ontdaan van het marxisme. Dat gaf het kapitalisme een gigantische boost. Met de val van het stalinisme tussen 1989 en 1991 viel de laatste bastion van hun geloof. Aangezien alles vernietigd was waar ze in geloofde, accepteerde vele de kapitalistische leugen dat het communisme mislukt was! 



De nieuwe generatie marxisten moet leren van hun fouten. We moeten inzien dat een arbeiderspartij nooit kan werken op bureaucratisch centralisme. Een partij voor arbeiders en jongeren moet tolerant zijn voor andersdenkende en het echte democratische centralisme nastreven. Vrijheid van discussies moet heersen en eenheid in actie moet gelden. Alleen zo bereiken we wat Lenin in 1917 lukte: De socialistische revolutie! 





De Vereniging voor Volksverlakkerij en Diefstal

Voor de liberalen van de VVD is hun partij een ''nette'' partij. Maar onder dat nette pak van haar leden zit een smerige partij, wiens leden zich graag verrijken ten kosten van de werkende klasse. De neoliberale VVD is het gezicht van het neoliberale kapitalisme in Nederland. Ze zijn de politieke tak van de werkgevers organisatie VNO-NCW en krijgen hun bevelen van Bernhard Wientjes. 

In het verleden zijn VVD leden vaker in opspraak gekomen. Neem Ton Hooijmaijers, ex-gedeputeerde in Noord Holland, werd opeens wat tonnen rijker. Wikipedia geeft het volgende bericht over het OM onderzoek naar de praktijken van Ton Hooijmaijers!


''Op 31 maart 2010 deden de opsporingsdienst FIOD-ECD en de Rijksrecherche op verdenking van ambtelijke corruptie en omkoping invallen bij Hooijmaijers thuis, bij zijn moeder, en bij zes bedrijven. Onder de bedrijven waren het Rotterdamse Fortress en het Noord-Hollandse bouwbedrijf Van Erk. Volgens Fortress, dat in 2007 het vastgoedbedrijf IMCA van Erik de Vlieger overnam, richtte het onderzoek zich op betalingen van IMCA aan Hooijmaijers. In de zaak-Van Erk ging het om het bouwproject Bloemendalerpolder in Muiden, waarin steekpenningen zouden zijn betaald. Hooijmaijers had op eigen houtje dit plan gewijzigd zodat op de oevers van de Vecht woningbouw kon worden gerealiseerd, nadat die oevers de afgelopen tijd met gemeenschapsgeld in hun natuurlijke staat waren hersteld!''

Ook de provincie Noord-Holland onderzoekt de gang van zaken rond projecten waarbij Hooijmaijers betrokken was, zoals het Wieringerrandmeer. Dit plan om het voormalige eiland Wieringen weer los te maken van Noord-Holland, en in het aldus ontstane randmeer waterwoningen met jachthavens te realiseren, werd wegens de fraudeverdenking en geldgebrek geannuleerd.
Op 18 oktober 2012 diende een rechtszaak tegen Hooijmaijers bij de rechtbank in Haarlem. Volgens de aanklacht wordt hij verdacht van omkoping, valsheid in geschrifte en witwassen''

Veel VVD'ers zijn ook harde kapitalisten. Voor hun is de vrije markt God, concurrentie is Koning. Zo dacht ook Jos van Rey, tot zeer recent VVD wethouder in Roermond. Die wordt anno november 2012 verdacht van ambtelijke corruptie en het aannemen van smeergeld. Natuurlijk blijft de Vereniging voor Volksverlakkerij en Diefstal hun Jos van Rey steunen. Naast zijn werk als wethouder was Van Rey ook lid van de Eerste Kamer, die functie legde hij ook neer toen het OM een onderzoek instelde! 

Stiekem geld stelen wou ook VVD'er Ton van der Schans. Deze 62 jarige ''nette'' man roofde 18.000 van zijn eigen partij. Hij kon de schande niet verdragen en pleegde op 19 oktober 2012 zelfmoord. Voor het verduisteren van 18.000 euro was Ton van der Schans veroordeeld tot een werkstraf. Misschien was de schaamte hoger over het feit dat een nette VVD'er een werkstraf moest uitzitten, dan de daadwerkelijke diefstal van 18.000 euro! 

De VVD houdt ervan om geld te halen bij de zwakken en de armen. Zo wil premier Mark Rutte samen met collega neoliberaal; Diedrik Samsom ( PvdA ) flink gaan bezuiningen. We zullen zien hoeveel geld er gehaald wordt bij de werkende klasse om de kapitalisten klasse en de financiële markten tevreden te houden. Ook de neoliberale Europese Unie eist een streng rechts beleid, want de markten moeten heersen. Dat is de logica van het kapitalisme!


Toch geloven veel Nederlanders dat de VVD een ''nette'' partij is. Hun nette pakken en hun harde standpunten maken de partij aantrekkelijk voor antisocialisten, rechtse individualisten  en natuurlijk harde zakenmensen! 


Van links naar rechts: de regering van François Mitterrand

Op de avond van 10 mei 1981 dansten honderdduizenden in de straten van Parijs en in het hele land. De reden voor de vreugde was de verkiezing van François Mitterrand tot president van Frankrijk. De politiek leider van de Parti Socialiste (PS) beloofde om Frankrijk in honderd dagen naar het socialisme te leiden. Maar hoe is dat gelopen? 

Door Lev Lhommeau en Luigi Wolf - Internationale Socialisten

Telkens weer benadrukte Mitterrand dat het niet ging om het ‘beheer’ of de ‘regulering’ van het kapitalisme. ‘Het is van belang dat het eigendom van de bezitters in andere handen komt’. Geen enkele andere president of regeringsleider in Europa sprak zulke radicale taal: ‘Ik geloof, net als Lenin, dat iedere fundamentele verandering door een verovering van de staatsmacht mogelijk is.’

De nieuwe president hield woord en zette een serie verreikende hervormingen door. Hij voerde een vijfde week betaalde vakantie in en verkortte de volle werkweek van 40 naar 39 uur – met als doel die op de langere termijn naar 35 uur terug te brengen. Verder verhoogde de nieuwe regering de lonen bij de overheid, de pensioenen en de werkloosheidsuitkeringen met 10 tot 25 procent. Binnen een jaar werden belangrijke industriële bedrijven en de bankensector genationaliseerd, zodat het aandeel van de staatssector in het bruto nationaal product steeg van 11 procent tot 17 procent. 

De staat controleerde nu 95 procent van de krediet- en bankensector, het grootste deel van de zware industrie en 75 procent van de textielindustrie. In de openbare diensten werden 200.000 arbeidsplaatsen geschapen en nog eens tienduizend in de door de staat gesubsidieerde sector. Daarnaast stelde de regering de pensioenleeftijd op 60 jaar, begon ze een groot vernieuwingsprogramma in de sociale woningbouw, werd de doodstraf afgeschaft en werd er een Ministerie voor Vrouwenrechten ingesteld.

‘Hervormingspauze’

Vijf jaar later: links in Frankrijk ligt op z’n kont. De sociaal-democraten verliezen de parlementsverkiezingen van 1986 en het rechts-radicale Front National komt voor het eerst in het parlement. Hoe kon het zover komen? Aan de basis van de nederlaag lag een fundamentele politieke draai van de PS. Vanaf juni 1982 stelde de regering Mitterrand een ‘hervormingspauze’ in en vanaf maart 1983 volgde een draai naar een bezuinigingspolitiek. Er verdwenen talrijke banen in de openbare sector. De werkloosheid steeg tussen mei 1981 en maart 1986 van 1,7 miljoen naar 2,6 miljoen. Dat was een van de hoogste percentages in Europa. Daarbovenop kwamen vanaf 1983 talrijke bezuinigingen. Tegelijk kregen de bedrijven een lastenverlichting.

De kern van de oorspronkelijke regeringsplannen bestond uit een keynesiaans geïnspireerd economisch programma. Met behulp van een massief investerings- en consumptieprogramma moest de conjunctuur aangezwengeld worden. Zo verhoogde de regering de wetenschapsbegroting met 500 procent, het budget voor cultuur met 101 procent en stelde ze een enorm bouwprogramma op. De stijging van de lonen en pensioenen bedroeg ongeveer één procent van het BNP. Maar deze politiek kon niet zomaar worden voortgezet. De wereldeconomie bevond zich sinds 1981 in een recessie. Terwijl Franse producten daarom op de wereldmarkt moeilijker verkocht konden worden, konden buitenlandse bedrijven gebruik maken van de gestegen koopkracht in Frankrijk om hun producten te verkopen.

Daar kwam nog een massale kapitaalvlucht bij. Ondernemingen en particuliere kapitaalbezitters investeerden niet meer in Frankrijk, maar brachten hun kapitaal naar het buitenland tegen een hogere rente. De kapitaalstromen naar het buitenland leidden er ook toe dat de koers van de Franc daalde. Maar Frankrijk was er door het Europese Muntverdrag toe gedwongen om de koers binnen zekere grenzen stabiel te houden. De centrale bank moest daarom binnen korte tijd bijna haar totale reserves aanspreken om Francs op te kopen en zo de koers te stabiliseren.

De handelsbalans van Frankrijk daalde naar een tekort van 93 miljard Franc. Alleen al het tekort op de handelsbalans met de belangrijkste handelspartner Duitsland nam tussen 1980 en 1981 met 34 procent toe en in 1982 steeg het zelfs met 80 procent ten opzichte van 1980.

Maar kapitaalvlucht en handelstekorten zijn geen natuurrampen. Ze waren het resultaat van een bewuste politiek van het kapitaal. Het ging om de beslissing van grote particuliere kapitaalgroepen om niet meer in Frankrijk te investeren. 

Fundamenteel

In deze situatie waren er fundamenteel gezien twee soorten oplossingen mogelijk. De ene bestond eruit om het hele keynesiaanse programma op te geven en om – net zoals andere staten dat in de recessie deden – de staatsuitgaven te verminderen en in combinatie met loondalingen de concurrentiekracht van het Franse kapitaal te herstellen en dan te hopen dat de particuliere investeringen weer zouden gaan stijgen. Dit was de weg die de Franse sociaal-democraten insloegen. Zij bevroren de lonen en salarissen en zetten stevig het mes in de staatsuitgaven.

Daartegenover was er een andere weg mogelijk geweest. Daarover hadden de Franse sociaal-democraten voor de verkiezingen uitgebreid gediscussieerd. Zij hadden overwogen om enerzijds beschermende rechten in te voeren om Franse producten te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. Anderzijds werd de discussie gevoerd over uittreden uit de Europese Muntunie met een afwaardering van de waarde van de Franc en het invoeren van controles op kapitaalstromen. 

Daarnaast had door een verder ingrijpen van de staat de beslissingsmacht van het kapitaal over geldkapitaal en investeringsstromen in toenemende mate aan banden kunnen worden gelegd en tenslotte gebroken kunnen worden. Daartoe had de PS al in 1979 een voorstel aangenomen, dat het mogelijk zou maken nationalisaties door te voeren, als de meerderheid van de arbeiders in een onderneming daartoe in een referendum zou besluiten. Uitgangspunt had daarbij kunnen zijn een versterking van de bedrijfscomités, die volgens de verkiezingsbeloftes van Mitterrand een vetorecht zouden krijgen bij ontslagen en bedrijfssluitingen. In stappen had zo de macht van het kapitaal gebroken kunnen worden.

Maar dit was alleen mogelijk geweest met een directe mobilisering van de bevolking. De vooruitzichten daarvoor waren niet slecht, want de regering had ondanks een massale maatschappelijke polarisering een duidelijk mandaat voor haar politiek gekregen: 59 procent van de bevolking steunde de nationalisatie van de banken, 56 procent die van de industriële bedrijven en 55 procent vond de nationalisaties onomkeerbaar. Maar de weg van de mobilisatie van de bevolking tegen het kapitaal werd nooit getoetst.

Of het de sociaal-democraten gelukt zou zijn om dit conflict te winnen, is een andere vraag. Want de verkiezingen in 1981 gingen niet gepaard met een algemene opgang van sociale strijd. De Franse arbeidersbeweging was in de jaren voor 1981 eerder zwakker geworden. De ledenaantallen van de vakbonden gingen sinds 1977 omlaag en het aantal stakingen liep dramatisch terug. Werden er in 1976 nog 5,01 miljoen stakingsdagen geregistreerd, dat aantal liep in 1981 terug tot 1,49 miljoen (3,66 miljoen in 1977, 2,20 miljoen in 1979, 1,67 miljoen in 1980).

Beweging

In 1979 was er een grote strijd in de staalindustrie in Lotharingen, wat in dat jaar het aantal stakingsdagen flink deed stijgen. Maar de strijd van de staalarbeiders, die sterk door de lokale bevolking werden gesteund en ook door een solidariteitsbeweging in het hele land, werd verloren en dat had een demoraliserende uitwerking op de gehele arbeidersbeweging. Ook de ledenaantallen van de PS en de PCF gingen omlaag in deze jaren. Dat leidde ertoe dat er na de verkiezingsoverwinning geen spontane beweging in de arbeidersklasse ontstond. De PS en de PCF hadden moeten proberen om de passieve steun om te zetten in zelfactiviteit, maar dat deden ze niet.

De redenen waarom zij verzuimden om de bevolking te mobiliseren moeten we zoeken in de opvatting die de sociaal-democraten van politiek hebben. De Franse sociaal-democratie verbond zijn radicale retoriek met het idee dat hun economische politiek het beste was om ook de belangen van de Franse ondernemers te dienen. Maar daar dachten de ondernemers anders over. Toen de implementatie van hun program op hard verzet van de kant van het kapitaal stuitte, waren de sociaal-democraten daarop niet voorbereid. Dat leidde er tenslotte toe dat de regering op de koers van de ondernemers ging varen.

Deze ontwikkeling ging ook zo makkelijk omdat de sociaal-democraten al hun kracht en energie hadden ingezet op een overwinning bij de presidentsverkiezingen. De door De Gaulle ingevoerde grondwet versterkte de praktische macht van de president en plaatste hem in het centrum van het politieke systeem van Frankrijk. De president stelde de regering samen en kon die ook altijd veranderen of afzetten, wat onder Mitterrand ook meermaals is gebeurd. 

Op het volgende niveau van de hiërarchie kwamen de ministers, die behoorden tot verschillende stromingen binnen de regeringspartij. Belangrijke beslissingen, zoals over de bezuinigingspolitiek, nam Mitterrand alleen. De fractie van de PS in het parlement speelde slechts een ondergeschikte rol. De fractie van 285 leden kende maar heel weinig arbeiders. Vaak werden de parlementsleden pas kort voor de besluitvorming in de regering van initiatieven op de hoogte gesteld.

Bij de partij was het nog erger gesteld. De leiding van de partij sprak zich pas twee maanden na de ‘hervormingspauze’ daarover uit. De omslag naar de bezuinigingspolitiek werd pas na drie maanden in de partij besproken. In plaats van de politiek democratisch mee te bepalen, werd de PS een aanhangsel van de regering – een slecht uitgangspunt om een strijd met het kapitaal in de maatschappij uit te vechten. 

Macht

De ervaringen van de periode Mitterrand laten zien dat ieder radicaal hervormingsprogramma in tijden van scherpe economische concurrentie maatschappelijke strijd toespitst op de vraag van de macht. Het kapitaal zal in zo’n conflict alles wat haar tot beschikking staat inzetten om een linkse regering ten val te brengen.

De Franse sociaal-democraten kozen ervoor om deze confrontatie niet aan te gaan. De alternatieven – uittreden uit de Muntunie, het voortzetten van een keynesiaans programma, radicalisering van de hervormingen tot en met het vervangen van de economische beslissingsmacht van het kapitaal door alternatieve democratische organen – daar hadden ze programmatisch wel aan gedacht, maar nooit uitgeprobeerd.

Beslissend is dat de PS daarvoor in een te slechte positie verkeerde. Ze kwam weliswaar in de regering. Maar haar parlementaire fixatie betekende dat ze daar waar het kapitaal haar uitdaagde – in de openbaarheid en in de bedrijven – te weinig invloed had. Haar verankering in de vakbonden was zwak. Ze had nooit een strategie ontwikkeld om de groeiende steun in de verkiezingen te gebruiken om veranderingen in de maatschappelijke krachtsverhoudingen door te voeren. De PS in de regering stond geïsoleerd ten opzichte van de sociale bewegingen en ging als ‘staatsbedrijf’ waken over de concurrentiekracht van Frankrijk tegenover de VS van Reagan, het Groot-Brittannië van Thatcher en het Duitsland van Kohl.

Wie dus in de huidige tijd radicale hervormingen wil doorvoeren, moet dus de uitdaging willen aangaan om de politieke opgang van links in Europa om te zetten in een opgang van de maatschappelijke strijd.

Wij gingen onze eigen weg

Tussen 1945 en 1991 waaide de Koude Oorlog over Europa en de wereld. Er waren twee kampen en elk kamp dacht de waarheid te verdedigen. De westerse versie van de Koude Oorlog is het meest bekend. Die beweerde dat de westerse landen voor de vrijheid en de democratie vochten, terwijl de oosterse landen voor een ‘’communistische’’ dictatuur stonden. De oosterse landen rond de Unie van Socialistische Sovjet Republieken beweerde op te komen voor de arbeidersklasse en het socialisme.

Kapitalistische geschiedenisschrijvers zijn heel zwart wit in hun denken. De Koude Oorlog was volgens hun een conflict tussen vrijheid en dictatuur. Vrijheid volgens kapitalistische normen en waarden en dictatuur volgens communistische normen. Ze wijzen dan vooral op het feit dat de Sovjet-Unie en haar bondgenoten allemaal dictatoriaal waren. Mede hierdoor is het de kapitalistische geschiedenisschrijvers gelukt om een groot deel van de westerse bevolking achter zich te krijgen. Het is makkelijk om met zo’n zwart-witte logica mensen te overtuigen dat het westen goed was en het oosten fout!

De werkelijkheid is echter niet zo zwart wit. Het westen was niet de voorhoede van de democratie en de mensenrechten. De enigste vrijheid die de kapitalistische landen wouden was de vrijheid om bedrijven te bezitten en om arbeiders uit te buiten. Dat landen zoals Amerika, Groot Brittannië, Frankrijk en West Duitsland niets gaven om de mensenrechten blijkt uit hun steun voor racistische overheden ( Zuid Afrika & Spanje van Franco ) en hun steun aan dictatoriale rechtse regimes ( Iran voor 1979, Chili, Zuid Korea, Zuid Vietnam ).  

Maar de oosterse landen waren ook niet dat wat ze beweerde. De Unie van Socialistische Sovjet Republieken was misschien opgericht als proletarische arbeidersstaat, maar na 1924 was daar weinig van over. De Sovjet-Unie was geen unie van arbeidersraden democratisch gekozen door arbeiders. Nee, de USSR was een totalitaire dictatuur waarin de partijleiders van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, alles bepaalde en totale gehoorzaamheid eiste. Vooral tussen 1930 en 1953 was het Sovjet regime zeer totalitair en wreed. Joseph Stalin heerste met ijzeren vuist en liet miljoenen arbeiders en communisten doden.

De socialistische beweging raakte ernstig verdeeld tijdens de Koude Oorlog. Sinds 1914 was de arbeidersbeweging opgedeeld in twee kampen. Het revolutionaire kamp en het evolutionaire kamp. De revolutionaire socialisten wouden een proletarische revolutie en de gematigde socialisten wouden een evolutionaire weg naar het socialisme. De Russische revolutie van 1917 zorgde voor een permanente breuk in de socialistische beweging. Revolutionaire socialisten steunde Lenin en zijn bolsjewieken, terwijl de evolutionaire socialisten zich tegen de revolutie keerde.

De evolutionaire socialisten bleven zich sociaal democratisch noemen. De term sociaal democratie was de oorspronkelijke naam voor alle socialistische stromingen, van revolutionairen tot evolutionaire groepen. Na 1917 werd met sociaal democratie vooral die socialisten bedoeld, die de parlementaire democratie steunde en tegen de raden democratie van de revolutionaire socialisten streden.     

Lenin en zijn bolsjewieken gingen zich communisten noemen. Deze oude naam was echter sinds de dood van Karl Marx niet meer in gebruik. Lenin besloot om deze naam weer te gebruiken, zo kwam het dat de aanhangers van de Sovjet-Unie zich communistisch gingen noemen en afstand namen van de term sociaal democratisch.

De leiders van de arbeidersbeweging in Europa waren in het algemeen niet revolutionair ingesteld. Ze hoopte op compromissen met de kapitalistische partijen en deden aan compromispolitiek. Zo kwam het dat de evolutionaire socialisten toetraden tot kapitalistische overheden. Socialisme ontstond hierdoor niet, maar er kwamen wel belangrijke sociale veranderingen.  

Binnen het revolutionaire kamp ontstonden echter ook meningsverschillen. Sommige communisten vonden de harde lijn van de bolsjewieken maar niets. De radencommunisten rond Anton Pannenkoek keerde zich Lenin, net als de anarchistische groepen die aanslagen gingen plegen op communistische leiders in Rusland. In 1918 werd Lenin het slachtoffer van een sociaal revolutionair, die hem probeerde te doden. Hierop lanceerde de Sovjet overheid het Rode Terreur en werden ook revolutionaire groepen vervolgd die zich tegen de Sovjet overheid keerde.

Na Lenin’s dood in januari 1924 kwam het stalinisme op. Dit politieke systeem is vernoemd naar Joseph Stalin en het is dit systeem dat veel mensen associëren met communisme. Stalin werd in 1922 generaal secretaris van de Russische Communistische Partij. Hij pleitte voor het socialisme in eigen land en keerde zich tegen de internationale revolutie. Zijn belangrijkste tegenstander was Leon Trotsky, die de Linkse Oppositie vertegenwoordigde. Stalin verzamelde een groep bureaucraten om zich heen. Deze bureaucraten kregen voor hun steun aan Stalin een beter leven. Met hun steun won Joseph Stalin de debatten en royeerde in 1927 Leon Trotsky.

Leon Trotsky en zijn antibureaucratische communisten werden systematisch vervolgd in de Sovjet-Unie. Tussen 1927 en 1930 werd iedereen die het eens was met Trotsky neergezet als een ‘’trotskistische contrarevolutionair’’. De stalinisten zuiverde de gehele USSR en rond 1930 was de macht van Joseph Stalin absoluut.

Trotsky stichtte de Internationale Linkse Oppositie. Hij hoopte om binnen de communistische partijen aanhang te vinden voor zijn antistalinistische opvattingen. De stalinisten gingen echter snel te werk en elke communist, die niet stalinistisch dacht werd genadeloos geroyeerd. Aangezien veel communisten al vervolgd werden in kapitalistische landen, durfde velen geen kritiek te geven. Stalin maakte dankbaar misbruik van de anticommunistische sfeer die heerste in de westerse wereld.

In 1933 werd duidelijk dat het niet mogelijk was om de Communistische Internationale te hervormen. De stalinisten zorgde ervoor dat iedereen die antistalinistisch was geroyeerd werd. Dus stichtte Trotsky een eigen internationale van communisten die tegen het stalinisme waren. In 1938 werd de Vierde Internationale gesticht in Parijs. Deze Vierde Internationale keerde zich tegen de stalinistische; Derde Internationale.

Tussen 1938 en 1991 splitste de Vierde Internationale zich op in verschillende groepen. Na de moord op Leon Trotsky in 1940 ontstonden veel meningsverschillen. Belangrijk was de vraag of de Sovjet-Unie nog een arbeidersstaat was. Trotsky was altijd van mening geweest dat de Sovjet-Unie een gedegenereerde arbeidersstaat was. Echter na zijn dood en het begin van de Koude Oorlog begonnen trotskisten daar kritiek op te geven.

De meningsverschillen liepen hoog op en zorgde ervoor dat de Vierde Internationale uit elkaar viel. In 1963 lukte het enkele leden van de oude Internationale om de fracties weer te verenigen. De huidige Vierde Internationale bestaat nog steeds, maar is duidelijk minder actief dan enkele andere trotskistische groepen.

Anno 2012 zijn meer dan 20 trotskistische internationale groepen actief. De grootste zijn;

-          De heropgerichte Vierde Internationale uit 1963
-          Het Comité voor een Arbeiders Internationale opgericht in 1974  
-          De Internationale Socialistische Tendentie opgericht in de jaren 80

In Nederland werd in 1927 de Revolutionair Socialistische Partij gesticht. Henk Sneevliet was de man achter de partij. Sneevliet had de Communistische Internationale geholpen in Azië en dan vooral in China en Indonesië. Hij kreeg echter conflicten met de stalinistische leiding. Sneevliet steunde Trotsky en verliet de Komintern in 1927. De RSP won 48.500 stemmen bij de verkiezingen van 1933 en kwam in de Tweede Kamer. Natuurlijk was de stalinistische; Communistische Partij van Nederland ( CPN ) daar niet blij mee!

Henk Sneevliet kreeg het lastig in Nederland. Ambtenaren mochten geen lid worden van de partij. Waarom? Omdat de RSP ( Na 1935 RSAP ) zich fel tegen Hitler keerde. De Nederlandse overheid was niet te spreken over het antifascistische gedrag van de revolutionair socialisten.   

In 1935 fuseerde de RSP met de Onafhankelijke Socialistische Partij tot de Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij. De relaties met de trotskisten verslechterde toen Sneevliet en Trotsky een ideologisch conflict kregen. Sneevliet was zeer anti-USSR geworden en weigerde de Sovjet-Unie nog langer te steunen in alles. Trotsky vond echter dat men de USSR moest blijven steunen tegen alle pogingen om het kapitalisme om de Sovjet staat ten val te brengen. Door dit conflict werd de RSAP niet lid van de Vierde Internationale!

Toen de fascistische Duitsers in mei 1940 aanvielen werd de RSAP ontbonden. Sneevliet stichtte het Marx-Lenin-Luxemburg Front een illegale groep. Het MLLF verspreidde illegale kranten en deed aan verzetswerk. De stalinistische CPN hield zich minder bezig met het verzet. Van september 1939 tot juni 1941 werkte Stalin samen met Adolf Hitler. Dus mochten communistische partijen geen kritiek leveren op de bondgenoot van kameraad; Stalin.

Henk Sneevliet en zijn MLLF werden in april 1942 verraden. Hij en de partijleiding werden in Leusden geëxecuteerd. Het MLLF viel hierdoor uit elkaar in twee groepen. Het Comité van Revolutionaire Marxisten en de Communistenbond Spartacus. In haar kort bestaan heeft het MLLF dapper verzet gebonden en mag zich trots de eerste verzetsbeweging van Nederland noemen. Andere groepen hebben ook gevochten, maar het MLLF was al vanaf mei 1940 bezig en bleef tot april 1942 bestaan. Met haar 500 verzetsstrijders heeft het Marx-Lenin-Luxemburg Front meer dan 5.000 kranten illegaal gedrukt en verspreid. Uiteindelijk heeft men ongeveer 55.000 kranten gedrukt in slechts twee jaar van strijd!

Na de oorlog ontstond de Koude Oorlog. De evolutionaire socialisten van de sociaal democratie kozen kritiekloos de kant van de Amerikanen en hun plutocratie. De stalinisten kozen kritiekloos de kant van de Sovjet-Unie en haar totalitaire houding. Het leven voor communisten in Nederland was lastig. Geminacht door de overheid leefde velen in isolatie van hun eigen partij. Vooral in de jaren 50 was het lastig om je communist te noemen. Anticommunisme heerst zeer sterk in west Europa. Voor leden van de CPN was het jaar 1956 vooral moeilijk. Toen stonden ze tegenover de woede van veel Nederlanders. De USSR was Hongarije binnen gevallen om het stalinisme te redden. De CPN steunde de invasie en kreeg de woede van veel Nederlanders over zich heen!

De antistalinistische trotskisten stichtte na de oorlog de Revolutionair Communistische Partij. Deze partij bestond van 1945 tot 1960. De RCP bleef echter heel klein en na 15 jaar besloot men om over te gaan op de tactiek van enterisme in de sociaal democratie. Trotskisten gingen werken binnen de Partij van de Arbeid en de Pacifistische Socialistische Partij. In de PSP werd de groep Proletarisch Links opgericht met als doel de PSP om te vormen tot de revolutionaire partij.

Echter op het congres van de partij in 1971 leed Proletarisch Links een nederlaag. De PSP royeerde alle trotskisten wat leidde tot de oprichting van de Internationale Kommunisten Bond in 1974. Enkele jaren later zou de IKB haar naam veranderen in Socialistische Arbeiders Partij. De SAP bestond van 1983 tot 2004 en leed een marginaal bestaan. Dus besloot men om de partij om te vormen tot een propaganda groep rond het blad Grenzenloos Tegenwoordig werken de leden van de heropgerichte Vierde Internationale binnen de Socialistische Partij.

Binnen de Partij van de Arbeid ontstonden ook revolutionaire socialisten. Een groep rond het blad; Offensief bestond van 1977 tot 1990 in de PvdA. De revolutionaire socialisten
probeerde de PvdA om te vormen tot een revolutionaire partij. Anders dan in Groot Brittannië hadden de revolutionairen weinig steun in de Nederlandse sociaal democratie. De meeste sociaal democraten voelde weinig voor de trotskistische opvattingen. Toen de PvdA in de jaren 80 afstand begon te nemen van het socialisme was er weinig nog te doen voor principiële socialisten!

De val van het stalinisme kwam hard aan. Het had een negatief effect op alle linkse partijen en bewegingen. De kapitalistische propagandamachine draaide overuren en zorgde voor een vloedgolf van neoliberale propaganda. Het neoliberalisme was een nieuw ideaal dat uitgaat van meer markt en minder overheid. Ook de sociaal democratie bleek vatbaar voor deze nieuwe ideologie. PvdA leiders zoals Wim Kok capituleerde voor rechtse leiders en namen hun standpunten over.

Toen de Sovjet-Unie uit elkaar viel gaven veel marxisten de strijd op. Vooral leden van de communistische partijen capituleerde en zagen geen toekomst meer in de strijd tegen het kapitalisme. Hun hele leven draaide om het verdedigen van de Sovjet-Unie. Ze hadden alles gedaan om de waarheid te verdraaien. Men wou niet geloven dat de grote ‘’socialistische heilstaat’’ een totalitaire dictatuur was. Het moet voor vele een donderslag zijn geweest toen veel Russen met de oude tsaristische driekleur gingen lopen en beweerde dat deze vlag voor vrijheid en democratie stond.

In december 1991 werd de Rode Vlag neergehaald van het Kremlin. Daarmee kwam een einde aan de Koude Oorlog en aan de klassenstrijd, althans dat beweerde de rechtse media. Want 23 jaar later waait een kapitalistische crisis over de wereld heen. De jaren van neoliberalisme waren catastrofaal. De kapitalisten willen de crisis oplossen door de arbeidersklasse te laten boeten. De Europese Unie wil in het failliete Griekenland keiharde bezuinigingen doorvoeren. Ze willen zelfs dat mensen op zaterdag gaan werken! Ondertussen genieten de rijken van hun geld en status. Ze weten dat de neoliberale politiek hun niet zal raken. Sociaal democraten, liberalen en conservatieven eten uit hun handen. De rijken hebben het ( nog ) goed op onze planeet! 



Het boek; ''Wij gingen onze eigen weg''
Het verslag van revolutionair socialisten
in Nederland

Hugo Chavez, 14 jaar strijd zonder socialisme!

Hugo Chavez, gehaat door de rechtse media, geminacht door de Verenigde Staten en zeker geen vriend van kapitalisten, imperialisten en rechtse denkers. De president van de Boliviaanse Republiek Venezuela, heeft weer de verkiezingen gewonnen. Deze keer was het verschil tussen hem en zijn rechtse tegenkandidaat slechts 9%. Hugo Chavez kan weer tot 2017 regeren, maar de rechtse oppositie wordt per jaar sterker!

Venezuela is een arm land in Latijn Amerika. Tot 1999 was het land een kapitalistisch boevennest waar de overheid alles deed om het kapitaal van dienst te zijn. De rijken leefde in mooie villa's beschermd door grote muren en privé beveiligers. In 1996 leefde 70% van de Venezolanen in armoede, daar wou Hugo Chavez wat aan doen. Met populistische politiek won zijn beweging in 1999 de verkiezingen. 


In de eerste tien jaar van zijn bewind werd de armoede dramatisch verlaagd. Van 70% in 1996 tot 23% in 2009. Het lukte Hugo Chavez dankzij de olie in het land, om de armoede te verminderen wat hem heel populair maakte bij de armoede klasse. De kapitalisten klasse was en blijft fel anti-Chavez. De rijken waren natuurlijk niet blij met het feit dat ''hun'' geld gebruikt werd om arme mensen te helpen. Dus werd in 2002 een staatsgreep uitgevoerd tegen Chavez. De rechtse militairen hoopte op een 9/11 zoals toen der tijd in Chili 1973. Echter het volk van Venezeula kwam in opstand en om een burgeroorlog te vermeiden werd president Chavez weer aan de macht gezet.    


Sinds 2002 is de relatie tussen Chavez en de rechtse elite zeer slecht. Helaas doet Chavez niets om deze elite uit te schakelen. Venezuela kent acht televisie stations. Van die acht zijn zeven in privé bezit en minachten Hugo Chavez. Alleen de staatsmedia is positief over hun president, terwijl de kapitalistische media zeer fel anti-Chavez is. 


De misdaad en de staatsbureaucratie zijn onder Chavez flink gegroeid. Dat is waar de rechtse oppositie op hamert. Ze beweren dat Chavez van het land een boevennest heeft gemaakt en dat hij een ''communistische'' dictatuur wil opbouwen. Dat zeggen ze vooral omdat de president een goede vriend is van de Cubaanse dictator; Fidel Castro. 


Het is waar dat de bureaucratie een obstakel is voor het socialisme. Hugo Chavez denkt echter niet marxistisch, hij denkt zeer centralistisch waarin hij alles bepaald. De ''Verenigde Socialistische Partij van Venezuela'' ( PSUV ) is dan ook geen arbeiderspartij. In 2007 hadden marxisten grote hoop dat met de oprichting van de PSUV een stap gezet was richting een echte arbeiderspartij. Helaas blijkt anno 2012 dat de PSUV een bureaucratische partij is geworden. Een partij die kritiekloos Chavez napraat en die kritische socialisten royeert.   


De rechtse oppositie verenigde zich onder de naam; ''Coalitie voor Democratische Eenheid'' ( MUD ). De MUD is een alliantie van verschillende kapitalistische partijen. De grootste daarvan is de sociaal democratische; ''Democratische Actie'' en de neoliberale; ''Gerechtigheid Eerst''. Capriles Radonski werd gekozen om het op te nemen tegen Chavez. De verkiezingen in oktober 2012 waren fel. Chavez gebruikte de staatsmedia en Radonski gebuikte de prive media. De staat stond aan de kant van Chavez en de economische elite achter Radonski. 


Hugo Chavez stichtte de Grote Patriottistische Eenheid, waarin verschillende pro-Chavez groepen zitten zoals de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela. De strijd was fel en heftig. Maar uiteindelijk won Hugo Chavez met 55,25% van de stemmen. De rechtse oppositie kreeg 44,13%.  


Maar als Hugo Chavez dacht dat hij de enigste linkse kandidaat was, dan had hij het mis. Orlando Chirino was kandidaat van de Partij voor Socialisme en Vrijheid en deed ook mee. Hij won helaas maar 4.000 stemmen ( 0,02% ), maar zijn idealen waren echt socialistisch en niet gebaseerd op het nationalisme waarmee Chavez en Radonski streden. De partij van Chirino is nog nieuw en heeft niet het geld van de rechtse oppositie of de staatsmedia aan haar kant. Veel arbeiders in Venezuela hebben geen benul van het bestaan van de Partij voor Socialisme en Vrijheid. 


Terwijl de stalinisten van de Communistische Partij van Venezuela en andere linkse groepen zich weer eens kritiekloos achter Chavez schaarde, koos Chirino voor het socialisme en niet voor Hugo Chavez. Met een duidelijk socialistisch programma kan zijn partij groeien. Vooral de armoede klasse moet duidelijk gemaakt worden dat na 14 jaar Chavez er geen socialisme heerst! 


Venezuela gaat verder met Hugo Chavez. Maar de rechtse oppositie weet dat de populariteit van Chavez aan het zakken is. Alleen de steun van de armoede klasse is niet voldoende om steeds te winnen. Want de arbeidersklasse kiest steeds vaker de kant van de contrarevolutie. Waarom? Omdat ze veel kritiek hebben en ze merken dat Chavez er niets van bakt. Er heerst geen socialisme en de corruptie en de misdaad blijven groeien. De rechtse oppositie belooft wonderen als Venezuela weer neoliberaal kapitalistisch wordt. Dat beloofde ook de rechtse democraten in oost Europa na 1989. We weten allemaal hoe ''welvarend'' en ''democratisch'' landen zoals Bulgarije en Roemenië na 1989 werden!    




Hugo Chavez VS Capriles Radonski 

Hoe een socialistische planeconomie kan werken!

Een artikel van Socialistisch Alternatief - CWI

De ineenstorting van de geplande economieën in Oost-Europa 23 jaar geleden had een vloedgolf van kapitalistische propaganda voor de markt tot gevolg. De propaganda was gericht tegen de zogenaamde socialistische economieën. Politici en economen beweerden dat 'planning' dood was. De vrije markt van het kapitalisme had gewonnen.


Al deze mensen hadden er belang bij om het kapitalistische systeem in stand te houden. Het kapitalisme doet privé-eigendom en winsten groeien voor een elite in de maatschappij, terwijl de rest van de bevolking moet vechten om te overleven. Het kapitalisme is gebaseerd op privileges en dwang. Toch beweren de verdedigers van dit systeem dat dit het enige is dat werkt. Daarom hebben veel arbeiders twijfels of socialisme wel werkt. De stalinistische sovjeteconomie waren karikaturen van het socialisme. In het begin brachten zij economische groei voort. Maar het ontbrak ze totaal aan arbeidersparticipatie en democratie. Alleen op die basis zou een werkelijk socialistische maatschappij kunnen groeien en bloeien. Maar in plaats daarvan dreven de bureaucratische elites die deze maaatschappijen beheersten deze economieën naar de ondergang. Op dit moment zijn er arbeiders die steeds minder zien in het kapitalisme. Zij zoeken naar een alternatieve, socialistische manier om de economie te organiseren.

Het socialisme neemt het privé-eigendom van de productiemiddelen weg. Gemeenschappelijk eigendom en controle over de industrie betekent het scheppen van veel meer welvaart. De productiemiddelen worden aangewend voor sociale prioriteiten. Dit werkt door:

1) Het wegvallen van de werkloosheid.
We hebben nu weer een permanent leger van werklozen in de ontwikkelde kapitalistische landen, zoals Marx dat zei. In Nederland zijn er ondanks de huidige opleving zeker een miljoen niet-actieven. Dat brengt enorme kosten met zich mee. Zelfs tijdens een opleving wordt nooit de totale capaciteit van de bedrijven gebruikt. In een geplande economie kun je werk voor iedereen garanderen. Herscholing dient om arbeiders klaar te stomen voor de nieuwe banen die worden gebaseerd op de behoeften van de mensen, zoals die democratisch worden bepaald.


2) Luxe uitgaven voor de rijken vallen weg.
De kapitalistische deskundigen zijn er altijd als de kippen bij om duidelijk te maken dat als je aan de rijkdom van de rijken komt, je in de maatschappij niets bereikt. Hoe obsceen rijk ze ook zijn, er zijn er te weinig van om veel verschil te maken. Toch consumeren de rijken 5% van het nationaal inkomen. Een behoorlijke som voor het onderwijs en de gezondheidszorg.


3) Het beëindigen van uitgaven voor bewapening.
Op wereldschaal is er een enorme verspilling van productiecapaciteit voor wapens. Aan het einde van de Koude Oorlog was dit opgelopen tot een triljard dollar per jaar. Dat is duizend dollar voor elk gezin op de wereld. Dit geld zou een eerste stap betekenen om de meerderheid van de wereldbevolking uit de armoede te tillen. Het zou een enorme klus zijn om miljoenen hooggeschoolde arbeiders uit de wapenindustrie nieuw werk te geven. Onder het kapitalisme zal dat nooit gebeuren. De oorzaak van bewapeningsuitgaven blijft dan bestaan: de vijandigheid tussen rivaliserende kapitalistische landen. De markt zou een overgang van oorlogsproductie naar civiele productie niet kunnen maken; daar is hij veel te anarchistisch voor.


4) Het elimineren van de verspilling van het kapitalisme.
Een handjevol multinationale bedrijven beheerst de wereld. Zij geven allemaal geld uit aan dezelfde soorten van onderzoek en ontwikkeling. Ze geven enorme overbodige sommen uit aan advertenties en reclame. Ze ontwerpen producten die gepland verslijten. Farmaceutische bedrijven bijvoorbeeld geven miljarden uit om verschillende varianten van pijnstillers te ontwikkelen. Ze doen allemaal bijna hetzelfde.


5) Het bevrijden van de creatieve vermogens van de arbeidersklasse.
Arbeiders hebben er onder het kapitalisme weinig zin in om hun bazen te helpen. Maar in een socialistische maatschappij komen het creatieve vermogen van de werknemers beschikbaar omdat er niet langer een fundamentele belangentegenstelling bestaat. Zelfs managementdeskundigen zeggen dat in elk bedrijf de arbeiders de echte deskundigen zijn als het erom gaat om problemen op te lossen. Dit is een moeilijk te kwantificeren factor, maar op de langere termijn een belangrijk voordeel van het socialisme.


Wat is socialistische planning?


Wat is planning eigenlijk? Het is het toewijzen van productiemiddelen van arbeid en materiaal voor de productie van goederen en diensten. Maar dan voor het welzijn van de maatschappij als geheel en niet voor de winsten van de kapitalisten. Planning bestaat op drie niveaus: nationaal en internationaal, binnen bedrijfstakken en binnen individuele bedrijven.


1) De totale productie van de economie wordt beslist op nationaal en internationaal niveau.
Daar gelden doelstellingen voor productiviteitsgroei, investeringen, consumptie e.d. Democratisch gekozen instellingen die tot stand komen na de omverwerping van het kapitalisme verrichten deze planning. Op dit niveau vindt prioriteitstelling plaats over wat de samenleving wil. Keuzes bijvoorbeeld tussen volkshuisvesting en volksgezondheid worden hier gemaakt.


2) Industrietak of sector.
Het is nodig om de consumentenvraag naar goederen en diensten in bepaalde bedrijfstakken vast te stellen. Op die basis moet een efficiënte uitwisseling van grondstoffen en halffabrikaten plaatsvinden. Het vaststellen van de vraag zal gebeurden door het inwinnen van informatie van machtige, democratisch gekozen en representatieve consumentenorganisaties. Deze maken gebruik van de hoogontwikkelde technieken voor marktonderzoek die het kapitalisme heeft ontwikkeld. Om de goederenstromen tussen industrietakken goed te organiseren en tekorten te voorkomen kunnen de technieken gebruikt worden die de grote kapitalistische monopolies nu gebruiken om de gecompliceerde bewegingen van goederen tussen hun verschillende fabrieken in de wereld te stroomlijnen.


3) Planning op het niveau van het bedrijf. 
Deze methodes zullen ook op bedrijfsniveau worden ingezet om de behoeftes en voorkeuren van consumenten vast te stellen. Het is ook denkbaar dat bedrijven die produceren voor consumptie in de eerste stadia van de overgang van kapitalisme naar socialisme nog volgens een soort marktsysteem zullen produceren. Voor bedrijven die kapitaalgoederen produceren geldt dat natuurlijk niet. Een marktsysteem zou kunnen werken voor kleine bedrijven of arbeiderscoöperaties, maar alleen binnen het raamwerk van een genationaliseerde economie. Als de marktsector te groot zou worden, dan zouden de daaraan inherente ongelijkheden aan de rest van de samenleving worden opgelegd.


Wat zeggen de critici?

Sinds de dagen van Marx, en vooral sinds de Russische revolutie, hebben academici bibliotheken volgeschreven over waarom het socialisme niet werkt. Eén van de belangrijkste vormen van kritiek is dat geplande efficiënte allocatie van productiemiddelen onmogelijk is. De moderne industriële maatschappij zou daarvoor te ingewikkeld zijn. Miljoenen transacties vinden elke dag plaats. Maar het is duidelijk dat de meeste economische interacties plaatsvinden tussen bedrijven. Daar komt geen consument aan te pas. Het is duidelijk dat moderne multinationale ondernemingen dagelijks aan planning van soortgelijke complexiteit doen.


De activiteit van de multinationale ondernemingen is ook een antwoord op de kritiek dat vraag en aanbod de enige efficiënte mogelijkheid bieden om prijzen vast te stellen. In hun internationale operaties bepalen grote bedrijven zoals General Motors waar, in welk land en in welke fabriek, middelen worden ingezet. Daar is geen sprake van markt.

Voor de planning van de behoeften van consumenten is het noodzakelijk dat actieve democratische instellingen bestaan. Die moeten de plannenmakende organen kunnen dwingen om aan hun eisen tegemoet te komen. Daarnaast kunnen technieken als marktonderzoeken en het internet de taak van toekomstige socialistische planners vergemakkelijken.

Maar het is belangrijk om de rol die het internet kan spelen niet te overdrijven. Net zoals we niet moeten kijken naar makkelijke technische oplossingen. Het bestaan van democratische instellingen speelt hier de sleutelrol. De rol van democratisch gekozen en met macht toegeruste consumentenorganen zal er voor zorgen dat er geen slechte producten komen en dat de kwaliteit gewaarborgd is. Ook op dit terrein kunnen de ontwikkelde moderne technieken voor productiebeheer worden benut. Een toekomstige socialistische maatschappij erft immers, in tegenstelling tot de Sovjetunie destijds, een cultuur van kwaliteit met de hoogste niveaus van de techniek die het kapitalisme heeft ontwikkeld.


Het citaat van Marx aan het begin van dit artikel geeft aan dat er onder het socialisme een overvloed zal zijn aan goederen en diensten. Rantsoenering door middel van prijzen is dan niet langer nodig. Geld wordt daarmee op den duur ook overbodig. Dit is volledig haalbaar als de beperkingen van het marktsysteem worden opgeheven en de creatieve energie van de arbeidersklasse zich kan ontplooien. De gedachte aan overvloed leidt echter naar één van de ernstigste problemen voor het socialisme. Dat is de vernietiging van het milieu door het gebruik van energie en grondstoffen in het tempo van de ontwikkelde kapitalistische landen. Het socialisme zal niet werken tenzij de levensstandaard van de arme meerderheid van de wereld op hetzelfde niveau komt als dat van de geïndustrialiseerde landen. Dat betekent een enorme toename van het energiegebruik. Maar 

dat zal niet leiden tot een ramp voor het milieu.

In de eerste plaats is er in de ontwikkelde kapitalistische landen een enorme verspilling van energie, vooral in de VS. Zonder de levensstandaard aan te tasten kan het energiegebruik met de helft naar beneden, als de juiste investeringen worden gedaan. In de tweede plaats is het gebruik van fossiele brandstoffen de kern van het probleem. Economische expansie zal gebaseerd moeten zijn op andere bronnen van energie. De technologie daarvoor bestaat al in de vorm van golf-, wind- en zonne-energie. Maar er zijn enorme investeringen voor nodig om deze overgang te realiseren.


In een socialistische geplande economie kan er een sterke impuls worden gegeven aan de ontwikkeling van wetenschap en technologie. Dat zal leiden tot de ontwikkeling van nieuwe vormen van niet vervuilende energie.Hoewel de invoering van een democratisch geplande socialistische economie niet zonder moeilijkheden zal zijn, is het belangrijk om deze niet te overdrijven. De twijfels komen voor een belangrijk deel voort uit de stortvloed van vijandige propaganda vanuit de kapitalistische klasse. De argumenten voor een nieuwe manier om de samenleving te organiseren zullen een groeiend gehoor vinden in de komende jaren.

Strijd, Solidariteit, Socialisme

Strijd, Solidariteit, Socialisme